Een paar weken geleden werd ik gehoord in de Kamer over een wetsvoorstel dat bijkomende sancties wou invoeren ten aanzien van fiscale tussenpersonen. Als fiere beroepsbeoefenaar suisden mijn oren, toen ik van bepaalde parlementsleden hoorde dat accountants en belastingadviseurs "in het hart van de fraude stonden". Dat er nog méér strafrechtelijke, administratiefrechtelijke en tuchtsancties moesten komen, naast het al bestaande arsenaal aan sancties voor dezelfde feiten. Dat beroepsbeoefenaars blijkbaar zo vatbaar zijn voor fraude, dat het verantwoord is om het algemeen geldende beginsel van onschuld vlotjes om te draaien naar een vermoeden van schuld ten aanzien van eenieder die het ooit heeft aangedurfd om voor ons beroep te kiezen.

Rotte appels

Laat me duidelijk zijn: zijn er rotte appels in onze beroepsgroep? Natuurlijk, zoals in alle beroepen! Denk maar aan de recente mediaberichten over de accountant die onterecht een heel groot bedrag aan coronapremies heeft aangevraagd. Maar dat is een kleine minderheid en de middelen om hen ter verantwoording te roepen, bestaan al ruimschoots. Het is voor ons ook frustrerend om te merken dat de namen die verschijnen in grote fraudedossiers, in de meeste gevallen personen blijken te zijn die niet ingeschreven zijn in ons openbaar register, maar in de media wel "boekhouder" worden genoemd.

Toenemende delegatie van overheidstaken

De visie van beleidsmakers op ons beroep lijkt op dat van een kind dat een madeliefje kaal plukt: ik hou van jou, ik hou niet van jou,... Want terwijl bepaalde parlementsleden - en niet de minste - ons enerzijds graag op één lijn plaatsen met criminele ondernemers die grootschalige fraudeconstructies opzetten, worden we anderzijds meer en meer ingeschakeld om de taak van de overheid te vervullen in het kader van die strijd tegen het witwassen, fiscale fraude, insolventie en het accuraat houden van het UBO-register. Geen eenvoudige taak, want waar ligt bijvoorbeeld de grens tussen gewone en ernstige fiscale fraude? Niemand weet het! Ondanks meermaals aandringen heeft geen enkele minister het aangedurfd om het begrip 'ernstige fiscale fraude' te definiëren, en zo rechtszekerheid te creëren.

Accountants en belastingadviseurs: vriend of vijand?

Kantoren besteden gemiddeld 8 à 10 procent van hun tijd aan de administratie gelinkt aan die overheidstaken. De kostprijs om dat te organiseren ligt heel hoog, waardoor vooral de kleine kantoren het heel moeilijk hebben. Dat verhoogt vanzelfsprekend ook het kostenplaatje voor de ondernemingen, wat, zeker in coronatijd, moeilijk uit te leggen valt aan onze cliënten. Waarom moet een onderneming, via haar economische beroepsbeoefenaar, bijkomend betalen voor iets wat eigenlijk de taak van de overheid is: "Betalen we al niet genoeg belastingen?"

Twee maten, twee gewichten

De strijd tegen fiscale fraude is bovendien hét argument bij uitstek om het beroepsgeheim te beperken, nochtans de essentie van ons beroep. Men vergeet dat België een kmo-land is, en dat de rol van de accountant en de belastingadviseur juist is zelfstandige ondernemers en kmo's te helpen om de juiste boekhoudkundige en/of fiscale organisatie in te richten die onontbeerlijk is voor de gezonde ontwikkeling van een onderneming. Dat vraagt bij de cliënt het vertrouwen dat hij alles mag vertellen aan zijn accountant of belastingadviseur, zodat die hem op de juiste weg kan brengen. De beroepsbeoefenaar-klikspaan vreet aan die vertrouwensrelatie, ten nadele van de economische gezondheid van een onderneming.

