Toen de jonge Bernard Arnault ooit de taxi nam in New York, zou dat ritje zijn latere leven bepalen. Hij vroeg aan de taxichauffeur wat die wist over Frankrijk. 'Dior', was het antwoord. Daarmee was het zaadje geplant voor wat zou uitgroeien tot een gigant met een beurswaarde van ruim 200 miljard euro.

Al had het helemaal anders kunnen lopen want muziek, en meer bepaald piano, was de eerste liefde van Arnault. Maar bij gebrek aan talent ging hij na zijn ingenieursstudies in 1971 aan de slag in het bouwbedrijfje van zijn vader in het Noord-Franse Roubaix. Jaren later, in 1984, lobbyde Arnault bij de Franse overheid om het virtueel failliete textielbedrijf Boussac, de eigenaar van Christian Dior, over te nemen. Arnault kocht het voor een symbolische frank, nadat hij had verzekerd dat hij de banen zou behouden. Vijf jaar later had hij 8000 werknemers ontslagen en de meeste activa van Boussac verkocht om enkel Dior over te houden. De Franse overheid was machteloos en sprakeloos bij die meedogenloze aanpak. "Ik was uiteraard zeer ambitieus en zei toen al tegen mijn mensen dat wij de grootste luxegroep ter wereld zouden worden", zei Arnault.

Even geslepen ging hij nadien aan het werk om de hand te leggen op LVMH, waar hij zich inkocht bij de beurscrash van 1987. LVMH was toen net ontstaan door de fusie van Louis Vuitton en Moët Hennessey. In dat fusiebedrijf vochten twee families een bittere strijd uit. Arnault speelde hen vakkundig tegen elkaar uit en verwierf de controle over de groep. Het leverde hem bijnamen als vernietigende engel, discreet roofdier en zakelijke wolf op.

Drang om te winnen

Arnault bouwde LVMH uit tot een mastodont met een omzet van 46,8 miljard euro en bijna tachtig topmerken als Dom Pérignon, Givenchy, Bulgari, Veuve Cliquot, Louis Vuitton, Moët et Chandon en Donna Karan. Door de spectaculaire groei, en een beurskoers die de voorbije vier jaar ruim verdrievoudigde, is Arnault dankzij zijn belang van ruim 47 procent binnengeslopen in de top drie van rijkste mensen, na Amazon-baas Jeff Bezos en Bill Gates. Die groei werd mee aangevuurd door China, dat zich ontwikkelde tot een enorme markt voor luxegoederen. Arnault was een van de eersten die de gok waagde er te investeren aan het begin van de economische hervormingen door Deng Xiaoping. Al in 1992 opende hij in Peking een Louis Vuitton-winkel.

En toch is Arnault op 70-jarige leeftijd verre van verzadigd. "We starten pas. We zijn het nummer één, maar we kunnen nog verder gaan", zei hij aan de Financial Times. Dat die drang om te winnen niet taant, weten ook zijn vijf kinderen uit twee huwelijken. Zelfs op het tennisplein geeft Arnault niet af. "Het kan er gespannen aan toe gaan, want hij houdt niet van verliezen", liet zijn zoon Frédéric optekenen in Forbes. Al koestert Arnault graag het imago van familieman. Elke zaterdag komen de kinderen samen met Arnault en zijn vrouw Hélène Mercier, een concertpianiste, en elke zomer trekken ze samen naar hun domein in Saint-Tropez. Vier van de vijf kinderen zijn al actief in de groep. maar opvolging blijft intern een taboe.

Belgisch kantje

Hoewel Arnault verliezen haat, is het hem niet vreemd. Zo versloeg François Pinault hem twee decennia geleden in de strijd om het luxemerk Gucci. De animositeit tussen de twee zakelijke rivalen leeft tot op heden. Toen Pinault 100 miljoen euro schonk om de afgebrande Parijse kathedraal Notre-Dame herop te bouwen, schonk Arnault prompt het dubbele. Later mislukte overigens ook zijn overnamepoging van de sjaalproducent Hermès.

Sommige van Arnaults meest penibele episodes hebben een Belgisch kantje. Dat hij in 2012 de Belgische nationaliteit wou om de Franse vermogensbelasting te omzeilen, zette kwaad bloed. 'Casse-toi, riche con' (ga weg, rijke lul), titelde de krant Libération toen, boven een foto van Arnault en een koffertje. De aanvraag werd overigens een jaar later verworpen. Arnault hield vol dat hij alleen maar zijn successieregeling waterdicht wilde maken. Daarnaast viseerde het gerecht hem voor een kapitaalverhoging bij zijn Belgische bedrijf Pilinvest, en werd mogelijke domiciliefraude onderzocht, een zaak waarin Arnault uiteindelijk schikte met het parket. En haast onvermijdelijk werd Arnault ook genoemd in de Panama Papers. Het zal hem ongetwijfeld worst wezen. "Ik haat het verleden", klinkt het. "Ik ben alleen geïnteresseerd in de toekomst."