Op 8 november trokken de Amerikanen naar de stembus voor tussentijdse verkiezingen. De krappe meerderheid van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat dreigt te sneuvelen. De Amerikaanse president Joe Biden zal in dat geval met zijn beleid aan handen en voeten gebonden zijn. De nieuwe lichting Republikeinse politici zal worden gedomineerd door aanhangers van de complottheorie dat Donald Trump door kiesfraude de presidentsverkiezingen van 2020 heeft verloren. Zij zullen al hun politieke energie besteden aan het ten val brengen van Biden.
...

Op 8 november trokken de Amerikanen naar de stembus voor tussentijdse verkiezingen. De krappe meerderheid van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat dreigt te sneuvelen. De Amerikaanse president Joe Biden zal in dat geval met zijn beleid aan handen en voeten gebonden zijn. De nieuwe lichting Republikeinse politici zal worden gedomineerd door aanhangers van de complottheorie dat Donald Trump door kiesfraude de presidentsverkiezingen van 2020 heeft verloren. Zij zullen al hun politieke energie besteden aan het ten val brengen van Biden. De politieke impasse wordt dus alleen maar groter. Tegelijk krijgt het land de inflatie niet onder controle, onder meer door de krappe arbeidsmarkt. Slechts 62 procent van de actieve bevolking is aan het werk. Zelfs Wallonië doet beter met 71 procent. Ondanks al die handicaps blijven de Verenigde Staten een magneet voor talent en investeringen. Het is een dynamische economie met een bruto binnenlands product van 23.000 miljard dollar (dat van België is omgerekend 600 miljard dollar) en 331 miljoen inwoners. De lagere energieprijzen, door de eigen olie- en gasvelden, zullen die aantrekkingskracht nog vergroten. Ook veel Vlaamse bedrijven en expats worden verleid door het land. Trends verzamelde getuigenissen van Vlamingen over wat werken en ondernemen in de Verenigde Staten echt inhoudt. In Kansas, niet ver van de grens met Missouri, ligt het Amerikaanse hoofdkwartier van TVH. Voor de Waregemse specialist in vervangstukken voor industriële machines zijn de Verenigde Staten jaarlijks goed voor meer dan een kwart van de omzet van 1,35 miljard euro. Er werken duizend van de vijfduizend medewerkers. De tak wordt sinds september 2021 geleid door de Vlaming Simon Witdouck. "TVH heeft geen beleid om structureel Belgen aan het hoofd van buitenlandse filialen te zetten, om een oogje in het zeil te houden. Het had ook een Amerikaan kunnen zijn, maar Simon was de beste voor de functie", zegt CEO Dominiek Valcke. "De meeste omzet halen we uit onderdelen voor heftrucks. We zien nog veel kansen in de Verenigde Staten. Bijvoorbeeld in onderdelen voor de landbouw, een markt waarop we in dat land nog niet actief zijn." Voor Simon Witdouck, die al tweeënhalf jaar in de Verenigde Staten werkt, is de enorme Amerikaanse markt buiten categorie. "Europa is een continent met gefragmenteerde markten. Als je in de Verenigde Staten in één staat een idee succesvol kunt uitrollen, kun je dat op een vergelijkbare manier over het hele land doen. Onze klanten doen dat, en wij volgen hen." Kansas en andere centrale staten worden vaak gezien als staten die economisch minder presteren dan Californië, Texas en andere zwaargewichten, en waar er minder krapte op de arbeidsmarkt is. Maar Witdouck spreekt dat tegen. "De werkloosheidsgraad in zowel Kansas als Missouri bedraagt amper 2,5 procent. Het vinden van gekwalificeerde mensen is moeilijk." Dezelfde verzuchting is te horen bij de West-Vlaamse koekjesfabrikant Poppies. "We hoopten dat het vinden van technische mensen zou meevallen in de Verenigde Staten", zegt CEO Patrick Reekmans. "Dat