Drie weken geleden schreef de Europese Commissie haar eerste corona-obligatie uit. Daarmee haalde ze 17 miljard euro op om haar plannen voor de werkloosheidsherverzekering SURE te financieren. De vraag naar de obligatie was maar liefst 13 keer groter dan het aanbod. Als investeerders de kans zouden hebben gekregen, zouden ze voor meer dan 200 miljard euro aan gemeenschappelijke Europese schuld hebben gekocht. Dat terwijl eurocritici al decennialang hoog van de toren blazen dat gemeenschappelijk Europees schuldpapier nooit zou werken.

Een ander nieuwtje in diezelfde week was dat België voor het eerst meer dan 500 miljard euro overheidsschuld heeft uitstaan. Begrotingsfetisjisten en budgettaire puriteinen buitelden op sociale media over elkaar heen om schande en verontwaardiging uit te spreken over de Belgische begrotingsdiscipline en de zogezegde ontspoorde schuldgraad. Waar die budgettaire zelfkastijding vandaan komt, is een raadsel, want die schuldenberg van 500 miljard euro is geen probleem. Althans niet in het geglobaliseerde financiële systeem waarin we vandaag leven.

Schaduwgeld

De reden daarvoor is dezelfde als die waarom beleggers liever het tienvoudige aan euro-obligaties hadden gekocht. Het wereldwijde financiële systeem kent een onverzadigbare honger naar kwaliteitsvolle overheidsobligaties, in financieel jargon ook wel safe assets genoemd. Dat systeem draait op hoogwaardige overheidsobligaties. Ook al leveren die met de huidige lage rentes zelfs een negatief rendement op - dat wil zeggen dat financiële partijen de overheden betalen om hun schulden te kunnen afnemen - en worden overheden betaald om geld te lenen, toch worden alle obligaties van geavanceerde economieën zoals Duitsland, de Verenigde Staten maar ook Italië en België in een mum van tijd opgekocht.

Dat schuldpapier is een soort schaduwgeld geworden waarmee banken, verzekeraars, pensioenfondsen, vermogensbeheerders en hefboomfondsen hun activiteiten financieren op de geglobaliseerde geld- en derivatenmarkten. Overheidsobligaties zijn het favoriete onderpand waarmee financiële spelers elkaar voor de korte termijn geld lenen of waarmee ze hun rente- en wisselkoersderivaten afdekken. Als overheidsobligaties het schaduwgeld zijn op die markten, dan zijn overheden een soort schaduw-centrale bank.

500 miljard euro overheidsschulden: geen probleem.

Jaarlijks gaat er meer dan 8000 miljard euro om op de Europese geldmarkt waar financiële spelers elkaar dag in dag uit geld lenen in ruil voor onderpand. De helft van al die kortetermijnleningen wordt afgedekt door overheidsobligaties. Zonder die staatsschuld kost het hen dus veel meer om geld te lenen van en aan elkaar, want van minderwaardig onderpand moeten ze meer in ruil geven en meer rente betalen voor dezelfde lening. De Europese derivatenmarkt is goed voor 735.000 miljard euro per jaar. En ook daar zijn overheidsobligaties cruciaal om al die derivatencontracten mee af te dekken.

Weg met budgettair populisme

Maar er dreigt een tekort aan kwaliteitsvolle overheidsobligaties. Ten eerste omdat de Europese Centrale Bank die via haar soepel geldbeleid massaal heeft opgekocht. Daarnaast omdat banken en andere financiële spelers sinds de laatste financiële crisis veel meer een beroep doen op dat soort onderpandfinanciering. Vroeger leenden ze elkaar op goed vertrouwen geld op de korte termijn. Maar die zogenaamde unsecured market is na 2008 zo goed als opgedroogd en volledig verschoven naar de secured market, waarop alle kortlopend krediet is gedekt door onderpand.

