Het is tijd om de noodtoestand uit te roepen over de federale politieke situatie in België. Als goed bestuur dezelfde aandacht zou krijgen als het klimaat, dan liepen elke dag de straten vol en de media over van boosheid en urgentie. Net zoals extreem weer steeds frequenter wordt, komt ook extreme impasse in de federale regeringsvorming steeds meer voor. Elke formatie sinds 2007 breekt een lengterecord in vergelijking met alle voorgaande, met uitzondering van die in 1987.

De energie die gaat naar de vorming van een regering is omgekeerd evenredig met de energie die komt uit de werking van een regering. Staatsschuld, pensioenen, vergrijzing, infrastructuur, mobiliteit, energie, klimaat, armoede, investeringen, competitiviteit: de lijst met grote uitdagingen die steeds terugkeren maar nooit echt worden opgelost, is beklemmend lang. Het cumulatieve effect is een land dat fors beneden zijn potentieel aan welvaart en welzijn presteert.

Gemeten aan ons vermogen om echte politieke keuzes te maken, is de noodtoestand structureel. In mijn leven kan ik me maar twee grote hervormingen herinneren. De eerste is het herstelbeleid in de jaren tachtig. Dat kwam er onder druk van de financiële markten en met volmachten die het parlement buitenspel zetten. Het tweede is het Globaal Plan van begin jaren negentig. Dat kwam er onder druk van Europa en de nakende muntunie.

Zonder grote externe druk is de Belgische democratie niet tot daadkracht in staat. Dat blijkt des te meer wanneer de Europese Unie niet langer een motor voor verandering maar voor blokkering is, zoals met de eurocrisis en de vluchtelingencrisis. Dat wordt steeds erger wanneer de partijpolitieke versnippering doorzet en de polarisering tussen links en rechts de twee landsdelen uiteendrijft. Dat is de ondraaglijke realiteit vandaag.

Als we de noodtoestand onderkennen, is het tijd voor een noodregering. Die moet maar één opdracht krijgen: de begroting enigszins onder controle houden voor 2020-2021. Met een jaarlijks tekort van meer dan 11 miljard zal dat een onmiddellijke en pijnlijke mobilisatie van besparingen en belastingen vergen. Het parlement kan de noodregering het mandaat geven voor tijdelijke of eenmalige maatregelen, zodat de toekomst open blijft. Benoem noodministers op competentie en leiderschap dat de partijpolitiek overstijgt.

Als we de noodtoestand onderkennen, is het tijd voor een noodregering.

De noodregering koopt tijd om de grote omslag voor te bereiden. Ik pleit voor de oprichting van expertcommissies die hervormingsplannen voorbereiden in de aanslepende grote dossiers. Mobiliseer de technische kennis, de wetenschappelijke kunde en de intellectuele creativiteit van buiten de partijpolitiek. Geef de commissies zes maanden om in elk domein mogelijke strategische scenario's te formuleren en te berekenen. Over belastingen, overheidswerking, pensioenen, gezondheidszorg, klimaat en energie, mobiliteit enzovoort.

Ondertussen kan een meer politieke commissie zich buigen over de toekomst van de Belgische democratie. De staatsstructuur en de verdeling van bevoegdheden. De positie van Brussel. Het kiesstelsel en het partijpolitieke landschap. De werking van ons overlegmodel, met zijn vele lagen en structuren. Alle artikelen van de Grondwet worden voor herziening vatbaar verklaard. De commissie hoeft niet in consensus te eindigen. Ze moet wel verschillende visies uitwerken en voorleggen.

Zodra het werk van de commissies af is, kunnen nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven. Alle politieke partijen engageren zich om campagne te voeren rond de alternatieve beleidsscenario's die de commissies hebben uitgewerkt. Zo vermijden we het typische opbod van loze electorale beloften. Alle media engageren zich om aan beide kanten van de taalgrens op dezelfde thema's te focussen, zodat Noord en Zuid over hetzelfde debatteren. Dan kan de kiezer beslissen, met de ogen open en met kennis van zaken. Dan wordt de noodtoestand gelicht, wat ook de uitkomst is.

