Bedrijfswagens moeten groener worden, heeft de regering beslist. Alleen nog emissievrije (vooral elektrische) bedrijfswagens genieten van een fiscaalvriendelijk regime vanaf 2026. De vergroening van onze fiscaliteit zet door, maar stimuleren de nieuwe beleidslijnen wel het juiste gedrag, om ons mobiliteitsvraagstuk op te lossen? Moeten we niet gewoon een pak minder rijden?

De regeringen van ons land zijn jaren geleden al het pad van de vergroening van de fiscaliteit ingeslagen. Dat is lovenswaardig. In het verleden ging te weinig aandacht naar het gedrag van de burgers in een milieuvriendelijke richting sturen. Vandaag ligt dat gelukkig anders. De fiscaliteit is een krachtig instrument om onze gezamenlijke mobiliteitsgewoonten te veranderen. Ondanks die beleidsplannen kochten de Belgen samen vorig jaar nog 356.051 wagens. Met de huidige beleidsinspanningen blijven we vasthouden aan een systeem dat de focus legt op een belasting op het bezit van een wagen, terwijl alles erop wijst dat we net het gebruik van de auto moeten ontmoedigen.

Hoewel iedereen naarstig op zoek lijkt naar een duurzame oplossing voor het mobiliteitsprobleem, valt het me op dat de piek in het aantal auto's zelfs nog moet komen. Tussen 2020 en 2025 zal het aantal wagens in de EU nog verder stijgen van 302 miljoen tot 308 miljoen. Pas vanaf 2030 zullen er 'slechts' 294 miljoen auto's meer in gebruik zijn. Dat we meer elektrische dan andere wagens in ons verkeersbeeld zullen zien, is niet zaligmakend. Een elektrische wagen is dan wel minder vervuilend opde weg, niet alles is een voordeel. Hij veroorzaakt wel zijn hele levensduur lang CO2-uitstoot: bij de productie, het transport en het gebruik (denk aan slijtage van de banden en het wegdek door het grote gewicht van de batterij), maar ook bij de productie van de accu's of de recyclage van de onderdelen. En krijgen we binnenkort te maken met laadpaalfiles of een pijnlijke overbelasting van de elektrische infrastructuur wegens krapte op het stroomnet? Er blijven dus nog wat knopen te ontwarren.

Belast het gebruik van een groene wagen, niet het bezit ervan.

Onze mobiliteit blijft te sterk gedomineerd door de auto. Net nu de terugkeer naar het gewone leven is ingezet, met de uitrol van vaccinaties en het vooruitzicht op een terugkeermoment per week naar de werkvloer. Dat is nu al voelbaar. Ook de files zijn terug van weggeweest. In de wereld na de pandemie verplaatsen mensen zich opnieuw in groten getale met de auto.

De nieuwe plannen zijn daarom vooral een stok, maar we denken nog niet genoeg aan de wortel. Daarom pleit ik voor meer inspanningen die het gebruik van de auto verminderen. Een andere fiscaliteit kan ons autogebruik op een slimme en meer duurzame manier sturen. Zo heeft de Finse stad Lahti een systeem ingevoerd waarbij de inwoners voordelen krijgen als ze minder met de auto rijden. Ook in België zijn de eerste ideeën geformuleerd die als vertrekpunt kunnen dienen, waaronder een kilometerheffing voor personenwagens. Telkens vanuit het principe 'de gebruiker en de vervuiler betaalt'. Maar het hoeft geen of-ofverhaal te worden. Waarom kiezen we niet voor een systeem dat de vergroening van wagens combineert met maatregelen die minder rijden stimuleren? Het geleidelijk afbouwen van de aftrek van elektrische wagens vanaf 2027 is niet het juiste signaal. Beter is de aftrek te beperken in functie van het aantal gereden kilometers. Want daar zit de echte ecologische footprint.

Laat ons daarom ook nadenken over fiscale inspanningen die gericht zijn op verantwoord autogebruik in plaats van op autobezit. Niet voor elke verplaatsing de auto nemen, is een mindset, een manier van denken, die ons op de lange termijn meer voordelen gunt en wellicht een perspectief biedt op een verduurzaming van onze mobiliteit.