Overheidsobligaties zijn daar nog altijd het favoriete instrument voor, ook de Belgische. Ondanks alle doemberichten blijven dat bij de veiligste financiële activa. Waarom? Omdat een land als België niet failliet kan gaan. Men maakt maar al te graag de vergelijking tussen het huishoudboekje en het overheidsbudget, maar dat is aperte nonsens, want de overheid schept haar eigen geld. In Europa gebeurt dat weliswaar via een aantal tussenschakels waarin de nationale centrale banken verbonden zijn aan de Europese Centrale Bank. Die techniciteit terzijde gelaten, bepalen de lidstaten van de eurozone zelf hoeveel geld ze uitgeven. Ze moeten daarvoor dus niet eerst inkomsten genereren zoals een huishouden door te gaan werken, of lenen zoals iemand eerst een lening moet aangaan en dan pas een huis kan kopen.

De financiële noodpakketten en steunmaatregelen in deze coronacrisis zijn daar het perfecte voorbeeld van. Daarvoor moesten de overheden niet eerst belastinginkomsten binnenkrijgen of overheidsobligaties uitschrijven. Het geld van die steunmaatregelen komt rechtstreeks op de bankrekeningen van de getroffen werklozen en bedrijven zonder dat de overheid daar eerst voor moet lenen of belastingen heffen. Overheden geven dus eerst uit voordat ze lenen of taksen innen, terwijl dat bij huishoudens net het omgekeerde is. Hopelijk is daarmee die budgettair-populistische vergelijking uit de wereld geholpen.

Let wel, de onverzadigbare honger van het financiële systeem naar overheidsschulden staat los van de kwaliteit van de uitgaven die overheden doen met dat opgehaalde geld. Bovenstaande is geen pleidooi om overheidsgeld langs ramen en deuren naar buiten te gooien. Het doel van die overheidsschulden is wat telt. En het schuldig verzuim van onze overheid om een aanzienlijk deel niet in te zetten voor productieve publieke investeringen, daar mag men wel via de socialemediatoeters verontwaardiging en schande over spreken.

