Sinds de start van de pandemie zoeken consumenten meer dan ooit hun toevlucht tot online winkelen. E-commerce is niet meer uit het publiek debat weg te denken. De gevolgen voor de winkelstraat, de arbeidsomstandigheden en het milieu zijn de belangrijkste bezorgdheden. Die vragen zijn uiteraard meer dan terecht.

Wat het milieu betreft, is het antwoord helaas verre van rechtlijnig. Zo wordt verwezen naar de vele wetenschappelijke studies die de impact van web- en winkelaankopen vergelijken. De resultaten lopen uiteen, maar toch zijn er enkele lessen te trekken.

Om als consument het ecologische potentieel van e-commerce te bepalen, zijn drie overwegingen van tel. Allereerst: het alternatief. Doorgaans heeft een verplaatsing met de wagen voor een enkele aankoop een aanzienlijk hogere milieu-impact dan hetzelfde item thuis te laten bezorgen. Dat spreekt dus in het voordeel van e-commerce. Je kunt uiteraard de impact van zo'n verplaatsing verminderen door verschillende aankopen in één rit te maken, of je gebruikelijke woon-werkverkeer optimaal te benutten met een bijkomende winkelstop onderweg. Een meta-analyse, waarin ik een twintigtal van de wetenschappelijke studies en hun cijfermateriaal heb bestudeerd en vergeleken, bevestigt dat. Omgekeerd winnen winkelbezoeken te voet, met de fiets of het openbaar vervoer het pleit altijd van e-commerce.

Een tweede overweging zijn de retours. Retourneren is een fel bekritiseerde bijwerking van e-commerce, hoewel het een inherent consumentenrecht is. Toch is kritiek gerechtvaardigd: retours verdubbelen het traject dat producten afleggen en dus ook de milieu-impact die dat genereert. Ze gaan bovendien gepaard met overbodig verpakkingsmateriaal en zijn amper efficiënt te organiseren. Ook bij aankopen in de winkel zijn er soms retours, maar veel minder dan bij e-commerce, waar de items niet gezien, gevoeld of gepast kunnen worden. Vooral elektronica en kleding zijn retourgevoelige producttypes. Dan hebben we het nog niet over 'ingecalculeerde' retours, waarbij consumenten al bij de bestelling weten dat ze een (deel van de) aankoop zullen terugsturen, omdat ze onzeker zijn over de maat of de kleur (overbestellen), of omdat ze de intentie hebben het product maar eenmalig te gebruiken (wardrobing). Wanneer retours waarschijnlijk zijn, geef je het best de voorkeur aan winkels boven het web.

Wanneer je best winkelt op het web (en wanneer niet).

De derde overweging is te reflecteren over ons globale aankoop- en verplaatsingsgedrag. Zo is het bedenkelijk de milieu-impact van webaankopen versus winkelbezoeken te vergelijken bij zogenoemd omnichannelgedrag. Zo is het bijvoorbeeld bij kleding en waardevolle producten gangbaar naar een winkel te gaan om te passen of zich te informeren alvorens online een bestelling te plaatsen. Een ander voorbeeld is click and collect: een onlinebestelling afhalen in een winkel.

De vergelijking gaat evenmin op als consumenten een enkel ritje naar de supermarkt vervangen, of in de meeste gevallen zelfs aanvullen, met bestellingen. Dat fenomeen, fragmentatie genoemd, is gangbaar in het voedingssegment, door het gespecialiseerde aanbod aan boodschappendiensten, maaltijdboxen, groente- en fruitmanden, wijnabonnementen, enzovoort. Ten slotte suggereert onderzoek dat wie actief en enthousiast online winkelt, meer consumeert en zich bovendien ook vaker en langer verplaatst. Duurzaam shoppen impliceert dus om conscious consumerism aan de dag te leggen, zowel wat aankopen als wat mobiliteit betreft.

Een ideale manier van winkelen bestaat dus niet, waardoor duurzaamheidsclaims van de sector altijd met een korreltje zout genomen moeten worden. Dat geldt zowel voor beweringen van de e-commerce (zie bijvoorbeeld het rapport dat Amazon bestelde bij het adviesbureau Oliver Wyman), als voor die van de traditionele handel (zie de EY-studie gefinancierd door de Nationale Raad van Winkelcentra in Frankrijk).

Meer dan ooit leven we in een omnichannelwereld, waarin handelaars op diverse kanalen te vinden zijn, net als hun klanten. We doen er dus goed aan alle vormen van handel zo efficiënt en duurzaam mogelijk te organiseren - bedrijven, overheden en klanten samen.

Heleen Buldeo Rai is expert stadslogistiek, gespecialiseerd in e-commerce en duurzaamheid. Ze verdedigde haar doctoraalscriptie in 2019 aan de MOBI-onderzoeksgroep van de Vrije Universiteit Brussel, en is sinds 2020 als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Logistics City-leerstoel van de Université Gustave Eiffel in Parijs. Haar boek 'Duurzaam online shoppen, praktijkgids voor e-commerce van morgen' is verschenen bij uitgeverij LannooCampus.

