De beurzen zijn in paniek, de koersen gaan in een recordtempo naar beneden. Beleggers maken zich zorgen over een hele reeks factoren, zoals de lage olieprijzen, de crisis in de groeilanden, de zwakke economische groei in de Verenigde Staten en Europa. De vrees voor een wereldwijde recessie neemt toe. En dan rijst de vraag of de banken, die nog herstellen van de crisissen van 2008 en 2011, een nieuwe recessie wel aankunnen.
...

De beurzen zijn in paniek, de koersen gaan in een recordtempo naar beneden. Beleggers maken zich zorgen over een hele reeks factoren, zoals de lage olieprijzen, de crisis in de groeilanden, de zwakke economische groei in de Verenigde Staten en Europa. De vrees voor een wereldwijde recessie neemt toe. En dan rijst de vraag of de banken, die nog herstellen van de crisissen van 2008 en 2011, een nieuwe recessie wel aankunnen. "Het is verontrustend vast te stellen dat de sterkte van de banken nu al weer ter discussie wordt gesteld", zegt Hans Bevers, de chief economist van Bank Degroof Petercam. "We moeten opletten dat een nieuwe bankencrisis geen selffulfilling prophecy wordt." Bevers geeft toe dat de banken het momentum tegen hebben en verwijst naar de lage rente, de blootstelling aan energiebedrijven en de zwakke economische groei. "Maar van een systeemrisico zoals in 2008 kan geen sprake zijn. De banken zijn veel sterker dan zeven jaar geleden. Met uitzondering van enkele individuele instellingen die nu in het vizier lopen, omdat ze in het verleden hun problemen niet aangepakt hebben." De financiële instellingen incasseren zware klappen op de beurs. Sinds begin dit jaar zijn de koersen van de banken gemiddeld met 25 procent gedaald. In vergelijking met hun hoogtepunt midden 2015 hebben ze al meer dan 40 procent prijsgegeven. Een aantal banken noteert fors onder zijn boekwaarde. En omgekeerd zijn de prijzen van credit default swaps (verzekeringscontracten tegen wanbetaling) van bepaalde banken gestegen tot hun hoogste peil sinds de eurocrisis. We zetten de belangrijkste problemen van de banksector op een rijtje. Deutsche Bank loopt al een hele tijd in het vizier van de beleggers. De koers van het aandeel is zo gezakt dat de bank noteert tegen amper een derde van haar boekwaarde. De koersval versnelde nog toen de bank eind januari een verlies van 6,8 miljard euro over haar boekjaar 2015 bekendmaakte. Dat verlies is vooral toe te schrijven aan de zware boetes die de bank moet betalen voor fraude en mistoestanden uit het verleden. Maar ook dit jaar kunnen de kosten van boetes en schikkingen nog oplopen. Bovendien dreigen de operationele inkomsten tegen te vallen, omdat de bank risico's afbouwt door het mes te zetten in zijn zakenbank, de traditionele geldkoe. De ironie wil dat de nieuwe topman John Cryan nu alle drek over zich heen krijgt, terwijl hij de eerste is die de problemen aanpakt. Cryan zet het mes in de kosten door banen te schrappen en activiteiten te verkopen. Maar daar staan op korte termijn herstructureringskosten en (in het huidige klimaat) minwaardes tegenover. Beleggers betwijfelen of de bank haar kapitaalbuffers voldoende snel kan versterken zonder kapitaalverhoging, terwijl de inkrimping van de zakenbank vragen doet rijzen over het toekomstmodel van Deutsche Bank. Deutsche Bank kampt al jaren met zwakke kapitaalbuffers. Twee keer werd kapitaal opgehaald bij de aandeelhouders, waardoor de bank nu een kernkapitaalratio van 11 procent heeft. Voor een systeembelangrijke instelling die vorig jaar een zwaar verlies moest slikken en met onduidelijke winstvooruitzichten is dat krap. De doorsnee Europese bank haalt een ratio van 12 procent. Bovendien ligt de leverage ratio van Deutsche Bank(de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal) onder de 3 procent die de Europese regulatoren willen opleggen. Ook Franse banken zoals BNP Paribas en Société Générale kampen al jaren met zwakke kapitaalbuffers. Begin januari gaf BNP Paribas eindelijk toe dat er extra maatregelen nodig waren. De Franse groep moest eind vorig jaar meer dan 900 miljoen euro afschrijven op haar Italiaanse bank BNL. Nu gaat ze ook een van haar banken in de Verenigde Staten, First Hawaiian Bank, verkopen. En de zakenbank gaat voor 20 miljard euro risicovolle activa verkopen. Dat zou moeten volstaan om, samen met de reservering van winsten, tegen 2019 een kapitaalratio van 12 procent te behalen. Société Générale houdt nog altijd vol dat winstreservering zal volstaan om zijn kapitaalbuffers sterk te maken. Maar de beurs gelooft dat verhaal niet langer. Kapitaalratio's versterk je door de risico's op de balans te verminderen of de winst te vergroten. De voorbije zes jaar groeide de balans van SocGen met 30 procent, waardoor de kernkapitaalratio daalde tot 10,9 procent. En met de winstgevendheid gaat het niet zoals verhoopt. De bank maakte vorige week bekend dat ze haar doel