Elio Di Rupo, de nieuwe minister-president van het Waals Gewest, zei het treffend: "We moeten een kwantumsprong maken." Wallonië loop economisch inderdaad achter op zijn buurlanden en buurregio's (zie grafiek Een slappe groei). Zijn bruto binnenlands product (bbp) ligt ver onder het Europese gemiddelde.
...

Elio Di Rupo, de nieuwe minister-president van het Waals Gewest, zei het treffend: "We moeten een kwantumsprong maken." Wallonië loop economisch inderdaad achter op zijn buurlanden en buurregio's (zie grafiek Een slappe groei). Zijn bruto binnenlands product (bbp) ligt ver onder het Europese gemiddelde. Om de Waalse economie nieuw leven in te blazen, legt de beleidsverklaring de lat zeer hoog. In de komende vijf jaar staat geen enkele nieuwe belasting gepland, maar wel de bouw van 3000 nieuwe sociale woningen en de versnelde renovatie van 3000 bestaande, en een extra 4 miljard euro aan overheidsinvesteringen. Een sluitende begroting is iets voor 2024. De belangrijkste doelstelling is de stijging van de werkgelegenheidsgraad (het percentage mensen op arbeidsleeftijd die een baan hebben) met 5 procentpunt, tot 68,7 procent aan het einde van de regeerperiode. "Dat betekent dat tussen nu en 2025 netto 98.000 banen moeten worden gecreëerd, gemiddeld 16.000 per jaar", zegt de econoom en voormalige Ecolo-voorzitter Philippe Defeyt. De demografie helpt een handje: vanaf 2022 zal het aantal Walen in de leeftijdsklasse van 20 tot 64 jaar afnemen (zie grafiek De effecten van de vergrijzing). "Tussen 2014 en 2018 steeg de werkgelegenheidsgraad met 1,9 procent", zegt Olivier de Wasseige, de gedelegeerd bestuurder van de Union wallonne des entreprises (UWE). "Die prestatie moeten we de komende jaren dus meer dan verdubbelen." In 2017 en 2018 is dat al gelukt, want toen heeft Wallonië telkens 15.000 banen gecreëerd. Maar nu de economie overal vertraagt, wordt dat een pak moeilijker. Hoe wil de de regering-Di Rupo dat aanpakken? Een van de sleutels van de nieuwe Waalse regering is het vrijmaken van een extra investeringscapaciteit van 4 miljard euro door een sluitende begroting uit te stellen tot 2024. Met dat geld kun je al wat doen. Maar de regeerverklaring blijft voorlopig vaag. Ze blijft bij algemene beginselen, zoals de financiering van projecten in plaats van structuren, of het opstellen van een plan dat overeenstemt met de inspanningen van de federale regering en de andere gewesten. En er komt een 'hoge strategische raad' die de impact van de gewestinvesteringen zal evalueren, met name voor de werkgelegenheid. Enkele investeringen liggen al vast: in de vernieuwing van het wagenpark van de openbare vervoersmaatschappij TEC en de aankoop van bussen met een lagere CO2-uitstoot, in de bouw en de renovatie van sociale woningen, in de ontwikkeling van terreinen die geschikt zijn voor grote industrieën, in de ondersteuning van een kringloopeconomie, enzovoort. Naast de extra 4 miljard wordt wellicht ook nog geld overgeheveld van het ene departement naar een ander. "Ik neem aan dat we niet langer 600 miljoen euro aan wegen zullen uitgeven zoals in de vorige legislatuur", zegt Philippe Defeyt. "Een miljoen euro investeringen in bouw en renovatie creëert meer banen dan een miljoen in wegen. Er zullen verschuivingen in de begroting plaatsvinden, dat lijkt me duidelijk." De komende jaren gaat veel publiek en privaat geld naar de renovatie van woningen. "De Waalse bouwfederatie klaagt terecht over een tekort aan geschikte kandidaten voor bepaalde beroepen, met name in isolatie en nieuwe verwarmingstechnologie. We verbinden de strijd tegen de opwarming van de aarde aan de strijd tegen die tekorten op de arbeidsmarkt", benadrukt Philippe Defeyt. De renovatie van het Waalse gebouwenbestand kan tienduizenden mensen werk bieden. De Waalse dienst voor huisvesting en energie schat dat in de periode van 2017 tot 2050 63 miljard euro nodig is voor de renovatie van Waalse privéwoningen. Voor de gebouwen in de tertiaire sector (administratie, handel, ziekenhuizen, scholen, ..) is nog eens 20 tot 150 miljard euro nodig, afhankelijk van de energiebesparing die wordt gerealiseerd. Dat is onmogelijk met alleen maar overheidsgeld te financieren. "Een investeringsplan gericht op veelbelovende sectoren zal banen creëren, maar het probleem van de Waalse arbeidsmarkt is structureel", waarschuwt Didier Paquot, de voormalige hoofdeconoom van de UWE. "Als de vraag toeneemt, weten we niet zeker of de Waalse bedrijven aan die vraag kunnen voldoen. We zien het in de bouw, waar Waalse bedrijven in een aantal sectoren een tekort aan mensen hebben", voegt hij eraan toe. Veel vacatures worden inderdaad niet ingevuld. Financieel analist, slager, tegelzetter, ... de lijst van knelpuntberoepen van het Waalse werkgelegenheidsagentschap Forem is lang. "We hebben nog altijd 28.000 vacatures in Wallonië", zegt Olivier de Wasseige van de UWE. Hoe kunnen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar afgestemd worden? "We moeten de diverse opleidingsmogelijkheden in het gewest eens behoorlijk in kaart brengen. Nu bestaan tal van opleidingscentra (Forem, expertisecentra, Ifapme, centra voor sociaal-professionele