Deze week kondigde het ABVV acties aan in het kader van het loonoverleg. Het ABVV eist hogere loonstijgingen, een hoger minimumloon en een versoepeling van het brugpensioen. Bizar genoeg kadert het die eisen in een plan om via een sterkere koopkracht uit deze crisis te raken. Daarmee grijpt de vakbond evenwel terug naar recepten waarvan al eerder is bewezen dat ze niet werken. Stuk voor stuk zijn het recepten die het herstel uit deze crisis de komende jaren zouden bemoeilijken.

'Meer loonstijging dan 0,4 procent'

Er ligt in het loonoverleg voor 2021-2022 een loonstijging van 3,2 procent op tafel (2,8% indexering plus 0,4% reële marge). Al te vlot wordt de 2,8 procent aan verwachte indexering genegeerd, terwijl dat natuurlijk ook een stijging van de loonkosten betekent. Volgens de vakbonden is dat ruim onvoldoende, ze eisen meer. Om dat in perspectief te plaatsen: sinds 2009 stegen de lonen gemiddeld met 3,7 procent per onderhandelingsperiode van twee jaar. In de nasleep van de diepste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog willen sommigen dus een loonakkoord in lijn met het gemiddelde van de voorbije jaren, net alsof er niets aan de hand is. Daarmee dreigen we onszelf (nog maar eens) in de voet te schieten. De realiteit is dat de 3,2 procent die op tafel ligt voor veel bedrijven onhaalbaar is.

'Een minimumloon van 2300 euro per maand'

België heeft het vierde hoogste minimumloon in Europa. Met 2300 euro zouden we meteen naar de top van de lijst gaan. Daarmee zouden we ons zeer reële armoedeprobleem allicht nog vergroten. België behoort tot de Europese landen met het laagste aantal werkende armen, maar we hebben wel veel niet-werkende armen. Armoede is in België in belangrijke mate gelinkt aan het niet aan de bak raken op de arbeidsmarkt. Een fors hoger minimumloon zou de drempel naar de arbeidsmarkt voor velen nog verhogen. Dat dreigt vooral zwakkeren de toegang tot de arbeidsmarkt te versperren, wat het armoedeprobleem nog zou verergeren.

ABVV haalt mislukte recepten weer boven.

'De economische relance kan niet zonder sterke koopkrachtige vraag'

Pleidooien voor meer koopkracht werden de voorbije maanden al meermaals gelanceerd, maar zijn gebaseerd op een verkeerde inschatting van deze crisis. Dit is geen crisis van de koopkracht van de mensen. De gemiddelde koopkracht van de Belgen is in deze crisis niet afgenomen. Drie op de vier gezinnen hebben geen inkomensverlies geleden. Een beperkt deel van de gezinnen, veelal de meest kwetsbaren, zijn wel hard geraakt. Dat impliceert dat gerichte koopkrachtmaatregelen naar die beperkte groep nodig en zinvol zijn, maar dat het herstel zonder brede koopkrachtverhoging niet kan, is nergens op gebaseerd.

'Uitbreiding van het recht op SWT (brugpensioen)'

In België hebben we al veel langer de neiging om na crisissen 'ouderen' buiten de arbeidsmarkt te parkeren onder het mom van plaats te maken voor jongeren. Dat idee is al lang en ontelbare keren weerlegd. Er is geen vaste hoeveelheid werk die verdeeld moet worden over de werkenden. Een goed werkende arbeidsmarkt creëert meer jobs voor ouderen en voor jongeren (of een paar decennia eerder voor mannen en voor vrouwen). Mensen vroegtijdig afschrijven voor de arbeidsmarkt ondermijnt onze economie en onze welvaart op langere termijn.

Met deze eisen grijpt het ABVV terug naar recepten die in het verleden al geprobeerd zijn. In de jaren zeventig dacht men de oliecrisis op te vangen door de koopkracht van de mensen te vrijwaren met ondoordachte loonstijgingen. Dat bleek al snel ten koste te gaan van de concurrentiepositie van de bedrijven met massaal jobverlies als gevolg. Als reactie op de oplopende werkloosheid werd toen het brugpensioen bedacht waarbij ouderen plaats zouden maken voor jongeren. Als gevolg daarvan werden we opgezadeld met een werkzaamheidsgraad bij de laagste van Europa met alle daaraan verbonden problemen voor de financiering van onze welvaartsstaat.

De concurrentiepositie en de werkzaamheidsgraad blijven tot op vandaag zwakke punten van onze economie. Nu de fouten uit het verleden herhalen, zou het herstel uit deze crisis bemoeilijken. Dan wordt corona geen tijdelijke schok, maar zadelen we onszelf op met nieuwe handicaps die ons groeipotentieel en dus onze welvaart op langere termijn ondergraven.