van 10 procent winst op eigen vermogen dit jaar niet zal halen. SocGen verwijst in zijn winstwaarschuwing naar de ultralage rentevoeten als de belangrijkste boosdoener. De politiek van de centrale banken om de rente op een ultralaag peil te zetten is desastreus voor de banksector. Zij slagen er nauwelijks in voldoende rentemarge te realiseren op het geld dat ze op korte termijn aantrekken bij klanten en op langere termijn omzetten in kredieten aan bedrijven en particulieren. Wat niet naar kredietverstrekking gaat, wordt belegd in overheidsobligaties van veilige landen, en die geven op looptijden tot vijf jaar een negatieve rente. Bovendien moeten de banken op het geld dat ze tijdelijk niet gebruiken en bij de centrale banken parkeren ook al een negatieve depositorente van 0,3 procent betalen. Daardoor stijgen de financieringskosten van de banken, terwijl hun rente-inkomsten dalen. "Dat is een heel nieuwe realiteit", zegt Hans Bevers. "In het verleden waren er banken die een zakenmodel bouwden op het bijna gratis aantrekken van spaardeposito's om dat geld te beleggen in overheidsobligaties die veiligheid combineerden met een goed rendement. Die situatie komt misschien nooit meer terug." Op korte termijn is zeker geen beterschap op komst. Er is in Europa te weinig inflatie en te weinig economische groei, waardoor een renteverhoging op korte termijn uitgesloten is. Integendeel, de ECB overweegt de depositorente verder te verlagen. Dat zou de banken nog meer pijn doen. Omdat het klassieke rentemodel te weinig opbracht, bouwden banken hun trading- en zakenbankactiviteiten in het verleden uit tot heuse winstmotoren. Onder druk van de strengere regelgeving en de slechte marktomstandigheden trekken echter almaar meer Europese banken zich daaruit terug, waaronder Deutsche Bank, BNP Paribas, UBS, Crédit Suisse en Barclays. De vraag is of die banken uit andere businesslijnen voldoende inkomsten en winst kunnen genereren. UBS en Crédit Suisse beslisten zich te concentreren op vermogensbeheer, maar dat blijkt een volatielere en kostenintensievere business dan gedacht. Crédit Suisse kreeg vorige week een enorme oplawaai op de beurs, toen bleek dat rijke klanten geld wegtrokken. Afschrijvingen van goodwill en de hoge loonkosten duwden het resultaat 2,9 miljard Zwitserse frank in het rood. Het strategische plan van Tidjane Thiam, de nieuwe topman van Crédit Suissse, voorziet in 9 tot 10 miljard Zwitserse frank brutowinst tegen 2018. Dat wordt nu al door beleggers weggezet als compleet onrealistisch, omdat de bank er niet in slaagt haar kosten substantieel te verlagen. Deutsche Bank lijkt zelfs een bestaan als retailbank te verkiezen, maar in dat segment is de concurrentie hevig en zijn de marges dun. Zeker in de thuismarkt Duitsland, waar lokale spaarkassen een vooraanstaande rol spelen. Volgens de European Banking Authority hebben de banken in Europa nog voor 1000 miljard euro aan slechte kredieten op hun balans staan. Vooral in enkele Zuid-Europese landen, zoals Italië en Portugal, is de situatie schrijnend. In Italië staan de banken al jaren op de kredietrem omdat ze te veel afschrijvingen op slechte kredieten vrezen. Dat resulteert in een aanhoudende economische stagnatie in de derde economie van de eurozone. Om het probleem aan te pakken sloot de Italiaanse regering onlangs een overeenkomst met de Europese Commissie. Dat akkoord laat de Italiaanse banken toe bepaalde slechte kredieten tegen de marktwaarde te verkopen, met een overheidsgarantie als dekking. De financiële markten twijfelen er echter aan of die oplossing zal werken. Sowieso zijn er investeerders nodig die bereid zijn de bankkredieten op te kopen. Hun enthousiasme lijkt bijzonder klein. Hoe lager de economische groei, hoe slechter voor de banken. Want lage groei betekent enerzijds dat er bij ondernemingen en particulieren minder vraag is naar nieuwe kredieten en anderzijds dat de kwaliteit van de kredieten die de banken in portefeuille hebben achteruitgaat. Maar nu zijn we in een situatie gekomen dat de onrust over de banken op de financiële markten kan overslaan naar de reële economie. En dan zit je natuurlijk in een negatieve spiraal. Stel je voor: twijfel over de banken tast het vertrouwen van bedrijven en particulieren aan. De economie, die al zwak is, gaat in een recessie, waardoor de banken het extra moeilijk krijgen. "Het is duidelijk dat die mogelijke spill-over tussen de banken en de reële economie de financiële markten heel nerveus maakt", zegt Hans Bevers. "Positief is dat de kredietvraag lichtjes stijgt, zij het onvoldoende om te spreken van een duurzaam herstel. Er zijn ook voldoende liquiditeiten in de markt, wat een herhaling van het scenario van 2008 onwaarschijnlijk maakt. Maar we moeten niettemin erg opletten dat het idee van een bankencrisis die de economische groei aantast geen zelfvoedend karakter krijgt."