"Afval bestaat nog, maar er is er nog maar heel weinig", grijnst Wim Geens, de CEO van Renewi. Dat is een van de grootste drie bedrijven in de Belgische afvalsector. "We willen de marktleider zijn in het omvormen van afval tot een nieuw product. Iedereen wil die richting uit: de overheid, het brede publiek, onze klanten, de industrie. Alleen gaat het ook over financiële duurzaamheid, en daar moet de overheid echt nog wel een duwtje geven. We hebben een consequent en duurzaam kader nodig."
...

"Afval bestaat nog, maar er is er nog maar heel weinig", grijnst Wim Geens, de CEO van Renewi. Dat is een van de grootste drie bedrijven in de Belgische afvalsector. "We willen de marktleider zijn in het omvormen van afval tot een nieuw product. Iedereen wil die richting uit: de overheid, het brede publiek, onze klanten, de industrie. Alleen gaat het ook over financiële duurzaamheid, en daar moet de overheid echt nog wel een duwtje geven. We hebben een consequent en duurzaam kader nodig." Renewi bestaat nog maar sinds februari vorig jaar. Het bedrijf ontstond door de fusie van de sectorgenoten Shanks en Van Gansewinkel. Door die erfenis is het het nummer één in de inzameling en verwerking van bedrijfsafval: 2200 medewerkers, 38 vestigingen, 730 ophaaltrucks, 70.000 klanten en 2 miljoen ton verwerkt afval in België. In de totaalbehandeling van klein gevaarlijk afval (KGA) en de gemeentelijke inzameling is Renewi het nummer twee. In KGA moet het Indaver voor zich dulden, in de gemeentelijke inzameling is Suez groter. "Pure logistiek interesseert ons minder, wel wat we met het afval kunnen doen." "Ik wil absoluut het kmo-gevoel behouden in het bedrijf", stelt Geens. De Oost-Vlaming doorliep een atypische carrière. Hij startte eerst een drankenhandel, Brouwerij Soenen, die hij verkocht aan InBev. Met twee vennoten startte hij de cash-and-carryketen Pro-Duo, maar stapte eruit om bij Carrefour te gaan werken. "Dat was toen een veel te hiërarchisch bedrijf." Van Gansewinkel werd in 2006 zijn nieuwe werkgever, waar hij in juli 2015 directeur werd van de Belgische tak. Geens staat bekend als een no-nonsensemanager, die zweert bij management by walking around. "Al bij al is dit een bijzonder jonge sector. Veertig jaar geleden ging het meeste afval nog naar een stort. Nu willen jonge mensen meewerken aan een schonere, meer duurzame en circulaire wereld. Dan moet je mogelijkheden creëren voor trial-and-error en door het stimuleren van innovatie. Er zijn zo veel mogelijkheden, alleen moet je ze financieren en rentabiliseren." Mede dankzij die mentaliteit en zijn voorgeschiedenis kan Renewi stilaan een indrukwekkend lijstje voorleggen van circulaire projecten en producten waar het zijn schouders mee onder zet. Zo maakt het kantoorpapier dat tot zeven keer kan worden gerecycleerd, en kattenbakvulling en stalstrooisel, gemaakt van afvalhout. Er is het Fenix-verhaal, waarin Renewi samenwerkt met AkzoNobel om uit 1 miljoen liter gebruikte verf 200.000 liter witte en grijze verf te puren, die vooral via kringloopwinkels wordt verkocht. Renewi helpt ook Philips en Miele om al bij de ontwikkeling van nieuwe producten rekening te houden met de recycleerbaarheid ervan. "We zoeken die partners ook op. Je kunt niet in je eentje duurzaam zijn. Bovendien kennen zij hun eigen processen het best. Bij ArcelorMittal vervangen we 100.000 ton steenkool door bio-coal, een cijfer dat we de komende jaren opkrikken naar 300.000 ton. Mooi meegenomen is dat zij zo 30 miljoen liter biobrandstof kunnen produceren." Toch is er nog enorm veel verbetering mogelijk, meent Geens. "Het is pionieren, het is nog lang niet overal doorgedrongen. Een aantal van die projecten is nog niet rendabel, omdat we de producten op onvoldoende grote schaal kunnen produceren. Om daar verandering in te brengen, moet er geld op tafel komen of moeten nieuwe wetten worden goedgekeurd. De overheid zou bijvoorbeeld kunnen opleggen dat een product voor een bepaald percentage moet bestaan uit gerecycleerd materiaal. Dat is wat ik noem een inclusief beleid: je volgt een koers van het begin tot het einde. Ondanks al het gepraat over het circulaire gebeuren zitten we nog steeds in een zeer lineaire economie: ik maak iets en er is afval waarmee verder te weinig gebeurt." Renewi overlegt met Ovam, de Vlaamse overheidsdienst die het afval- en materialenbeleid in praktijk omzet, over manieren om het afvaloverschot weg te werken. Vlaanderen produceert momenteel 150.000 tot 200.000 ton bedrijfsafval waar geen oplossing voor is. "De overheid streeft al decennia naar een evenwicht tussen de productie en de verwerking van afval, maar er is geen overdrukventiel, een oplossing voor overproductie. Maar de discussie over het juiste evenwicht wordt niet gevoerd. Doordat de overheid tekortschiet, is er onvoldoende verwerkingscapaciteit. Daardoor moeten we afval storten, iets waar we eigenlijk tegen zijn. Bovendien moeten we dat doen tegen dubbel zo hoge prijzen als vroeger." Een ander voorbeeld is de discussie over het statiegeld. "Eigenlijk is er beslist pas in 2023 te beslissen. Dat leidt tot grote onzekerheid. Een investering in een nieuwe sorteerinstallatie kost 15 tot 30 miljoen euro. De vraag is: hoe moeten we dat opzetten en voor welke volumes? Het aantal productsoorten dat in de PMD-zak mag, wordt uitgebreid, maar als in 2023 toch wordt beslist statiegeld in te voeren, speel je de helft van het volume weer kwijt. Als ik geen zekerheid heb over de rendabilisering, kan ik twee dingen doen: niet investeren of versneld afschrijven, wat betekent dat het duurder wordt." Een deel van die problemen komt door de ingewikkelde staatsstructuur. "Ik ben een groot voorstander van een verlaging van de btw op producten met een bepaald percentage recyclaat. In feite is dat zelfs logisch: die producten zijn al eens belast geweest. Verlaag die btw, dan stijgt de waarde van gerecycleerde materialen, gaan meer bedrijven recycleren, kunnen we beter sorteren aan de bron en lossen we een stuk van het zwerfvuilprobleem op. Alleen is milieu geregionaliseerd, terwijl btw een nationale bevoegdheid is gebleven. Dus is er goede afstemming nodig, want zonder die quota komt de circulaire economie nooit echt van de grond. Dan blijft het, zoals nu, een zaak van een aantal voorlopers." Dat Renewi en andere bedrijven daardoor meer zullen worden geconfronteerd met volatiele grondstoffenprijzen, neemt Geens erbij. "Ons basisidee verandert daardoor niet. Onze hoofdactiviteit is recyclage en waste 2 product (eigen circulaire producten, nvdr). Een bedrijf als het onze heeft veel verschillende grondstoffen: plastic, hout, metaal, glas, papier enzovoort. Op sommige momenten zal de prijs van het ene materiaal laag zijn, maar dat wordt misschien gecompenseerd door het andere. Dat is een marktrisico dat je als groep nu eenmaal neemt."