En zelfs in het kader van de uitbesteding van overheidstaken aan accountants en belastingadviseurs, steekt het fundamentele wantrouwen ten aanzien van onze beroepsgroep telkens weer de kop op. Wordt bij de advocaten in het kader van de melding bij vermoedens van witwassen of bij een UBO-discrepantie een filter van de stafhouder ingevoerd om hun beroepsgeheim te beschermen, dan is er absoluut geen sprake van om dezelfde filter in te voeren voor accountants en belastingadviseurs. Zijn de adviezen van de bedrijfsjurist gedekt door confidentialiteit - wat een recent wetsvoorstel zelfs wil versterken - dan is er absoluut geen sprake van om dezelfde confidentialiteit toe te kennen aan de adviezen van interne accountants en interne belastingadviseurs, die onder hetzelfde statuut als de bedrijfsjurist gelijksoortige adviezen aan hun werkgever bezorgen.

'Wij zijn geen kamikazes!'

Een week geleden kwamen we weer uit bij een madeliefblaadje 'ik hou niet van jou'. Een nieuwe overheidstaak voor de beroepsbeoefenaren werd ingevoerd: het accuraat houden van het UBO-register. Meer dan duizend leden uitten ten aanzien van de minister en het parlement de bezorgdheid dat die nieuwe meldingsplicht de veiligheid van accountants en belastingadviseurs in gevaar brengt, als het gaat om een melding bij een 'witwascliënt'. De meerderheid gaf niet thuis.

Willen wij een (groot) deel van de overheidstaak in de strijd tegen witwassen en fiscale fraude vervullen? Ja. Mag van ons verwacht worden dat we onze eigen persoonlijke veiligheid hierbij op het spel zetten? Neen, neen, en nog eens neen.

Taxcificatie

Voor alle duidelijkheid: het merendeel van de beroepsbeoefenaars doet zijn werk met hart en ziel én correct, in moeilijke omstandigheden. Maar het gebrek aan maatschappelijke waardering uit de politieke hoek is zeker geen motiverende factor en - zo leeft het gevoel bij velen onder ons na vorige week - zelfs wraakroepend. Het is niet verwonderlijk dat boekhouder een knelpuntberoep is!

Ooit heeft een minister het lovenswaardige initiatief genomen om de taxcificatie in te voeren, om de relatie tussen de beroepsbeoefenaars en de fiscale administratie te verbeteren. Misschien is het tijd om een taxcificatie in te voeren tussen de politici en de beroepsbeoefenaars, gebaseerd op regelmatig, tijdig en constructief overleg met de sector, met wederzijds respect, kennis van het terrein en liefst zonder madeliefjes.