Deze week kondigde het ABVV acties aan in het kader van het loonoverleg. Het ABVV eist hogere loonstijgingen, een hoger minimumloon en een versoepeling van het brugpensioen. Bizar genoeg kadert het die eisen in een plan om via een sterkere koopkracht uit deze crisis te raken. Daarmee grijpt de vakbond evenwel terug naar recepten waarvan al eerder is bewezen dat ze niet werken. Stuk voor stuk zijn het recepten die het herstel uit deze crisis de komende jaren zouden bemoeilijken.Er ligt in het loonoverleg voor 2021-2022 een loonstijging van 3,2 procent op tafel (2,8% indexering plus 0,4% reële marge). Al te vlot wordt de 2,8 procent aan verwachte indexering genegeerd, terwijl dat natuurlijk ook een stijging van de loonkosten betekent. Volgens de vakbonden is dat ruim onvoldoende, ze eisen meer. Om dat in perspectief te plaatsen: sinds 2009 stegen de lonen gemiddeld met 3,7 procent per onderhandelingsperiode van twee jaar. In de nasleep van de diepste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog willen sommigen dus een loonakkoord in lijn met het gemiddelde van de voorbije jaren, net alsof er niets aan de hand is. Daarmee dreigen we onszelf (nog maar eens) in de voet te schieten. De realiteit is dat de 3,2 procent die op tafel ligt voor veel bedrijven onhaalbaar is.België heeft het vierde hoogste minimumloon in Europa. Met 2300 euro zouden we meteen naar de top van de lijst gaan. Daarmee zouden we ons zeer reële armoedeprobleem allicht nog vergroten. België behoort tot de Europese landen met het laagste aantal werkende armen, maar we hebben wel veel niet-werkende armen. Armoede is in België in belangrijke mate gelinkt aan het niet aan de bak raken op de arbeidsmarkt. Een fors hoger minimumloon zou de drempel naar de arbeidsmarkt voor velen nog verhogen. Dat dreigt vooral zwakkeren de toegang tot de arbeidsmarkt te versperren, wat het armoedeprobleem nog zou verergeren.Pleidooien voor meer koopkracht werden de voorbije maanden al meermaals gelanceerd, maar zijn gebaseerd op een verkeerde inschatting van deze crisis. Dit is geen crisis van de koopkracht van de mensen. De gemiddelde koopkracht van de Belgen is in deze crisis niet afgenomen. Drie op de vier gezinnen hebben geen inkomensverlies geleden. Een beperkt deel van de gezinnen, veelal de meest kwetsbaren, zijn wel hard geraakt. Dat impliceert dat gerichte koopkrachtmaatregelen naar die beperkte groep nodig en zinvol zijn, maar dat het herstel zonder brede koopkrachtverhoging niet kan, is nergens op gebaseerd.In België hebben we al veel langer de neiging om na crisissen 'ouderen' buiten de arbeidsmarkt te parkeren onder het mom van plaats te maken voor jongeren. Dat idee is al lang en ontelbare keren weerlegd. Er is geen vaste hoeveelheid werk die verdeeld moet worden over de werkenden. Een goed werkende arbeidsmarkt creëert meer jobs voor ouderen en voor jongeren (of een paar decennia eerder voor mannen en voor vrouwen). Mensen vroegtijdig afschrijven voor de arbeidsmarkt ondermijnt onze economie en onze welvaart op langere termijn.Met deze eisen grijpt het ABVV terug naar recepten die in het verleden al geprobeerd zijn. In de jaren zeventig dacht men de oliecrisis op te vangen door de koopkracht van de mensen te vrijwaren met ondoordachte loonstijgingen. Dat bleek al snel ten koste te gaan van de concurrentiepositie van de bedrijven met massaal jobverlies als gevolg. Als reactie op de oplopende werkloosheid werd toen het brugpensioen bedacht waarbij ouderen plaats zouden maken voor jongeren. Als gevolg daarvan werden we opgezadeld met een werkzaamheidsgraad bij de laagste van Europa met alle daaraan verbonden problemen voor de financiering van onze welvaartsstaat.De concurrentiepositie en de werkzaamheidsgraad blijven tot op vandaag zwakke punten van onze economie. Nu de fouten uit het verleden herhalen, zou het herstel uit deze crisis bemoeilijken. Dan wordt corona geen tijdelijke schok, maar zadelen we onszelf op met nieuwe handicaps die ons groeipotentieel en dus onze welvaart op langere termijn ondergraven.