Op een paar kreetjes van teleurstelling na hebben we maar weinig gehoord over de beslissing van Volvo Cars om zijn nieuwe batterijfabriek - goed voor 3.000 banen - niet in Gent maar in Zweden te bouwen. Dat is vreemd. Het energiedebat dat de gemoederen zo verhit, zou eigenlijk over die batterijfabriek moeten gaan.
...

Op een paar kreetjes van teleurstelling na hebben we maar weinig gehoord over de beslissing van Volvo Cars om zijn nieuwe batterijfabriek - goed voor 3.000 banen - niet in Gent maar in Zweden te bouwen. Dat is vreemd. Het energiedebat dat de gemoederen zo verhit, zou eigenlijk over die batterijfabriek moeten gaan. Volvo Cars werkt voor zijn batterijtechnologie samen met Northvolt, een vrij jong Zweeds bedrijf dat de ambitie koestert om 'de groenste batterij ter wereld' te maken. Northvolt wil batterijen maken met minstens 50 procent gerecycleerde materialen en 100 procent hernieuwbare energie bij de productie. En daar wringt het schoentje. De garantie op voldoende hernieuwbare energie vindt Northvolt vandaag in Zweden, niet in Gent. Zweden heeft een grote voorsprong uitgebouwd in groene energie. Een kleine 60 procent van de volledige energiebehoefte van het land - voor industrie, wonen en transport - is er hernieuwbaar. Uiterlijk in 2040 wordt dat 100 procent. Het Zweedse energiemodel steunt vooral op water- en windkracht. Het zet ook in op biomassa en behoudt voorlopig kerncentrales in de energiemix. Groene energie is er voldoende beschikbaar en het aanbod neemt snel toe. Een vergelijkbaar verhaal kun je over Denemarken of Noorwegen vertellen. Kabels leggen naar offshorewindparken in Denemarken, zoals minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) onlangs aankondigde, is daarom geen overbodige luxe. Groene energie is in Scandinavië een concurrentievoordeel en een exportproduct geworden. België hoeft niet te panikeren. We zijn het al vele decennia gewend om voor energie vrijwel volledig afhankelijk te zijn van het buitenland. Toch zijn we er, dankzij een logistieke sleutelpositie en een hoge arbeidsproductiviteit, altijd in geslaagd onze concurrentiepositie min of meer ongeschonden te houden. Met energieprijzen waar we geen vat op hebben, heeft dit land leren leven. De komende jaren zullen de spelregels echter veranderen. In de energiekwestie is zo'n vernieuwende batterijfabrikant - vergeef me de uitdrukking - de kanarie in de koolmijn. De grote uitdaging schuilt in het klassieke industriële weefsel, dat nu nog veel fossiele brandstoffen slurpt en straks hoe dan ook zal vergroenen. De industrie zal heel veel hernieuwbare energie nodig hebben. De vraag is of ze die in België zal vinden, en wat ze zal doen, mocht dat niet het geval zijn. Nu al ontstaan - alweer in Zweden - 'groene staalfabrieken', die dat zware industriële proces met hernieuwbare energie uitvoeren. De schaal blijft beperkt, maar het toont aan dat groene energie ook in de klassieke industrie alleen maar belangrijker zal worden. Als we geen garanties kunnen geven aan bedrijven die straks 100 procent hernieuwbaar willen of moeten produceren, dreigen niet zozeer de loonkosten maar vooral de gebrekkige energiebevoorrading ons parten te spelen. België heeft dringend nood aan een grootschalig energieplan. De discussie over de kernuitstap en de bijna existentiële angst of kiezers al dan niet in het donker zullen zitten na 2025, mogen de echte uitdaging niet in de weg staan. Waar komt onze groene energie straks vandaan? Hoe maken we van hernieuwbare energie alsnog een troef in een vlak land met 67 kilometer kustlijn? Op dit ogenblik denken vooral spelers zoals Elia, het Havenbedrijf en de samenwerkende vennootschap van Fluxys en Colruyt daarover na. Onze strategische ligging, onze kennis in de overslag van aardgas, de aanwezigheid van een grote haven en enkele wereldspelers in hernieuwbare energie zoals DEME, zijn niet te verwaarlozen troeven. Laten we die troeven massaal uitbouwen, zodat we Zweedse batterijfabrikanten in de toekomst wel kunnen overtuigen om bij ons te investeren.