Vorige week wandelde ik door het centrum van mijn dorp. Plots begon iedereen voor mij te applaudisseren, op stoepen en vanuit ramen. Toen dacht ik: leest iedereen hier Trends? Het was exact 20 uur, en omdat er geen andere voorbijganger was, applaudisseerde ik enthousiast mee en nam ik het applaus in de plaats van onze medische helden dankbaar in ontvangst.

Toch moet ik ook nu wat consistent zijn. Ik geef liever applaus voor de ambtenaar die voor een betere brandveiligheid in een torenflat heeft geknokt dan voor de brandweerman die zijn leven heeft gewaagd om een kind te redden uit een gebouw dat onvoldoende brandveilig was. Ik hoop dat u mij begrijpt. Het is natuurlijk een en-enverhaal. Mijn diepe dankbaarheid voor de preventieadviseur neemt mijn respect niet weg voor de held met de brede torso en de helm op het hoofd die een kind redt. Het zijn beide zinvolle jobs. Mijn applaus gaat nu voor een keer naar de eerste, want dankzij mijn echte held hoeven zoveel kinderen nooit te worden gered.

Ambtenaren kunnen ons beschermen tegen een volgende crisis.

Ik zie twee groepen stille ambtenaren. De eerste groep zijn diegenen die ons dankzij rustig maar volgehouden speurwerk, dankzij sterke kwaliteitssystemen, dankzij hun professionalisme hebben beschermd tegen covid-17, tesrta-18 en saris-12bis. Die namen zeggen u niets? Heel juist, dankzij hun werk - en mijn fantasie. Ik wil uit deze grootste crisis in vredestijd leren. Ik wil niet dat mijn kleinkinderen dit in hun leven een tweede keer moeten meemaken. Ik wil dus meer ruimte voor die eerste groep stille helden. Zij hebben vergaderd in echte vergaderzalen, data geanalyseerd, genotuleerd, gezucht, voorstellen gedaan omdat ze wisten dat ze belangrijk waren en, gelukkig voor ons, af en toe gelijk gekregen. Maar ze zullen u vertellen dat ze vaak geboycot zijn omdat er belangrijkere zaken op de politieke agenda stonden. Denk maar aan Brussel-Halle-Vilvoorde, de bedrijfswagen en een vrij bizarre vergadering in Marrakesh. Omdat die groep niet heeft opgegeven, soms werd gekleineerd, wandelen gestuurd, genegeerd, soms 'interessant, interessant' heeft gehoord, gevolgd door een 'niet haalbaar, niet betaalbaar'. Ze moesten realistisch zijn. Dan toch volhouden? Dan ben je een held.

De tweede groep zijn de stille ambtenaren die onze overheid draaiend houden. In veel diensten kloppen ze onbetaalde overuren. Ze hebben geen bedrijfsauto, geen winstdeling, geen bonussen, ze hebben wel een redelijk loon en weten ook dat in een sterk verarmd land geen royale pensioenen op hen liggen te wachten. Het zal echt niet haalbaar, niet betaalbaar zijn. Dat weten zij ook, daarom hopen ook zij dat we weer open voor business mogen. Zij zijn open. Maar zij weten enkele andere zaken die de bloemist, de boekenwinkel en de bandencentrale onvoldoende beseffen. Veel overheidsdiensten steunen achter de schermen de frontsoldaten. Ze zorgen voor data, registratie, controles en nog meer, ze sturen processen aan die nooit op tv komen. Vele diensten moeten helpen het land te transformeren naar de post-coronaperiode. Maar het zijn ook mensen met kinderen, met grote onzekerheid op korte en lange termijn. Ze weten beter dan de bloemist dat de toekomst geen groot feest zal zijn. En zij werken verder. Ze zorgen voor continuïteit, wat de opdracht van onze overheid is. In de luwte.

Zij kunnen ons beschermen tegen een volgende crisis, als wij ze iets meer ruimte geven en wat geduldiger naar hen luisteren omdat we onze vijfde citytrip in tien maanden hebben geboekt. Dat is ons recht, wij die zo hard werken. Hoe vreemd dat recht op een citytrip wel klinkt, ervaren we nu. Voor hen - en voor ons - hoop ik dat dit weer mogelijk wordt en we samen misschien andere keuzes maken. Ik hoop voor hen dat ze in betere systemen mogen werken. En helaas is er voor hen geen applaus om 20 uur, of zijn er geen potten en pannen of ontroerende videoclips. Wel deze column.