Het is tijd om de noodtoestand uit te roepen over de federale politieke situatie in België. Als goed bestuur dezelfde aandacht zou krijgen als het klimaat, dan liepen elke dag de straten vol en de media over van boosheid en urgentie. Net zoals extreem weer steeds frequenter wordt, komt ook extreme impasse in de federale regeringsvorming steeds meer voor. Elke formatie sinds 2007 breekt een lengterecord in vergelijking met alle voorgaande, met uitzondering van die in 1987. De energie die gaat naar de vorming van een regering is omgekeerd evenredig met de energie die komt uit de werking van een regering. Staatsschuld, pensioenen, vergrijzing, infrastructuur, mobiliteit, energie, klimaat, armoede, investeringen, competitiviteit: de lijst met grote uitdagingen die steeds terugkeren maar nooit echt worden opgelost, is beklemmend lang. Het cumulatieve effect is een land dat fors beneden zijn potentieel aan welvaart en welzijn presteert. Gemeten aan ons vermogen om echte politieke keuzes te maken, is de noodtoestand structureel. In mijn leven kan ik me maar twee grote hervormingen herinneren. De eerste is het herstelbeleid in de jaren tachtig. Dat kwam er onder druk van de financiële markten en met volmachten die het parlement buitenspel zetten. Het tweede is het Globaal Plan van begin jaren negentig. Dat kwam er onder druk van Europa en de nakende muntunie. Zonder grote externe druk is de Belgische democratie niet tot daadkracht in staat. Dat blijkt des te meer wanneer de Europese Unie niet langer een motor voor verandering maar voor blokkering is, zoals met de eurocrisis en de vluchtelingencrisis. Dat wordt steeds erger wanneer de partijpolitieke versnippering doorzet en de polarisering tussen links en rechts de twee landsdelen uiteendrijft. Dat is de ondraaglijke realiteit vandaag. Als we de noodtoestand onderkennen, is het tijd voor een noodregering. Die moet maar één opdracht krijgen: de begroting enigszins onder controle houden voor 2020-2021. Met een jaarlijks tekort van meer dan 11 miljard zal dat een onmiddellijke en pijnlijke mobilisatie van besparingen en belastingen vergen. Het parlement kan de noodregering het mandaat geven voor tijdelijke of eenmalige maatregelen, zodat de toekomst open blijft. Benoem noodministers op competentie en leiderschap dat de partijpolitiek overstijgt. De noodregering koopt tijd om de grote omslag voor te bereiden. Ik pleit voor de oprichting van expertcommissies die hervormingsplannen voorbereiden in de aanslepende grote dossiers. Mobiliseer de technische kennis, de wetenschappelijke kunde en de intellectuele creativiteit van buiten de partijpolitiek. Geef de commissies zes maanden om in elk domein mogelijke strategische scenario's te formuleren en te berekenen. Over belastingen, overheidswerking, pensioenen, gezondheidszorg, klimaat en energie, mobiliteit enzovoort. Ondertussen kan een meer politieke commissie zich buigen over de toekomst van de Belgische democratie. De staatsstructuur en de verdeling van bevoegdheden. De positie van Brussel. Het kiesstelsel en het partijpolitieke landschap. De werking van ons overlegmodel, met zijn vele lagen en structuren. Alle artikelen van de Grondwet worden voor herziening vatbaar verklaard. De commissie hoeft niet in consensus te eindigen. Ze moet wel verschillende visies uitwerken en voorleggen. Zodra het werk van de commissies af is, kunnen nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven. Alle politieke partijen engageren zich om campagne te voeren rond de alternatieve beleidsscenario's die de commissies hebben uitgewerkt. Zo vermijden we het typische opbod van loze electorale beloften. Alle media engageren zich om aan beide kanten van de taalgrens op dezelfde thema's te focussen, zodat Noord en Zuid over hetzelfde debatteren. Dan kan de kiezer beslissen, met de ogen open en met kennis van zaken. Dan wordt de noodtoestand gelicht, wat ook de uitkomst is.