integratie, gewestelijke diensten voor tewerkstelling, nvdr). Samen bieden die liefst 136.000 plaatsen aan, maar sommige trainingen stellen niet veel voor. Aan de andere kant leidt Forem slechts 10.000 mensen op voor knelpuntberoepen. Aan die versnippering moeten we een einde maken." Vraag en aanbod meer op elkaar afstemmen vraagt een mentaliteitswijziging aan beide zijden. "Sommige bedrijven vragen jongeren met vijf jaar ervaring. Geen wonder dat ze die niet vinden", zegt Philippe Defeyt. Maar ook bij de werkzoekenden schort er wat. "De horeca vindt moeilijk mensen die op onregelmatige uren willen werken", merkt Bernard Keppenne, hoofdeconoom bij KBC Bank, op. Hij voegt eraan toe dat "het duidelijk is dat sommige banen ook moeten worden opgewaardeerd om mensen te blijven aantrekken. Daar werkt de befaamde werkloosheidsval: een te klein verschil tussen het loon en een werkloosheidsuitkering." Maar over dat probleem heeft het Waals Gewest weinig controle. Het probleem van de discrepantie tussen de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt gaat verder dan de knelpuntberoepen. "In het onderwijs moet de nadruk liggen op informatica, wiskunde, wetenschap en techniek", zegt Olivier de Wasseige. "In die sectoren zijn veel vacatures, maar jongeren zijn er almaar minder in geïnteresseerd." Ook daar moet een kwantumsprong worden gemaakt: slechts 16 procent van de jonge Walen volgt wetenschappelijke richtingen, terwijl het Europese gemiddelde 26 procent bedraagt. Er moeten ook inspanningen komen voor duaal leren (deeltijds werken, deeltijds studeren) en voor het beroepsonderwijs. "Die worden nu gezien als minderwaardige opleidingen, terwijl het net wegen naar uitmuntendheid zouden moeten zijn", zegt De Wasseige. "De arbeidsmarkt is veranderd. Vroeger was 20 tot 25 procent van de aangeworven personen laaggeschoold. Vandaag is dat 15 procent en het zal nog minder worden." En dan is er nog de rol van het werkgelegenheidsagentschap Forem. "De politiek moet inzetten op opleiding, begeleiding van de werklozen en de herstructurering van het Forem", benadrukt Didier Paquot. "Dat is inderdaad essentieel", vervolgt Bernard Keppenne. "De wanverhouding tussen de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt oplossen, kan niet zonder het Forem te hervormen." Al zijn er ook redenen om optimistisch te zijn. Terwijl de werkloosheid in het gewest decennialang boven 10 procent bleef, is die nu gedaald tot minder dan 8 procent. "Er is de jongste jaren een zeer positieve trend te zien, die aantoont dat als er inspanningen worden geleverd om werkzoekenden te ondersteunen, de impact op de arbeidsmarkt onmiddellijk merkbaar is", merkt Didier Paquot op. Maar de situatie is verre van perfect. "Er werken 4000 mensen voor het Forem, maar heel weinig van hen in de echte begeleiding van de werklozen. Het agentschap moet ook werk maken van een echte competentiebeoordeling, en van één enkel dossier voor elke werkzoekende. Vandaag weet niemand of een werkzoekende een elektricien dan wel een metselaar is, en nergens is informatie te vinden over de gevolgde opleiding of zijn ervaring. Zulke hervormingen zijn niet bepaald ingewikkeld maar kunnen een groot effect hebben", voegt hij eraan toe. De zes Waalse competentiepolen (misschien zeven als de digitale cluster Wallonië-Brussel er komt) vormen een essentiële economische motor voor het gewest. En de nieuwe regering is van plan hun missie uit te breiden. Maar dat zal alleen onder bepaalde voorwaarden effectief zijn. "De competentiepolen staan opnieuw centraal in het beleid voor economische heropleving, innovatie en onderzoek", zegt Sylvie Ponchaut, directeur van de biofarmaceutische cluster Biowin. Maar het is tijd, zegt ze, om een versnelling hoger te schakelen. In de eerste plaats door de middelen voor onderzoek aanzienlijk te verhogen. "De zes clusters hebben samen voor 50 miljoen euro per jaar onderzoeksprojecten uitgevoerd. Dat is niets. In de biofarmasector hebben we het geluk dat we een interuniversitair instituut hebben, Welbio, dat projecten ondersteunt die het midden houden tussen zuiver fundamenteel en toegepast onderzoek. Maar de middelen volgden niet. Het is noodzakelijk fundamenteel onderzoek te financieren, opdat projecten voor toegepast onderzoek zouden worden uitgevoerd." Een dan is er nog de zware bureaucratie. "Het is een logge boot", geeft Sylvie Ponchaut toe. "We vragen al jaren de administratieve last van de onderzoekers te verminderen. Zij hebben betere dingen te doen dan het invullen van activiteitenrapporten." En ten slotte moeten de selectieprocedures verbeterd worden. "Het systeem voor de evaluatie van onderzoeksprojecten is niet robuust. Alleen projecten van de competentieclusters worden voorgelegd aan een internationale jury. Het evaluatiesysteem moet beter, zodat de geselecteerde projecten een grotere impact hebben. Wat wij aanbevelen - meer investeren in onderzoek, een vereenvoudiging van de procedures, een versterking van de evaluatiesystemen en van het fundamenteel onderzoek - is haalbaar. Want we hebben uitstekende onderzoekers, uitstekende ondernemers en getalenteerde mensen die weten hoe ze projecten moeten opzetten."