Het is oorlog en bewapenen in Europa. Miljoenen vluchtelingen hebben opvang nodig. De levens- en de bedrijfskosten gaan door het dak. De coronapandemie blijft. De klimaatklok tikt. Een nieuwe koude oorlog weegt. Multinationals trekken zich met kleerscheuren uit Rusland terug. Overheidstekorten druipen dieprood. Alle grote economieën van de wereld komen in ademnood, zelfs China. In Europa is het spook van de stagflatie terug. Met torenhoge schulden voorspellen een lage groei, hoge kosten en hogere intrestvoeten alleen nog slechter weer.

Dat is de rampspoed die onze regeringen in het algemeen belang moeten beheersen. Dat zijn de omstandigheden waarin ze de klimaattransitie, het relancebeleid en de zolang uitgestelde hervormingen van de pensioenen, de gezondheidszorg, de fiscaliteit en de arbeidsmarkt moeten doorvoeren. Dat was de context voor 1 mei, en in die context waren de taferelen van de Dag van arbeid grotesk en schokkend.

Geen aanzet tot collectief appel. Geen uitgestoken hand voor een crisisstrategie. Geen poging om de publieke opinie te doordringen van de realiteit van oorlog en oorlogseconomie. Geen empathie voor de gedeelde smarten van gezinnen en bedrijven. In plaats daarvan: demonisering; de aloude refreinen van meer belastingen, hogere lonen en uitkeringen, maar dan luider en zuurder; een toxisch discours van woekerkapitalisme op de kap van de gewone man en vrouw.

1 mei was meer dan een maat voor niets: het was een schande.

De virtuele realiteit waarin het politieke discours zich in ons land afspeelt, wordt steeds gevaarlijker. De normalisering van het extremisme is algemeen, met op 1 mei slogans over arbitraire winstafroming en geforceerde prijsblokkeringen. Beide zijn onzalige echo's van rampzalige beleidsrecepten van de jaren zeventig. Links en extreemlinks werden zowaar in radicalisme gepakt door de Franstalige liberalen, die voor jongeren de zoveelste reïncarnatie van hun fantasie over een basisinkomen bedachten.

Het is gemakkelijk om al die retoriek te relativeren als barricadepraat. Wat op 1 mei wordt getoeterd, zet de toon voor het beleid dat diezelfde partijen en politici voeren. Het schept de emotie waarmee hun achterban bij de vakbonden het sociaal overleg met de werkgevers aangaan. Terwijl we allemaal in staat van oorlog verkeren, cultiveert de ene partij na de andere een ideologisch en polariserend opbod waarin politieke praxis ofwel onmogelijk ofwel desastreus dreigt te worden.

We bouwen geen inclusieve en sociale welvaart op een economisch kerkhof. Goede winsten, voor zover ze al niet tot het verleden van een kortstondige heropleving behoren, zijn dus goed nieuws. Woekerwinsten zijn problematisch. De twee zijn van elkaar te onderscheiden, als de overheden in België en in Europa een goede marktwerking met eerlijke concurrentie en faire belastingen garanderen. Wie dat niet doet en de excessen afroomt met blokkeringen en heffingen, verstrengelt grootnijverheid met politiek en betonneert een parasitaire economie: een lightversie van Rusland.

Er is geen mirakeloplossing voor de prijzenspiraal van een oorlog en een globaliseringsschok, behalve die oorlog winnen, en dat is niet voor morgen. Er is wel de mogelijkheid van een intelligent sociaal beleid, dat solidariteit met competitiviteit combineert. Dat vergt een belastinghervorming, een investeringsstrategie en maatregelen om meer mensen actief te krijgen. En dan zijn er nog de automatische loonkostenontsporingen waarin de onverwerkte erfenis van de jaren zeventig, bezwaard met de architectuur van de loonnorm, helemaal terug is.

Wat overblijft, is het besef dat de politieke leiders de bevolking niet voorbereiden op samenwerking en solidariteit maar op conflict en afgunst. Op extremisme en provocatie van links volgt voorspelbaar obstructie van rechts. 1 mei was meer dan een maat voor niets: het was een schande.