Sinds de start van de pandemie zoeken consumenten meer dan ooit hun toevlucht tot online winkelen. E-commerce is niet meer uit het publiek debat weg te denken. De gevolgen voor de winkelstraat, de arbeidsomstandigheden en het milieu zijn de belangrijkste bezorgdheden. Die vragen zijn uiteraard meer dan terecht.Wat het milieu betreft, is het antwoord helaas verre van rechtlijnig. Zo wordt verwezen naar de vele wetenschappelijke studies die de impact van web- en winkelaankopen vergelijken. De resultaten lopen uiteen, maar toch zijn er enkele lessen te trekken.Om als consument het ecologische potentieel van e-commerce te bepalen, zijn drie overwegingen van tel. Allereerst: het alternatief. Doorgaans heeft een verplaatsing met de wagen voor een enkele aankoop een aanzienlijk hogere milieu-impact dan hetzelfde item thuis te laten bezorgen. Dat spreekt dus in het voordeel van e-commerce. Je kunt uiteraard de impact van zo'n verplaatsing verminderen door verschillende aankopen in één rit te maken, of je gebruikelijke woon-werkverkeer optimaal te benutten met een bijkomende winkelstop onderweg. Een meta-analyse, waarin ik een twintigtal van de wetenschappelijke studies en hun cijfermateriaal heb bestudeerd en vergeleken, bevestigt dat. Omgekeerd winnen winkelbezoeken te voet, met de fiets of het openbaar vervoer het pleit altijd van e-commerce.Een tweede overweging zijn de retours. Retourneren is een fel bekritiseerde bijwerking van e-commerce, hoewel het een inherent consumentenrecht is. Toch is kritiek gerechtvaardigd: retours verdubbelen het traject dat producten afleggen en dus ook de milieu-impact die dat genereert. Ze gaan bovendien gepaard met overbodig verpakkingsmateriaal en zijn amper efficiënt te organiseren. Ook bij aankopen in de winkel zijn er soms retours, maar veel minder dan bij e-commerce, waar de items niet gezien, gevoeld of gepast kunnen worden. Vooral elektronica en kleding zijn retourgevoelige producttypes. Dan hebben we het nog niet over 'ingecalculeerde' retours, waarbij consumenten al bij de bestelling weten dat ze een (deel van de) aankoop zullen terugsturen, omdat ze onzeker zijn over de maat of de kleur (overbestellen), of omdat ze de intentie hebben het product maar eenmalig te gebruiken (wardrobing). Wanneer retours waarschijnlijk zijn, geef je het best de voorkeur aan winkels boven het web.De derde overweging is te reflecteren over ons globale aankoop- en verplaatsingsgedrag. Zo is het bedenkelijk de milieu-impact van webaankopen versus winkelbezoeken te vergelijken bij zogenoemd omnichannelgedrag. Zo is het bijvoorbeeld bij kleding en waardevolle producten gangbaar naar een winkel te gaan om te passen of zich te informeren alvorens online een bestelling te plaatsen. Een ander voorbeeld is click and collect: een onlinebestelling afhalen in een winkel. De vergelijking gaat evenmin op als consumenten een enkel ritje naar de supermarkt vervangen, of in de meeste gevallen zelfs aanvullen, met bestellingen. Dat fenomeen, fragmentatie genoemd, is gangbaar in het voedingssegment, door het gespecialiseerde aanbod aan boodschappendiensten, maaltijdboxen, groente- en fruitmanden, wijnabonnementen, enzovoort. Ten slotte suggereert onderzoek dat wie actief en enthousiast online winkelt, meer consumeert en zich bovendien ook vaker en langer verplaatst. Duurzaam shoppen impliceert dus om conscious consumerism aan de dag te leggen, zowel wat aankopen als wat mobiliteit betreft.Een ideale manier van winkelen bestaat dus niet, waardoor duurzaamheidsclaims van de sector altijd met een korreltje zout genomen moeten worden. Dat geldt zowel voor beweringen van de e-commerce (zie bijvoorbeeld het rapport dat Amazon bestelde bij het adviesbureau Oliver Wyman), als voor die van de traditionele handel (zie de EY-studie gefinancierd door de Nationale Raad van Winkelcentra in Frankrijk). Meer dan ooit leven we in een omnichannelwereld, waarin handelaars op diverse kanalen te vinden zijn, net als hun klanten. We doen er dus goed aan alle vormen van handel zo efficiënt en duurzaam mogelijk te organiseren - bedrijven, overheden en klanten samen.Heleen Buldeo Rai is expert stadslogistiek, gespecialiseerd in e-commerce en duurzaamheid. Ze verdedigde haar doctoraalscriptie in 2019 aan de MOBI-onderzoeksgroep van de Vrije Universiteit Brussel, en is sinds 2020 als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Logistics City-leerstoel van de Université Gustave Eiffel in Parijs. Haar boek 'Duurzaam online shoppen, praktijkgids voor e-commerce van morgen' is verschenen bij uitgeverij LannooCampus.