"De relaties binnen de overheden zijn niet altijd zo goed, maar we hebben toch een sectoraal akkoord kunnen bekomen waardoor de koopkracht van onze mensen verhoogd wordt", aldus Gerda De Norre van VSOA.

Concreet gaat het over onder meer een baremieke verhoging van de loonschalen, een verhoging van de maaltijdcheques en een verhoging van de eindjaarspremie. Heel belangrijk voor de vakbonden is dat de verhoging van de loonschalen wordt uitgedrukt in een bedrag en niet in een percentage, waardoor de verhoging voor de laagste lonen in verhouding de grootste is. Volgens De Norre gaat het om een verhoging van 550 euro bruto. De maaltijdcheques stijgen van 7 naar 8 euro en er komen ecocheques ter waarde van 250 euro in 2023.

'Het akkoord had eigenlijk vorig jaar al afgesloten moeten worden en via de ecocheque stroomt ook het bedrag dat vorig jaar werd vastgelegd nog terug naar de werknemers', aldus Ilse Remy van ACV Openbare Diensten. 'Elke euro die voorzien was, gaat naar de koopkrachtverhoging van het personeel. Dat is in deze tijden niet onbelangrijk.'

Somers: 'Werken moet lonen'

Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open VLD) bevestigt dat hij vrijdagvoormiddag een princiepsakkoord over een nieuw sectoraal akkoord 2020-2022 op tafel legde van de Vlaamse regering. 'Werken moet lonen. De middelen van de overheid zijn schaars en moeten verstandig worden ingezet. Met dit princiepsakkoord wordt gekozen om de laagste lonen in verhouding het meest te verhogen. Daarnaast wil ik ambtenaren stimuleren om op een klimaatvriendelijke manier naar het werk te komen door de fietsvergoeding te verhogen', zegt hij.

Binnen dat sectoraal akkoord wordt afgesproken om het eerdere budget van 1,1 procent van de loonmassa dat in 2019 was toegekend op te trekken naar 1,8 procent van de loonmassa, zegt Somers. 'Het budget wordt gebruikt voor verschillende aanpassingen aan de lonen en vergoedingen, waarbij telkens het uitgangspunt is dat lagere lonen netto meer overhouden', klinkt het. 'Het princiepsakkoord ondersteunt daarenboven flexibiliteit met betrekking tot de werkplaats door de invoering van een thuiswerkvergoeding en een verhoogde fietsvergoeding. Verder is er ook aandacht voor de kwalitatieve thema's zoals levenslang leren, individuele beroepsopleidingen en werkbaar werk. Er komt ook een regeling voor de uitbetaling vakantiedagen bij uitdiensttreding.'

De minister zegt ook dat hij vrijdag naar de Vlaamse regering stapte met een conceptnota rond de modernisering van het personeelsbeleid van de Vlaamse overheid. Hij wil dat contractuele in plaats van statuaire tewerkstelling de standaard wordt en dat er een systeem komt van prestatiegericht verlonen.

Ilse Remy zegt dat de vakbonden kritiek hebben op dat zogenaamde 5-sporenbeleid, maar dat ze daarover nog in gesprek zullen gaan. Ze benadrukt ook dat dat traject volledig losstaat van het sectoraal akkoord.

"De relaties binnen de overheden zijn niet altijd zo goed, maar we hebben toch een sectoraal akkoord kunnen bekomen waardoor de koopkracht van onze mensen verhoogd wordt", aldus Gerda De Norre van VSOA.Concreet gaat het over onder meer een baremieke verhoging van de loonschalen, een verhoging van de maaltijdcheques en een verhoging van de eindjaarspremie. Heel belangrijk voor de vakbonden is dat de verhoging van de loonschalen wordt uitgedrukt in een bedrag en niet in een percentage, waardoor de verhoging voor de laagste lonen in verhouding de grootste is. Volgens De Norre gaat het om een verhoging van 550 euro bruto. De maaltijdcheques stijgen van 7 naar 8 euro en er komen ecocheques ter waarde van 250 euro in 2023.'Het akkoord had eigenlijk vorig jaar al afgesloten moeten worden en via de ecocheque stroomt ook het bedrag dat vorig jaar werd vastgelegd nog terug naar de werknemers', aldus Ilse Remy van ACV Openbare Diensten. 'Elke euro die voorzien was, gaat naar de koopkrachtverhoging van het personeel. Dat is in deze tijden niet onbelangrijk.' Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open VLD) bevestigt dat hij vrijdagvoormiddag een princiepsakkoord over een nieuw sectoraal akkoord 2020-2022 op tafel legde van de Vlaamse regering. 'Werken moet lonen. De middelen van de overheid zijn schaars en moeten verstandig worden ingezet. Met dit princiepsakkoord wordt gekozen om de laagste lonen in verhouding het meest te verhogen. Daarnaast wil ik ambtenaren stimuleren om op een klimaatvriendelijke manier naar het werk te komen door de fietsvergoeding te verhogen', zegt hij.Binnen dat sectoraal akkoord wordt afgesproken om het eerdere budget van 1,1 procent van de loonmassa dat in 2019 was toegekend op te trekken naar 1,8 procent van de loonmassa, zegt Somers. 'Het budget wordt gebruikt voor verschillende aanpassingen aan de lonen en vergoedingen, waarbij telkens het uitgangspunt is dat lagere lonen netto meer overhouden', klinkt het. 'Het princiepsakkoord ondersteunt daarenboven flexibiliteit met betrekking tot de werkplaats door de invoering van een thuiswerkvergoeding en een verhoogde fietsvergoeding. Verder is er ook aandacht voor de kwalitatieve thema's zoals levenslang leren, individuele beroepsopleidingen en werkbaar werk. Er komt ook een regeling voor de uitbetaling vakantiedagen bij uitdiensttreding.'De minister zegt ook dat hij vrijdag naar de Vlaamse regering stapte met een conceptnota rond de modernisering van het personeelsbeleid van de Vlaamse overheid. Hij wil dat contractuele in plaats van statuaire tewerkstelling de standaard wordt en dat er een systeem komt van prestatiegericht verlonen. Ilse Remy zegt dat de vakbonden kritiek hebben op dat zogenaamde 5-sporenbeleid, maar dat ze daarover nog in gesprek zullen gaan. Ze benadrukt ook dat dat traject volledig losstaat van het sectoraal akkoord.