Vorige week wandelde ik door het centrum van mijn dorp. Plots begon iedereen voor mij te applaudisseren, op stoepen en vanuit ramen. Toen dacht ik: leest iedereen hier Trends? Het was exact 20 uur, en omdat er geen andere voorbijganger was, applaudisseerde ik enthousiast mee en nam ik het applaus in de plaats van onze medische helden dankbaar in ontvangst. Toch moet ik ook nu wat consistent zijn. Ik geef liever applaus voor de ambtenaar die voor een betere brandveiligheid in een torenflat heeft geknokt dan voor de brandweerman die zijn leven heeft gewaagd om een kind te redden uit een gebouw dat onvoldoende brandveilig was. Ik hoop dat u mij begrijpt. Het is natuurlijk een en-enverhaal. Mijn diepe dankbaarheid voor de preventieadviseur neemt mijn respect niet weg voor de held met de brede torso en de helm op het hoofd die een kind redt. Het zijn beide zinvolle jobs. Mijn applaus gaat nu voor een keer naar de eerste, want dankzij mijn echte held hoeven zoveel kinderen nooit te worden gered. Ik zie twee groepen stille ambtenaren. De eerste groep zijn diegenen die ons dankzij rustig maar volgehouden speurwerk, dankzij sterke kwaliteitssystemen, dankzij hun professionalisme hebben beschermd tegen covid-17, tesrta-18 en saris-12bis. Die namen zeggen u niets? Heel juist, dankzij hun werk - en mijn fantasie. Ik wil uit deze grootste crisis in vredestijd leren. Ik wil niet dat mijn kleinkinderen dit in hun leven een tweede keer moeten meemaken. Ik wil dus meer ruimte voor die eerste groep stille helden. Zij hebben vergaderd in echte vergaderzalen, data geanalyseerd, genotuleerd, gezucht, voorstellen gedaan omdat ze wisten dat ze belangrijk waren en, gelukkig voor ons, af en toe gelijk gekregen. Maar ze zullen u vertellen dat ze vaak geboycot zijn omdat er belangrijkere zaken op de politieke agenda stonden. Denk maar aan Brussel-Halle-Vilvoorde, de bedrijfswagen en een vrij bizarre vergadering in Marrakesh. Omdat die groep niet heeft opgegeven, soms werd gekleineerd, wandelen gestuurd, genegeerd, soms 'interessant, interessant' heeft gehoord, gevolgd door een 'niet haalbaar, niet betaalbaar'. Ze moesten realistisch zijn. Dan toch volhouden? Dan ben je een held. De tweede groep zijn de stille ambtenaren die onze overheid draaiend houden. In veel diensten kloppen ze onbetaalde overuren. Ze hebben geen bedrijfsauto, geen winstdeling, geen bonussen, ze hebben wel een redelijk loon en weten ook dat in een sterk verarmd land geen royale pensioenen op hen liggen te wachten. Het zal echt niet haalbaar, niet betaalbaar zijn. Dat weten zij ook, daarom hopen ook zij dat we weer open voor business mogen. Zij zijn open. Maar zij weten enkele andere zaken die de bloemist, de boekenwinkel en de bandencentrale onvoldoende beseffen. Veel overheidsdiensten steunen achter de schermen de frontsoldaten. Ze zorgen voor data, registratie, controles en nog meer, ze sturen processen aan die nooit op tv komen. Vele diensten moeten helpen het land te transformeren naar de post-coronaperiode. Maar het zijn ook mensen met kinderen, met grote onzekerheid op korte en lange termijn. Ze weten beter dan de bloemist dat de toekomst geen groot feest zal zijn. En zij werken verder. Ze zorgen voor continuïteit, wat de opdracht van onze overheid is. In de luwte.Zij kunnen ons beschermen tegen een volgende crisis, als wij ze iets meer ruimte geven en wat geduldiger naar hen luisteren omdat we onze vijfde citytrip in tien maanden hebben geboekt. Dat is ons recht, wij die zo hard werken. Hoe vreemd dat recht op een citytrip wel klinkt, ervaren we nu. Voor hen - en voor ons - hoop ik dat dit weer mogelijk wordt en we samen misschien andere keuzes maken. Ik hoop voor hen dat ze in betere systemen mogen werken. En helaas is er voor hen geen applaus om 20 uur, of zijn er geen potten en pannen of ontroerende videoclips. Wel deze column.