Statbel vergeleek het statuut van mensen die een jaar geleden werkloos waren met hun huidige statuut. Daaruit blijkt dat in het tweede kwartaal minder werklozen erin geslaagd zijn werk te vinden. "Terwijl in de vorige kwartalen rond de 40 procent van de werklozen een jaar later aan de slag was, is dat nu gedaald naar 31,1 procent", zegt Statbel. "Dat is een serieuze terugval in vergelijking met de voorbije kwartalen: het lijkt nu moeilijker voor werklozen om werk te vinden dan net na de coronacrisis."

Het aantal mensen dat na een jaar nog altijd werkloos is, is daarentegen toegenomen. In het eerste kwartaal ging het om 35,4 procent, in het tweede kwartaal steeg dat percentage naar 42,2 procent. De rest (26,7 procent in het tweede kwartaal) werd "inactief": ze zijn niet meer op zoek naar een job of niet beschikbaar om binnen de twee weken te beginnen werken.

In absolute aantallen uitgedrukt: van de 315.000 werklozen zijn er een jaar later 133.000 nog steeds werkloos, 98.000 zijn aan het werk en 84.000 zijn inactief geworden, aldus Statbel.

Regionale veschillen

De regionale verschillen zijn groot. Van de Vlaamse werklozen uit het tweede kwartaal van vorig jaar was een jaar later 30,9 procent nog werkloos. Ook dat is een forse toename tegenover het eerste kwartaal (toen: 19,2 procent). In Wallonië gaat het om 48,2 procent (tegen 42,6 procent in het eerste kwartaal) en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om 52 procent (51 procent in eerste kwartaal). Ook bij mannen en middengeschoolden is er een duidelijke toename van personen die werkloos blijven.

Aan de andere kant blijkt dat bijna iedereen (94,4 procent) die een jaar geleden werk had, nog altijd aan het werk is. Daarnaast is 1,4 procent van de werkenden een jaar later werkloos en 4,2 procent is inactief geworden. Jongeren en laaggeschoolden blijven minder vaak aan het werk dan 30-plussers en hooggeschoolden.

Nog volgens cijfers van Statbel was in het tweede kwartaal 71,4 procent van de 20- tot en met 64-jarigen in België aan het werk. Daarmee lag de werkgelegenheidsgraad iets lager dan in het eerste kwartaal (71,9 procent), maar wel beduidend hoger dan in het tweede kwartaal van 2021 (70,5 procent).

In Vlaanderen bedroeg de werkgelegenheidsgraad in het tweede kwartaal 76,3 procent, in Wallonië 65 procent en in Brussel 64,8 procent.

In absolute aantallen gaat het om ruim 4,8 miljoen mensen die aan het werk waren in België. Er kwamen het afgelopen jaar vooral zelfstandigen bij: +12 procent tot 758.000. Het aantal loontrekkenden nam toe met 1,1 procent tot net geen 4,2 miljoen, maar daar is er wel een verschil tussen de werknemers in loondienst (+3,1 procent) en de loontrekkenden in de publieke sector, zeg maar de ambtenaren. Hier was er een daling met 4,5 procent of 50.000 banen.

Statbel vergeleek het statuut van mensen die een jaar geleden werkloos waren met hun huidige statuut. Daaruit blijkt dat in het tweede kwartaal minder werklozen erin geslaagd zijn werk te vinden. "Terwijl in de vorige kwartalen rond de 40 procent van de werklozen een jaar later aan de slag was, is dat nu gedaald naar 31,1 procent", zegt Statbel. "Dat is een serieuze terugval in vergelijking met de voorbije kwartalen: het lijkt nu moeilijker voor werklozen om werk te vinden dan net na de coronacrisis." Het aantal mensen dat na een jaar nog altijd werkloos is, is daarentegen toegenomen. In het eerste kwartaal ging het om 35,4 procent, in het tweede kwartaal steeg dat percentage naar 42,2 procent. De rest (26,7 procent in het tweede kwartaal) werd "inactief": ze zijn niet meer op zoek naar een job of niet beschikbaar om binnen de twee weken te beginnen werken. In absolute aantallen uitgedrukt: van de 315.000 werklozen zijn er een jaar later 133.000 nog steeds werkloos, 98.000 zijn aan het werk en 84.000 zijn inactief geworden, aldus Statbel. De regionale verschillen zijn groot. Van de Vlaamse werklozen uit het tweede kwartaal van vorig jaar was een jaar later 30,9 procent nog werkloos. Ook dat is een forse toename tegenover het eerste kwartaal (toen: 19,2 procent). In Wallonië gaat het om 48,2 procent (tegen 42,6 procent in het eerste kwartaal) en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om 52 procent (51 procent in eerste kwartaal). Ook bij mannen en middengeschoolden is er een duidelijke toename van personen die werkloos blijven. Aan de andere kant blijkt dat bijna iedereen (94,4 procent) die een jaar geleden werk had, nog altijd aan het werk is. Daarnaast is 1,4 procent van de werkenden een jaar later werkloos en 4,2 procent is inactief geworden. Jongeren en laaggeschoolden blijven minder vaak aan het werk dan 30-plussers en hooggeschoolden. Nog volgens cijfers van Statbel was in het tweede kwartaal 71,4 procent van de 20- tot en met 64-jarigen in België aan het werk. Daarmee lag de werkgelegenheidsgraad iets lager dan in het eerste kwartaal (71,9 procent), maar wel beduidend hoger dan in het tweede kwartaal van 2021 (70,5 procent). In Vlaanderen bedroeg de werkgelegenheidsgraad in het tweede kwartaal 76,3 procent, in Wallonië 65 procent en in Brussel 64,8 procent. In absolute aantallen gaat het om ruim 4,8 miljoen mensen die aan het werk waren in België. Er kwamen het afgelopen jaar vooral zelfstandigen bij: +12 procent tot 758.000. Het aantal loontrekkenden nam toe met 1,1 procent tot net geen 4,2 miljoen, maar daar is er wel een verschil tussen de werknemers in loondienst (+3,1 procent) en de loontrekkenden in de publieke sector, zeg maar de ambtenaren. Hier was er een daling met 4,5 procent of 50.000 banen.