Conny Versmissen en haar man Jan Kenis waren al prille vijftigers toen ze enkele jaren geleden hun baan verloren. Ze bleven niet bij de pakken zitten en startten hun eigen bedrijf op. "We recycleren synthetische vezels uit tapijtafval. Die vinden wereldwijd een nieuwe toepassing om zandpistes voor paarden te verbeteren. Door de grotere stabiliteit en de betere schokdemping hebben de paarden minder snel last van letsels en blessures. Belangrijk is dat OVAM (de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, nvdr) onze Cofibres erkent als een nieuwe grondstof. Het is dus niet langer afval", vertelt Conny Versmissen. "Een ander voordeel is dat de vezels de ondergrond draineren, waardoor een buitenpiste bijna het hele jaar door kan worden gebruikt."

Voor zijn grondstof is Cojarec afhankelijk van de tapijtfabrieken. Het is dan ook geen toeval dat het bedrijf zich heeft gevestigd in Zuidwest-Vlaanderen, een regio waar bedrijven zoals Balta en Beaulieu zijn uitgegroeid tot multinationals. Het eindproduct vindt zijn weg over de hele wereld. "Meer dan 80 procent van onze omzet halen we in het buitenland: van Australië over Dubai, Rusland en Taiwan tot in Zuid-Korea. Overal liggen pistes met onze vezels", zegt Conny Versmissen.

Corona en brexit

Cojarec is een echt familiebedrijf, want ook de twee zonen, Johan en Michiel, en een van de schoondochters zijn erin actief. Onder impuls van Michiel verruimde het bedrijf zijn aanbod met de verwerking van harde plastics. Cojarec vermaalt, wast en herverpakt plasticafval, waarna de klant dat opnieuw kan gebruiken als grondstof.

Het jongste jaar was voor Cojarec heel bijzonder. Het bedrijf moest niet alleen optornen tegen de coronapandemie, het moest ook de impact van de brexit verwerken. Conny Versmissen: "Onze activiteiten hebben een tijdlang op een laag pitje gestaan, waardoor onze twaalf medewerkers tijdelijk werkloos waren. De familieleden zijn wel altijd blijven doorwerken. Uiteindelijk konden we vorig jaar zelfs een lichte omzetgroei optekenen."

Stilaan te krap

De familie koestert nog heel wat groeiplannen. "We hebben een plekje gevonden op de site van de tapijtenreus Beaulieu, maar het wordt hier stilaan te krap. We willen uitbreiden, maar bedrijven zoals het onze vinden nauwelijks ruimte", zucht Versmissen, die op twee jaar van haar pensioen staat. Wat ze daarna zal doen, blijft een open vraag. "We bekijken alle opties", besluit ze.

Conny Versmissen en haar man Jan Kenis waren al prille vijftigers toen ze enkele jaren geleden hun baan verloren. Ze bleven niet bij de pakken zitten en startten hun eigen bedrijf op. "We recycleren synthetische vezels uit tapijtafval. Die vinden wereldwijd een nieuwe toepassing om zandpistes voor paarden te verbeteren. Door de grotere stabiliteit en de betere schokdemping hebben de paarden minder snel last van letsels en blessures. Belangrijk is dat OVAM (de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, nvdr) onze Cofibres erkent als een nieuwe grondstof. Het is dus niet langer afval", vertelt Conny Versmissen. "Een ander voordeel is dat de vezels de ondergrond draineren, waardoor een buitenpiste bijna het hele jaar door kan worden gebruikt." Voor zijn grondstof is Cojarec afhankelijk van de tapijtfabrieken. Het is dan ook geen toeval dat het bedrijf zich heeft gevestigd in Zuidwest-Vlaanderen, een regio waar bedrijven zoals Balta en Beaulieu zijn uitgegroeid tot multinationals. Het eindproduct vindt zijn weg over de hele wereld. "Meer dan 80 procent van onze omzet halen we in het buitenland: van Australië over Dubai, Rusland en Taiwan tot in Zuid-Korea. Overal liggen pistes met onze vezels", zegt Conny Versmissen. Cojarec is een echt familiebedrijf, want ook de twee zonen, Johan en Michiel, en een van de schoondochters zijn erin actief. Onder impuls van Michiel verruimde het bedrijf zijn aanbod met de verwerking van harde plastics. Cojarec vermaalt, wast en herverpakt plasticafval, waarna de klant dat opnieuw kan gebruiken als grondstof. Het jongste jaar was voor Cojarec heel bijzonder. Het bedrijf moest niet alleen optornen tegen de coronapandemie, het moest ook de impact van de brexit verwerken. Conny Versmissen: "Onze activiteiten hebben een tijdlang op een laag pitje gestaan, waardoor onze twaalf medewerkers tijdelijk werkloos waren. De familieleden zijn wel altijd blijven doorwerken. Uiteindelijk konden we vorig jaar zelfs een lichte omzetgroei optekenen." De familie koestert nog heel wat groeiplannen. "We hebben een plekje gevonden op de site van de tapijtenreus Beaulieu, maar het wordt hier stilaan te krap. We willen uitbreiden, maar bedrijven zoals het onze vinden nauwelijks ruimte", zucht Versmissen, die op twee jaar van haar pensioen staat. Wat ze daarna zal doen, blijft een open vraag. "We bekijken alle opties", besluit ze.