Weinig zaken zijn belangrijker voor de welvaart dan de groei van de economische productiviteit. De mate waarin dezelfde input meer output genereert, is de sleutel voor vooruitgang en het opvangen van de vergrijzingskosten. Trage productiviteitsgroei zet de handrem op winsten, lonen, investeringen en overheidsmiddelen. Het mag dan ook verbazen dat het recentste rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) over België amper de pers heeft gehaald. Want dat rapport luidt de alarmbel over de evolutie van de Belgische productiviteit.
...

Weinig zaken zijn belangrijker voor de welvaart dan de groei van de economische productiviteit. De mate waarin dezelfde input meer output genereert, is de sleutel voor vooruitgang en het opvangen van de vergrijzingskosten. Trage productiviteitsgroei zet de handrem op winsten, lonen, investeringen en overheidsmiddelen. Het mag dan ook verbazen dat het recentste rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) over België amper de pers heeft gehaald. Want dat rapport luidt de alarmbel over de evolutie van de Belgische productiviteit. In alle ontwikkelde landen slabakt de productiviteitsgroei al sinds de tweede helft van de jaren zeventig. De oorzaken zijn niet gemakkelijk te identificeren. Een aanhoudende en gemeenschappelijke evolutie suggereert wel gedeelde structurele trends. Ik noem er enkele. Er is de opkomst van de diensteneconomie. Diensten zijn moeilijker productiever te maken dan industriële productie: de factoren tijd en kwaliteit zijn er minder manipuleerbaar dan aan de lopende band in de fabriek.Er is de globalisering. Goedkope arbeid en outsourcing hebben winstgevendheid minder afhankelijk gemaakt van innovatie en dus minder van de productiviteit. Dat betekent minder bedrijfsinvesteringen, en die zijn noodzakelijk voor de productiviteit. Er is de digitale omwenteling. Het internet bespaart wel tijd, maar levert veel gratis diensten die we niet meten en niet in de productiviteit verrekenen. Er is de menselijke factor. Tijdelijke arbeid en deeltijdarbeid nemen toe, de bevolking veroudert en ouderdomsziekten rukken op - allemaal dempers op de arbeidsproductiviteit. Digitale gadgets en multitasking leiden tot tijd-, concentratie- en slaapverlies. Dat heeft allemaal een negatieve impact op het welzijn en de economische productiviteit.België deelt die trends met zijn buurlanden. En toch taant de productiviteitsgroei bij ons meer. Hoe komt dat? Overheidsinvesteringen voor de lange termijn - bijvoorbeeld in infrastructuur en in onderzoek en ontwikkeling - zijn cruciaal voor de productiviteit op lange termijn. In verhouding tot de economie investeren de Belgische overheden maar de helft van de buurlanden, al decennialang. We gebruiken onze torenhoge belastingen en dito overheidsbeslag - omgerekend 18 miljard per jaar hoger dan het gemiddelde in de eurozone - te veel voor uitkeringen en bestedingen, voor consumptie in plaats van investeringen. Kijk naar de mobiliteit. Wij Belgen hebben een onvoorstelbare tolerantiecapaciteit voor de dagelijkse ramp op wielen die ons allemaal handenvol output en tijd kost. We verliezen private investeringen die afhankelijk zijn van transport en distributie, bijvoorbeeld voor pakjesdiensten. De hele politieke klasse faalt in haar opdracht voor infrastructuur en ruimtelijke ordening, en ze komt er nog mee weg ook.Op de arbeidsmarkt spelen onze overheden liever banenmachine dan productiviteitsmachine. In verhouding tot de buurlanden hebben we een tekort van bijna 900.000 banen in de private sector. Overheidsbanen en gesubsidieerde banen zijn wel rijkelijk aanwezig. Het geld van de overheid gaat alweer te veel naar uitgaven en te weinig naar investeringen. De overheid werkt te weinig efficiënt en bezwaart de economie met te veel regulering, wat opnieuw innovatie en concurrentie afremt. Al die diagnoses zijn niet nieuw en het IMF zet ze glashelder op een rij. Ze zijn een aanklacht tegen het falende overheidsbestuur, over meerdere decennia en alle politieke formaties heen. Ze zijn alleen te behandelen met een medicijn dat de kerntaken van de overheden aanscherpt. Die bezinning gebeurt niet. De federale regering klopt zich liever op de borst met de sterke banencreatie. Nochtans valt daarbij één zaak op: in verhouding tot de economische groei scheppen we dan wel meer banen dan de buurlanden, maar het zijn minder productieve banen. Als we de productiviteitspuzzel niet opgelost krijgen, gaan we de toekomst met lood in de schoenen tegemoet.