Op de 300 miljoen smartphones, tablets en computers die Apple jaarlijks verkoopt, staat in kleine letters samengevat hoe de Amerikaanse techgigant erin is geslaagd zijn omzet in twintig jaar te doen groeien van 6 miljard naar bijna 300 miljard dollar: ' Designed in California, assembled in China'. De in 2011 overleden oprichter Steve Jobs droomde van strakke en gebruiksvriendelijke toestellen, zijn rechterhand en latere opvolger Tim Cook zorgde ervoor dat die realiteit werden. Daarvoor moest Cook bij zijn komst in 1998 wel een taboe slopen. Jobs, een controlefreak, zwoer bij eigen assemblagefabrieken in de Verenigde Staten. Cook sloot die fabrieken en verhuisde de assemblage naar Chinese onderaannemers zoals Foxconn.
...

Op de 300 miljoen smartphones, tablets en computers die Apple jaarlijks verkoopt, staat in kleine letters samengevat hoe de Amerikaanse techgigant erin is geslaagd zijn omzet in twintig jaar te doen groeien van 6 miljard naar bijna 300 miljard dollar: ' Designed in California, assembled in China'. De in 2011 overleden oprichter Steve Jobs droomde van strakke en gebruiksvriendelijke toestellen, zijn rechterhand en latere opvolger Tim Cook zorgde ervoor dat die realiteit werden. Daarvoor moest Cook bij zijn komst in 1998 wel een taboe slopen. Jobs, een controlefreak, zwoer bij eigen assemblagefabrieken in de Verenigde Staten. Cook sloot die fabrieken en verhuisde de assemblage naar Chinese onderaannemers zoals Foxconn. Het was niet alleen veel goedkoper die toestellen daar te assembleren. Gesofisticeerde elektronica zoals smartphones assembleren is arbeidsintensief en enorm complex. Apple heeft daarvoor een gigantisch productienetwerk nodig. In China was het reservoir aan arbeiders en ingenieurs veel groter, en veel belangrijke leveranciers van componenten waren in dat land gevestigd. Daardoor kon de productie er veel sneller worden opgedreven, toen de iPod en later de iPhone en de iPad enorm populair werden.In veertien jaar ging Apple van nul naar 250 miljoen geproduceerde iPhones per jaar. The Wall Street Journal schatte vorig jaar dat Apple via zijn onderaannemers meer dan 3 miljoen Chinezen tewerkstelt. Er zijn geen echte alternatieven voor zo'n enorm netwerk. Dat was al een risico op zich, en dat werd het nog meer door de toenemende spanningen tussen de Verenigde Staten en China. Donald Trump beloofde aan zijn kiezers dat hij de industrie terug naar de Verenigde Staten zou halen, en voerde als president invoertarieven in om de export uit China te ontmoedigen. Hij schaarde zich ook achter haviken in het Amerikaanse leger en de veiligheidsdiensten, die vonden dat het uitbesteden van de productie van elektronica aan Chinese techbedrijven China te machtig maakte. Daardoor zou ook te veel westerse spitstechnologie in Chinese handen vallen. Trump legde steeds meer beperkingen op aan Chinese techbedrijven die in de Verenigde Staten of andere westerse landen bedrijven wilden overnemen. Westerse ondernemingen moeten ook uitkijken wat ze verkopen aan China. Zo mag het Nederlandse ASML zijn machines om de meest geavanceerde chips te produceren niet naar China uitvoeren. Geavanceerde computerchips zijn een van de weinige sectoren waar China nog een achterstand heeft. Trumps opvolger, Joe Biden, zet de harde lijn van Trump voort, onder meer met de oprichting van het Trade and Technology Council (zie kader Samen tegen China). Dat bezorgt Tim Cook veel hoofdbrekens. Hij moest verscheidene keren ongemakkelijk figureren in propagandastunts van Trump, om die laatste te vriend te houden. Tot afgrijzen van de medewerkers en de fans van Apple liet Cook Trump in 2019 een nieuwe assemblagefabriek in Texas officieel openen. De iPhone, de echte kaskoe van Apple, ontsnapte zo grotendeels aan de hogere Amerikaanse invoertarieven. In ruil mocht Trump breed glimlachend voor de camera's de terugkeer van Apple naar de Verenigde Staten claimen. In werkelijkheid ging het om de assemblage van Mac Pro's. Dat zijn de duurste computers van Apple, die gemakkelijk 10.000 euro en meer kosten, exclusief de rubberen wieltjes van 849 euro - een nicheproduct dus. Voor de echte massaproductie, in het bijzonder de iPhone, kijkt Apple niet naar de Verenigde Staten als alternatief, maar vooral naar India. Apple bouwde daar sinds 2017 productiecapaciteit uit, maar het is nog ver verwijderd van het ideaal om in China enkel voor de Chinese markt te produceren. Tot dan moet het zijn Chinese onderaannemers volop ondersteunen met het leveren van hoogwaardige componenten en hoogtechnologische machines. Maar zo wordt het almaar moeilijker de beschuldiging te vermijden dat het de westerse technologische voorsprong te grabbel te gooit. De voorbije weken doken op sociale media veel filmpjes en foto's op van Chinezen die in lange rijen aanschoven om de nieuwste iPhone van Apple te kopen. Analisten houden zulke zaken nauwlettend in de gaten, om het sentiment van de consument tegenover Apple te peilen. De Chinese afzetmarkt is enorm belangrijk voor de techgigant, al is het een minder grote existentiële bedreiging dan de toegang verliezen tot de Chinese onderaannemers. In de eerste negen maanden van het lopende boekjaar was 'Greater China', inclusief Taiwan en Hongkong, goed voor 53 miljard van de 282 miljard dollar omzet, of bijna 18 procent. Ondanks de zware concurrentie van lokale spelers is Apple in die regio de op één na grootste smartphoneverkoper. Het is in dat segment ook de enige buitenlandse speler van belang in China. Het Zuid-Koreaanse Samsung, wereldwijd de grootste concurrent van Apple, heeft er bijvoorbeeld maar een marktaandeel van 1 procent. Het heeft die markt volledig opgegeven. Apple doet er alles aan om in de gratie van de Chinese consument en overheid te blijven. Het schikt zich bijvoorbeeld gedwee naar de strenge datawetten in China. De foto's, berichten en andere gevoelige data van Chinese iPhone-gebruikers worden in een lokaal datacenter opgeslagen, waarvan Apple de Chinese overheid de toegang niet kan weigeren. Apple gaat er nochtans prat op dat het de meest privacyvriendelijke techgigant is. In de Verenigde Staten verzette het zich tegen de eis van de overheid om een achterpoortje maken in de strenge beveiliging van zijn software om de iPhone van een terrorist te kraken. Dat achterpoortje zou onmogelijk geheim kunnen blijven, vond Apple, waardoor alle iPhones gevaar zouden lopen. Maar in China, met zijn slechte reputatie in mensenrechten, is het bedrijf dus veel minder strijdlustig. Door die makke houding hoeft Apple niet te vrezen dat de Chinese overheid de consumenten tegen het bedrijf opzet. Maar dat komt met een prijs: Apple komt steeds meer in het vizier van Amerikaanse politici die het bedrijf van medeplichtigheid aan de Chinese politiestaat betichten. Het wordt steeds moeilijker van twee walletjes te eten.