Het aanvullend pensioen van de Belgen zal in de toekomst lager uitvallen. Het wettelijk gegarandeerd minimumrendement van 3,75 procent (op werknemersbijdragen) en 3,25 procent (op werkgeversbijdragen) is onhoudbaar geworden door de lage rente. De sociale partners geven zichzelf een maand de tijd om een nieuw systeem te ontwikkelen. Wellicht komt er een laag minimum met een variabel rendement in functie van de marktrente daar bovenop.
...

Het aanvullend pensioen van de Belgen zal in de toekomst lager uitvallen. Het wettelijk gegarandeerd minimumrendement van 3,75 procent (op werknemersbijdragen) en 3,25 procent (op werkgeversbijdragen) is onhoudbaar geworden door de lage rente. De sociale partners geven zichzelf een maand de tijd om een nieuw systeem te ontwikkelen. Wellicht komt er een laag minimum met een variabel rendement in functie van de marktrente daar bovenop.Dat er ingegrepen wordt, is een goede zaak. De rendementsgaranties vallen ten laste van de werkgevers, en die dreigden binnen enkele jaren met een grote stroppenpot opgezadeld te worden. Al hebben die werkgevers zelf ook boter op het hoofd. Toen in betere tijden verzekeraars langskwamen met de belofte de rendementsgarantie op zich te nemen, hapten ze massaal toe. Daardoor zit bijna 80 procent van het Belgisch aanvullendpensioengeld in een groepsverzekering. Slechts een vijfde wordt door een pensioenfonds beheerd.Nu de rente al een paar jaren laag is, kunnen de verzekeraars die rendementsgarantie niet langer waarmaken. Dat komt omdat verzekeringsmaatschappijen almaar voorzichtiger geworden zijn. In feite gedragen ze zich niet meer als langetermijnbeleggers. Ze laden hun portefeuilles vol met zogenaamd risicoloze overheids- en bedrijfsobligaties. Maar wie risicoloos en superveilig zegt, zegt meteen ook: weinig rendement.Statistieken wijzen uit dat aandelen op lange termijn het hoogste rendement bieden. Verzekeraars beleggen echter amper nog in aandelen. Vijftien jaar geleden bestond tot een kwart van de investeringsportefeuille van de Belgische verzekeraars nog uit aandelen. In 2007 was dat nog meer dan 10 procent, nu amper 5 procent. Daardoor hebben ze de voorbije jaren een groot deel van de vermogenswinst gemist, die andere investeerders wel boekten op de financiële markten.Om hun risico-aversie te verklaren, wijzen de verzekeraars steevast in de richting van de reglementering die de overheid hen oplegt. Ze worden 'gepenaliseerd' als ze aandelen kopen. Maar de reglementering doet niet anders dan in hogere kapitaaleisen voorzien voor hogere risico's. En dan krijg je hetzelfde verhaal als in de banksector: financiële instellingen werken niet graag met hoge kapitaalbuffers omdat dit voor hun aandeelhouders neerkomt op een lagere return op eigen vermogen.Als verzekeringsmaatschappijen er niet in slagen een degelijk langetermijnrendement te realiseren, moeten we de vraag stellen of zij wel geschikt zijn om pensioengeld te beheren. Een investeerder met een langetermijnhorizon kan best wel enig risico nemen. Als dat gepaard gaat met hogere kapitaaleisen en eventueel minder dividend voor de aandeelhouder, wordt het hoog tijd dat verzekeringsmaatschappijen hun model in die zin aanpassen. Indien ze daartoe niet bereid zijn, zullen veel mensen denken dat ze hun geld beter zelf kunnen beleggen.