Drie weken geleden schreef de Europese Commissie haar eerste corona-obligatie uit. Daarmee haalde ze 17 miljard euro op om haar plannen voor de werkloosheidsherverzekering SURE te financieren. De vraag naar de obligatie was maar liefst 13 keer groter dan het aanbod. Als investeerders de kans zouden hebben gekregen, zouden ze voor meer dan 200 miljard euro aan gemeenschappelijke Europese schuld hebben gekocht. Dat terwijl eurocritici al decennialang hoog van de toren blazen dat gemeenschappelijk Europees schuldpapier nooit zou werken.Een ander nieuwtje in diezelfde week was dat België voor het eerst meer dan 500 miljard euro overheidsschuld heeft uitstaan. Begrotingsfetisjisten en budgettaire puriteinen buitelden op sociale media over elkaar heen om schande en verontwaardiging uit te spreken over de Belgische begrotingsdiscipline en de zogezegde ontspoorde schuldgraad. Waar die budgettaire zelfkastijding vandaan komt, is een raadsel, want die schuldenberg van 500 miljard euro is geen probleem. Althans niet in het geglobaliseerde financiële systeem waarin we vandaag leven.De reden daarvoor is dezelfde als die waarom beleggers liever het tienvoudige aan euro-obligaties hadden gekocht. Het wereldwijde financiële systeem kent een onverzadigbare honger naar kwaliteitsvolle overheidsobligaties, in financieel jargon ook wel safe assets genoemd. Dat systeem draait op hoogwaardige overheidsobligaties. Ook al leveren die met de huidige lage rentes zelfs een negatief rendement op - dat wil zeggen dat financiële partijen de overheden betalen om hun schulden te kunnen afnemen - en worden overheden betaald om geld te lenen, toch worden alle obligaties van geavanceerde economieën zoals Duitsland, de Verenigde Staten maar ook Italië en België in een mum van tijd opgekocht.Dat schuldpapier is een soort schaduwgeld geworden waarmee banken, verzekeraars, pensioenfondsen, vermogensbeheerders en hefboomfondsen hun activiteiten financieren op de geglobaliseerde geld- en derivatenmarkten. Overheidsobligaties zijn het favoriete onderpand waarmee financiële spelers elkaar voor de korte termijn geld lenen of waarmee ze hun rente- en wisselkoersderivaten afdekken. Als overheidsobligaties het schaduwgeld zijn op die markten, dan zijn overheden een soort schaduw-centrale bank.Jaarlijks gaat er meer dan 8000 miljard euro om op de Europese geldmarkt waar financiële spelers elkaar dag in dag uit geld lenen in ruil voor onderpand. De helft van al die kortetermijnleningen wordt afgedekt door overheidsobligaties. Zonder die staatsschuld kost het hen dus veel meer om geld te lenen van en aan elkaar, want van minderwaardig onderpand moeten ze meer in ruil geven en meer rente betalen voor dezelfde lening. De Europese derivatenmarkt is goed voor 735.000 miljard euro per jaar. En ook daar zijn overheidsobligaties cruciaal om al die derivatencontracten mee af te dekken.Maar er dreigt een tekort aan kwaliteitsvolle overheidsobligaties. Ten eerste omdat de Europese Centrale Bank die via haar soepel geldbeleid massaal heeft opgekocht. Daarnaast omdat banken en andere financiële spelers sinds de laatste financiële crisis veel meer een beroep doen op dat soort onderpandfinanciering. Vroeger leenden ze elkaar op goed vertrouwen geld op de korte termijn. Maar die zogenaamde unsecured market is na 2008 zo goed als opgedroogd en volledig verschoven naar de secured market, waarop alle kortlopend krediet is gedekt door onderpand.Overheidsobligaties zijn daar nog altijd het favoriete instrument voor, ook de Belgische. Ondanks alle doemberichten blijven dat bij de veiligste financiële activa. Waarom? Omdat een land als België niet failliet kan gaan. Men maakt maar al te graag de vergelijking tussen het huishoudboekje en het overheidsbudget, maar dat is aperte nonsens, want de overheid schept haar eigen geld. In Europa gebeurt dat weliswaar via een aantal tussenschakels waarin de nationale centrale banken verbonden zijn aan de Europese Centrale Bank. Die techniciteit terzijde gelaten, bepalen de lidstaten van de eurozone zelf hoeveel geld ze uitgeven. Ze moeten daarvoor dus niet eerst inkomsten genereren zoals een huishouden door te gaan werken, of lenen zoals iemand eerst een lening moet aangaan en dan pas een huis kan kopen.De financiële noodpakketten en steunmaatregelen in deze coronacrisis zijn daar het perfecte voorbeeld van. Daarvoor moesten de overheden niet eerst belastinginkomsten binnenkrijgen of overheidsobligaties uitschrijven. Het geld van die steunmaatregelen komt rechtstreeks op de bankrekeningen van de getroffen werklozen en bedrijven zonder dat de overheid daar eerst voor moet lenen of belastingen heffen. Overheden geven dus eerst uit voordat ze lenen of taksen innen, terwijl dat bij huishoudens net het omgekeerde is. Hopelijk is daarmee die budgettair-populistische vergelijking uit de wereld geholpen.Let wel, de onverzadigbare honger van het financiële systeem naar overheidsschulden staat los van de kwaliteit van de uitgaven die overheden doen met dat opgehaalde geld. Bovenstaande is geen pleidooi om overheidsgeld langs ramen en deuren naar buiten te gooien. Het doel van die overheidsschulden is wat telt. En het schuldig verzuim van onze overheid om een aanzienlijk deel niet in te zetten voor productieve publieke investeringen, daar mag men wel via de socialemediatoeters verontwaardiging en schande over spreken.