Acerta bekeek 35.000 arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur die begonnen tussen 1 januari 2017 en 30 juni 2018 bij 32.000 kmo's en grote ondernemingen. In 29,65 procent van de gevallen is de nieuwe medewerker binnen het jaar alweer weg. Na zes maanden bedraagt het cumulatief vertrek 18,8 procent.

Slechts in een derde van de gevallen waar de arbeidsovereenkomst binnen het jaar een einde neemt, is dat de beslissing van de werkgever (30,9 procent). In 30,8 procent van de gevallen is het een eenzijdige beslissing van de medewerker. In 29,8 procent van de gevallen gebeurt de beëindiging in wederzijds akkoord.

Het percentage vroege vertrekkers met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur daalt met de omvang van een organisatie: 38,1 procent bij kmo's met 1 tot 4 werknemers, 33,5 procent in bedrijven met 10 tot 19 werknemers tegenover 24,3 procent in bedrijven met meer dan 500 werknemers. 'We zien bovendien dat arbeiders (34,7 procent) net iets meer vroeg vertrekken dan bedienden (26,3 procent). Dat veel kleine ondernemingen meer arbeiders dan bedienden in dienst hebben, zou dus een deel van de verklaring kunnen zijn', aldus Tom Vlieghe, directeur Acerta Consult.