Een paar weken geleden werd ik gehoord in de Kamer over een wetsvoorstel dat bijkomende sancties wou invoeren ten aanzien van fiscale tussenpersonen. Als fiere beroepsbeoefenaar suisden mijn oren, toen ik van bepaalde parlementsleden hoorde dat accountants en belastingadviseurs "in het hart van de fraude stonden". Dat er nog méér strafrechtelijke, administratiefrechtelijke en tuchtsancties moesten komen, naast het al bestaande arsenaal aan sancties voor dezelfde feiten. Dat beroepsbeoefenaars blijkbaar zo vatbaar zijn voor fraude, dat het verantwoord is om het algemeen geldende beginsel van onschuld vlotjes om te draaien naar een vermoeden van schuld ten aanzien van eenieder die het ooit heeft aangedurfd om voor ons beroep te kiezen.Laat me duidelijk zijn: zijn er rotte appels in onze beroepsgroep? Natuurlijk, zoals in alle beroepen! Denk maar aan de recente mediaberichten over de accountant die onterecht een heel groot bedrag aan coronapremies heeft aangevraagd. Maar dat is een kleine minderheid en de middelen om hen ter verantwoording te roepen, bestaan al ruimschoots. Het is voor ons ook frustrerend om te merken dat de namen die verschijnen in grote fraudedossiers, in de meeste gevallen personen blijken te zijn die niet ingeschreven zijn in ons openbaar register, maar in de media wel "boekhouder" worden genoemd.De visie van beleidsmakers op ons beroep lijkt op dat van een kind dat een madeliefje kaal plukt: ik hou van jou, ik hou niet van jou,... Want terwijl bepaalde parlementsleden - en niet de minste - ons enerzijds graag op één lijn plaatsen met criminele ondernemers die grootschalige fraudeconstructies opzetten, worden we anderzijds meer en meer ingeschakeld om de taak van de overheid te vervullen in het kader van die strijd tegen het witwassen, fiscale fraude, insolventie en het accuraat houden van het UBO-register. Geen eenvoudige taak, want waar ligt bijvoorbeeld de grens tussen gewone en ernstige fiscale fraude? Niemand weet het! Ondanks meermaals aandringen heeft geen enkele minister het aangedurfd om het begrip 'ernstige fiscale fraude' te definiëren, en zo rechtszekerheid te creëren.Kantoren besteden gemiddeld 8 à 10 procent van hun tijd aan de administratie gelinkt aan die overheidstaken. De kostprijs om dat te organiseren ligt heel hoog, waardoor vooral de kleine kantoren het heel moeilijk hebben. Dat verhoogt vanzelfsprekend ook het kostenplaatje voor de ondernemingen, wat, zeker in coronatijd, moeilijk uit te leggen valt aan onze cliënten. Waarom moet een onderneming, via haar economische beroepsbeoefenaar, bijkomend betalen voor iets wat eigenlijk de taak van de overheid is: "Betalen we al niet genoeg belastingen?"De strijd tegen fiscale fraude is bovendien hét argument bij uitstek om het beroepsgeheim te beperken, nochtans de essentie van ons beroep. Men vergeet dat België een kmo-land is, en dat de rol van de accountant en de belastingadviseur juist is zelfstandige ondernemers en kmo's te helpen om de juiste boekhoudkundige en/of fiscale organisatie in te richten die onontbeerlijk is voor de gezonde ontwikkeling van een onderneming. Dat vraagt bij de cliënt het vertrouwen dat hij alles mag vertellen aan zijn accountant of belastingadviseur, zodat die hem op de juiste weg kan brengen. De beroepsbeoefenaar-klikspaan vreet aan die vertrouwensrelatie, ten nadele van de economische gezondheid van een onderneming.En zelfs in het kader van de uitbesteding van overheidstaken aan accountants en belastingadviseurs, steekt het fundamentele wantrouwen ten aanzien van onze beroepsgroep telkens weer de kop op. Wordt bij de advocaten in het kader van de melding bij vermoedens van witwassen of bij een UBO-discrepantie een filter van de stafhouder ingevoerd om hun beroepsgeheim te beschermen, dan is er absoluut geen sprake van om dezelfde filter in te voeren voor accountants en belastingadviseurs. Zijn de adviezen van de bedrijfsjurist gedekt door confidentialiteit - wat een recent wetsvoorstel zelfs wil versterken - dan is er absoluut geen sprake van om dezelfde confidentialiteit toe te kennen aan de adviezen van interne accountants en interne belastingadviseurs, die onder hetzelfde statuut als de bedrijfsjurist gelijksoortige adviezen aan hun werkgever bezorgen.Een week geleden kwamen we weer uit bij een madeliefblaadje 'ik hou niet van jou'. Een nieuwe overheidstaak voor de beroepsbeoefenaren werd ingevoerd: het accuraat houden van het UBO-register. Meer dan duizend leden uitten ten aanzien van de minister en het parlement de bezorgdheid dat die nieuwe meldingsplicht de veiligheid van accountants en belastingadviseurs in gevaar brengt, als het gaat om een melding bij een 'witwascliënt'. De meerderheid gaf niet thuis.Willen wij een (groot) deel van de overheidstaak in de strijd tegen witwassen en fiscale fraude vervullen? Ja. Mag van ons verwacht worden dat we onze eigen persoonlijke veiligheid hierbij op het spel zetten? Neen, neen, en nog eens neen.Voor alle duidelijkheid: het merendeel van de beroepsbeoefenaars doet zijn werk met hart en ziel én correct, in moeilijke omstandigheden. Maar het gebrek aan maatschappelijke waardering uit de politieke hoek is zeker geen motiverende factor en - zo leeft het gevoel bij velen onder ons na vorige week - zelfs wraakroepend. Het is niet verwonderlijk dat boekhouder een knelpuntberoep is!Ooit heeft een minister het lovenswaardige initiatief genomen om de taxcificatie in te voeren, om de relatie tussen de beroepsbeoefenaars en de fiscale administratie te verbeteren. Misschien is het tijd om een taxcificatie in te voeren tussen de politici en de beroepsbeoefenaars, gebaseerd op regelmatig, tijdig en constructief overleg met de sector, met wederzijds respect, kennis van het terrein en liefst zonder madeliefjes.