Het gaat om de zogenaamde margevoet van de niet-financiële vennootschappen. Daarmee wordt voornamelijk de industrie bedoeld, inclusief de energiebedrijven.

In het tweede kwartaal bedroeg die margevoet 45,2 procent: het hoogste cijfer sinds de Nationale Bank in 1995 begon met het bijhouden van de cijfers.

De margevoet is niet hetzelfde als de winstmarge. 'Maar het is wel een indicatie voor de winstgevendheid', aldus de Nationale Bank.

Dat die winstgevendheid historisch hoog lag in het tweede kwartaal, duidt erop dat 'de ondernemingen in de industrie er in slaagden de stijgende prijzen door te rekenen in hun prijzen', aldus nog de Nationale Bank.

Nog uit de kwartaalsectorrekeningen van de Nationale Bank blijkt dat die bedrijven in het tweede kwartaal al de nodige voorzichtigheid inbouwden. Zo is hun investeringsquote gedaald in het tweede kwartaal, naar 25,7 procent.

Spaargedrag gezinnen

De Nationale Bank geeft ook cijfers over de gezinnen. Die spaarden 'aanzienlijk' minder dan in het eerste kwartaal. De spaarquote is gedaald naar 13,7 procent. Dat komt omdat het beschikbaar inkomen van de gezinnen daalt (-1 procent), en omdat ze meer uitgeven. De finale consumptieve bestedingen stegen 2,7 procent. De investeringen van die gezinnen - bouwen en renoveren - bleven in het tweede kwartaal min of meer stabiel.

Het financieringssaldo van de overheid ten slotte is in het tweede kwartaal verbeterd, met een tekort van 4 procent van het bbp. In het eerste kwartaal was dat 5,1 procent.

Het gaat om de zogenaamde margevoet van de niet-financiële vennootschappen. Daarmee wordt voornamelijk de industrie bedoeld, inclusief de energiebedrijven. In het tweede kwartaal bedroeg die margevoet 45,2 procent: het hoogste cijfer sinds de Nationale Bank in 1995 begon met het bijhouden van de cijfers. De margevoet is niet hetzelfde als de winstmarge. 'Maar het is wel een indicatie voor de winstgevendheid', aldus de Nationale Bank. Dat die winstgevendheid historisch hoog lag in het tweede kwartaal, duidt erop dat 'de ondernemingen in de industrie er in slaagden de stijgende prijzen door te rekenen in hun prijzen', aldus nog de Nationale Bank. Nog uit de kwartaalsectorrekeningen van de Nationale Bank blijkt dat die bedrijven in het tweede kwartaal al de nodige voorzichtigheid inbouwden. Zo is hun investeringsquote gedaald in het tweede kwartaal, naar 25,7 procent. De Nationale Bank geeft ook cijfers over de gezinnen. Die spaarden 'aanzienlijk' minder dan in het eerste kwartaal. De spaarquote is gedaald naar 13,7 procent. Dat komt omdat het beschikbaar inkomen van de gezinnen daalt (-1 procent), en omdat ze meer uitgeven. De finale consumptieve bestedingen stegen 2,7 procent. De investeringen van die gezinnen - bouwen en renoveren - bleven in het tweede kwartaal min of meer stabiel. Het financieringssaldo van de overheid ten slotte is in het tweede kwartaal verbeterd, met een tekort van 4 procent van het bbp. In het eerste kwartaal was dat 5,1 procent.