Bedrijfswagens moeten groener worden, heeft de regering beslist. Alleen nog emissievrije (vooral elektrische) bedrijfswagens genieten van een fiscaalvriendelijk regime vanaf 2026. De vergroening van onze fiscaliteit zet door, maar stimuleren de nieuwe beleidslijnen wel het juiste gedrag, om ons mobiliteitsvraagstuk op te lossen? Moeten we niet gewoon een pak minder rijden?De regeringen van ons land zijn jaren geleden al het pad van de vergroening van de fiscaliteit ingeslagen. Dat is lovenswaardig. In het verleden ging te weinig aandacht naar het gedrag van de burgers in een milieuvriendelijke richting sturen. Vandaag ligt dat gelukkig anders. De fiscaliteit is een krachtig instrument om onze gezamenlijke mobiliteitsgewoonten te veranderen. Ondanks die beleidsplannen kochten de Belgen samen vorig jaar nog 356.051 wagens. Met de huidige beleidsinspanningen blijven we vasthouden aan een systeem dat de focus legt op een belasting op het bezit van een wagen, terwijl alles erop wijst dat we net het gebruik van de auto moeten ontmoedigen.Hoewel iedereen naarstig op zoek lijkt naar een duurzame oplossing voor het mobiliteitsprobleem, valt het me op dat de piek in het aantal auto's zelfs nog moet komen. Tussen 2020 en 2025 zal het aantal wagens in de EU nog verder stijgen van 302 miljoen tot 308 miljoen. Pas vanaf 2030 zullen er 'slechts' 294 miljoen auto's meer in gebruik zijn. Dat we meer elektrische dan andere wagens in ons verkeersbeeld zullen zien, is niet zaligmakend. Een elektrische wagen is dan wel minder vervuilend opde weg, niet alles is een voordeel. Hij veroorzaakt wel zijn hele levensduur lang CO2-uitstoot: bij de productie, het transport en het gebruik (denk aan slijtage van de banden en het wegdek door het grote gewicht van de batterij), maar ook bij de productie van de accu's of de recyclage van de onderdelen. En krijgen we binnenkort te maken met laadpaalfiles of een pijnlijke overbelasting van de elektrische infrastructuur wegens krapte op het stroomnet? Er blijven dus nog wat knopen te ontwarren.Onze mobiliteit blijft te sterk gedomineerd door de auto. Net nu de terugkeer naar het gewone leven is ingezet, met de uitrol van vaccinaties en het vooruitzicht op een terugkeermoment per week naar de werkvloer. Dat is nu al voelbaar. Ook de files zijn terug van weggeweest. In de wereld na de pandemie verplaatsen mensen zich opnieuw in groten getale met de auto.De nieuwe plannen zijn daarom vooral een stok, maar we denken nog niet genoeg aan de wortel. Daarom pleit ik voor meer inspanningen die het gebruik van de auto verminderen. Een andere fiscaliteit kan ons autogebruik op een slimme en meer duurzame manier sturen. Zo heeft de Finse stad Lahti een systeem ingevoerd waarbij de inwoners voordelen krijgen als ze minder met de auto rijden. Ook in België zijn de eerste ideeën geformuleerd die als vertrekpunt kunnen dienen, waaronder een kilometerheffing voor personenwagens. Telkens vanuit het principe 'de gebruiker en de vervuiler betaalt'. Maar het hoeft geen of-ofverhaal te worden. Waarom kiezen we niet voor een systeem dat de vergroening van wagens combineert met maatregelen die minder rijden stimuleren? Het geleidelijk afbouwen van de aftrek van elektrische wagens vanaf 2027 is niet het juiste signaal. Beter is de aftrek te beperken in functie van het aantal gereden kilometers. Want daar zit de echte ecologische footprint.Laat ons daarom ook nadenken over fiscale inspanningen die gericht zijn op verantwoord autogebruik in plaats van op autobezit. Niet voor elke verplaatsing de auto nemen, is een mindset, een manier van denken, die ons op de lange termijn meer voordelen gunt en wellicht een perspectief biedt op een verduurzaming van onze mobiliteit.