bleek ijdele hoop. North Carolina is een belangrijke staat voor productiebedrijven. Bovendien is de kwaliteit van de technische mensen lager dan in Europa. We hebben 110 werknemers in de Verenigde Staten. We zoeken voortdurend mensen." Poppies is een van de grootste koekjesfabrikanten in Europa, maar het maakt al meer dan twintig jaar soezen en eclairs in North Carolina, onder meer voor de retailgiganten Walmart, Kroger en Ahold Delhaize. De Verenigde Staten zijn de tweede markt voor het bedrijf, dat in 2021 een geconsolideerde omzet van 335 miljoen euro draaide. "Vier vijfde van onze Amerikaanse omzet komt van eigen merken, terwijl we in Europa vier vijfde van onze omzet uit huismerken halen", zegt Reekmans. Ook Poppies merkt dat de grondstoffen- en verpakkingsprijzen exploderen. Enkel de energieprijzen, hoofdzakelijk gas en elektriciteit, blijven lager dan in Europa. Het zakenklimaat is er beter, aldus Reekmans: "Het investeringsklimaat in de Verenigde Staten is gunstig. De samenwerking met de lokale overheden en die van de deelstaat gaat goed. Ze nemen zelf contact op om te vragen of we problemen ondervinden. Er is ook meer zekerheid om te ondernemen. Er zijn minder gedetailleerde regels dan in Europa, terwijl het algemene kader beter is afgebakend." "In sommige sectoren of staten zal er wellicht iets minder regelgeving zijn dan in de Europese Unie. Maar na bijna tien jaar ondernemen in de Verenigde Staten durf ik te zeggen dat er minstens evenveel administratieve lasten zijn als in Europa", zegt Pieterjan Bouten, de medeoprichter van Showpad. De software van het Gentse bedrijf wordt wereldwijd door meer dan duizend klanten gebruikt om verkoopteams efficiënter te trainen en te laten verkopen. "Je kunt hier snel een vennootschap oprichten, maar er is veel bureaucratie. Het voelt misschien niet zo aan, omdat het niet altijd van de overheid komt. Je moet je voortdurend juridisch indekken. Alles moet contractueel vastgelegd zijn. Ik wil niet weten hoeveel uren Showpad al aan advocaten heeft betaald. Daarnaast wordt vergeten dat de regels wel degelijk fors kunnen verschillen per staat, zoals de btw-tarieven. Het is ook een misvatting dat de belastingen hier altijd lager zijn. In de grote staten wordt de hoogste schijf van de hogere lonen ook meestal belast tegen 50 procent. De vennootschapsbelasting ligt ook rond 30 procent. Bovendien is er vaak een meerwaardebelasting. Ondernemers die hun bedrijf verkopen of naar de beurs brengen, moeten 25 tot 30 procent betalen op de meerwaarde." "Om fiscale redenen zou ik als ondernemer niet naar de Verenigde Staten trekken", gaat Bouten verder. "De enorme afzetmarkt en het aanwezige talent maken van het land in de eerste plaats een enorme kans, maar je moet een sterke verkoop- en marketingafdeling hebben. In Europa denken we nog te vaak dat een topproduct volstaat, maar er zijn genoeg voorbeelden van hoe Amerikaanse bedrijven met een middelmatig product en een goed commercieel verhaal toch hun betere internationale concurrenten overklassen." Showpad heeft er al een hele trip door Amerika op zitten. Bouten en zijn medeoprichter Louis Jonckheere staken hun tenen eerst in New York in het water, om dan hun Amerikaanse hoofdkwartier in San Francisco en Portland op te zetten. Sinds drie jaar is dat verplaatst naar Chicago. "We hebben ongeveer 250 medewerkers in de Verenigde Staten. Een groot deel werkt op afstand, thuis of in flexkantoren. In Chicago zitten 110 medewerkers. De rest is verspreid over twintig andere staten. Techbedrijven, of hun medewerkers, hebben San Francisco massaal verlaten tijdens de coronacrisis. Het is niet meer het enige walhalla