Het is oorlog en bewapenen in Europa. Miljoenen vluchtelingen hebben opvang nodig. De levens- en de bedrijfskosten gaan door het dak. De coronapandemie blijft. De klimaatklok tikt. Een nieuwe koude oorlog weegt. Multinationals trekken zich met kleerscheuren uit Rusland terug. Overheidstekorten druipen dieprood. Alle grote economieën van de wereld komen in ademnood, zelfs China. In Europa is het spook van de stagflatie terug. Met torenhoge schulden voorspellen een lage groei, hoge kosten en hogere intrestvoeten alleen nog slechter weer.Dat is de rampspoed die onze regeringen in het algemeen belang moeten beheersen. Dat zijn de omstandigheden waarin ze de klimaattransitie, het relancebeleid en de zolang uitgestelde hervormingen van de pensioenen, de gezondheidszorg, de fiscaliteit en de arbeidsmarkt moeten doorvoeren. Dat was de context voor 1 mei, en in die context waren de taferelen van de Dag van arbeid grotesk en schokkend.Geen aanzet tot collectief appel. Geen uitgestoken hand voor een crisisstrategie. Geen poging om de publieke opinie te doordringen van de realiteit van oorlog en oorlogseconomie. Geen empathie voor de gedeelde smarten van gezinnen en bedrijven. In plaats daarvan: demonisering; de aloude refreinen van meer belastingen, hogere lonen en uitkeringen, maar dan luider en zuurder; een toxisch discours van woekerkapitalisme op de kap van de gewone man en vrouw.De virtuele realiteit waarin het politieke discours zich in ons land afspeelt, wordt steeds gevaarlijker. De normalisering van het extremisme is algemeen, met op 1 mei slogans over arbitraire winstafroming en geforceerde prijsblokkeringen. Beide zijn onzalige echo's van rampzalige beleidsrecepten van de jaren zeventig. Links en extreemlinks werden zowaar in radicalisme gepakt door de Franstalige liberalen, die voor jongeren de zoveelste reïncarnatie van hun fantasie over een basisinkomen bedachten.Het is gemakkelijk om al die retoriek te relativeren als barricadepraat. Wat op 1 mei wordt getoeterd, zet de toon voor het beleid dat diezelfde partijen en politici voeren. Het schept de emotie waarmee hun achterban bij de vakbonden het sociaal overleg met de werkgevers aangaan. Terwijl we allemaal in staat van oorlog verkeren, cultiveert de ene partij na de andere een ideologisch en polariserend opbod waarin politieke praxis ofwel onmogelijk ofwel desastreus dreigt te worden.We bouwen geen inclusieve en sociale welvaart op een economisch kerkhof. Goede winsten, voor zover ze al niet tot het verleden van een kortstondige heropleving behoren, zijn dus goed nieuws. Woekerwinsten zijn problematisch. De twee zijn van elkaar te onderscheiden, als de overheden in België en in Europa een goede marktwerking met eerlijke concurrentie en faire belastingen garanderen. Wie dat niet doet en de excessen afroomt met blokkeringen en heffingen, verstrengelt grootnijverheid met politiek en betonneert een parasitaire economie: een lightversie van Rusland.Er is geen mirakeloplossing voor de prijzenspiraal van een oorlog en een globaliseringsschok, behalve die oorlog winnen, en dat is niet voor morgen. Er is wel de mogelijkheid van een intelligent sociaal beleid, dat solidariteit met competitiviteit combineert. Dat vergt een belastinghervorming, een investeringsstrategie en maatregelen om meer mensen actief te krijgen. En dan zijn er nog de automatische loonkostenontsporingen waarin de onverwerkte erfenis van de jaren zeventig, bezwaard met de architectuur van de loonnorm, helemaal terug is.Wat overblijft, is het besef dat de politieke leiders de bevolking niet voorbereiden op samenwerking en solidariteit maar op conflict en afgunst. Op extremisme en provocatie van links volgt voorspelbaar obstructie van rechts. 1 mei was meer dan een maat voor niets: het was een schande.