De voormalige CEO van Audi, Rupert Stadler, wordt er door Justitie samen met drie anderen - de voormalige Audi- en Porsche-manager Wolfgang Hatz en twee ingenieurs - van verdacht betrokken te zijn geweest bij het verstrekken van valse certificaten van dieselmotoren, misleidende reclame en fraude.

De beklaagden worden verdacht van het ontwikkelen van motoren met sjoemelsoftware voor auto's van Audi, Volkswaren en Porsche. Het gaat om 251.000 Audi's, 112.000 Porsches en 71.500 Volkswagens die verkocht werden in Europa en de VS.

Volgens de aanklager was Stadler eind september 2015 op de hoogte van het gesjoemel met de emissiewaarden, maar heeft hij de verkoop van de betrokken Audi- en VW-voertuigen daarna niet verhinderd.

Stadler, die elf jaar aan het hoofd stond van VW-dochter Audi, was in juni 2018 de eerste topman uit de autosector die in voorlopige hechtenis genomen werd in het dieselschandaal. In oktober 2018 werd hij weer vrijgelaten.

De Duitse autoreus Volkswagen gaf in september 2015 toe illegale software te hebben gebruikt om emissietests te manipuleren, waardoor de uitstoot van schadelijke stoffen lager leek dan ze in werkelijkheid was. Het dieselschandaal heeft Volkwagen tot nu toe 30 miljard euro gekost.