voor techbedrijven. Je ziet techclusters ontstaan in Austin en Miami, en de oostkust komt weer op. San Francisco was ook te duur geworden. Wij hebben ons kantoor daar grotendeels afgebouwd. Het zwaartepunt ligt nu in Chicago, maar ook daar is het duur en is er een enorme krapte op de arbeidsmarkt. Amerikanen zijn ook opportunistischer. Voor een beperkte loonsverhoging durven ze al van werk te veranderen. In onze sector kun je gelukkig probleemloos telewerken. Dat maakt het rekruteren wat gemakkelijker. Wereldwijd dwingen wij niemand om op kantoor te werken. Maar ik vind het opvallend dat het in de Verenigde Staten veel moeilijker is medewerkers terug naar kantoor te krijgen dan in Europa. De Amerikaanse bedrijfscultuur is dus zeker veranderd, maar gelukkig is de energie dezelfde gebleven. Amerikanen denken nog altijd veel grootser dan in Europa, ze treuzelen niet met zakendoen. Ik kom altijd met energie terug uit het land." Onlangs berekende Bloomberg dat Californië wellicht de op drie na grootste economie ter wereld wordt en Duitsland voorbijsteekt. De staat wordt voortgestuwd door zijn bloeiende techsector met al zijn giganten in en rondom San Francisco. Volgens onderneemster Sophie Boutelegier trekt het leven in San Francisco sinds deze zomer weer aan. "De stad en de regio van Silicon Valley werden dood verklaard telkens als grote bedrijven er vertrokken. Tesla, HP Enterprise en Oracle hebben hun hoofdzetel verhuisd tijdens de coronapandemie. Door hier kantoren te sluiten of te verkleinen kunnen ze enorm besparen. Die verhuizingen krijgen altijd veel media-aandacht, maar fundamenteel blijft Silicon Valley een robuust en uniek systeem. Nergens ter wereld heb je zo'n unieke combinatie van kennis, via de universiteit van Stanford, ondernemerschap en geld. Ondertussen zijn er andere hubs gegroeid, maar Silicon Valley blijft de belangrijkste." Boutelegier werkte eerst voor de beeldverwerkingsspecialist Barco en startte daarna in de Verenigde Staten haar eigen bedrijf, Expandify. Daarmee adviseert ze Europese bedrijven onder meer over een Amerikaanse expansie. "Het gaat meestal over de ruimere internationale strategie, maar ik merk dat de focus van veel bedrijven de jongste tijd op de Verenigde Staten komt te liggen en minder op Azië. Europese bedrijven mogen niet overhaast naar de Verenigde Staten trekken. Veel bedrijven onderschatten de concurrentie hier. Amerikanen zijn geboren verkopers en de marktkansen trekken bedrijven van over de hele wereld aan. Een bedrijf moet echt in topvorm zijn om hier succesvol te starten. Bovendien is de omvang van de markt overweldigend. Overal lijken er grote kansen te zijn, waardoor men zich niet toespitst op de meest interessante regio of niche. Dan sta je nergens sterk genoeg." "Verkopers moet je hier ook meer vrijheid geven. Een verkoper die voor een korting eerst met het hoofdkantoor moet bellen, verliest hier al zijn gezag bij een klant. Het is een misverstand dat Amerikanen enkel van Amerikanen willen kopen. Maar je moet je wel aanpassen. Je hebt een .com-adres voor je website nodig, prijzen in dollar en een lokaal telefoonnummer. Je eerste medewerker hoeft niet per se een Amerikaan te zijn. Een oprichter of een verhuisde Belgische medewerker zal loyaler zijn. Je mag je ook niet verkijken op ronkende titels van sollicitanten. Een vice president is hier niet zeldzaam in een groot bedrijf en vaak zijn ze geen goede match voor een start-up. Als je hier een tijdje woont, kun je ze een beetje lezen en weet je dat ze gemakkelijk overdrijven. Je moet dat als Belg niet overnemen, maar wel met veel zelfvertrouwen je eigen ding doen. Amerikanen respecteren dat."