Lauwers begon zijn carrière in de banksector in 1986 bij BAC, de voormalige bank van de Belgische christelijke arbeidersbeweging, dat later opging in Dexia Bank. In de jaren 2000 werkte hij voor de Dexia-groep in Nederland en Slowakije. Van 2007 tot 2013 was hij hoofd retail en commercial banking van Dexia Bank België, het huidige Belfius.

In zijn afscheidsinterview in Trends als CEO van Argenta, een functie die hij sinds september 2016 bekleedt, komt Lauwers terug op de Dexiacrisis in 2011.

Hallucinante toestanden

Hij werd toen bij voorzitter Jean-Luc Dehaene geroepen die hem zei dat niet hij, die de nummer twee was na de vertrekkende Stefaan Decraene, maar Jos Clijsters de nieuwe baas van Dexia Bank België (het latere Belfius) zou worden.

"Dehaene vroeg me om niettemin aan boord te blijven", vertelt Lauwers daarover. "Ik heb me toen geëngageerd, ook al omdat ik het goed kon vinden met Jos.

"Ik heb nog altijd spijt dat ik in die jaren geen dagboek bijgehouden heb. We beleefden hallucinante toestanden. Ik sliep nachten na elkaar op een zetel tussen stukken uit de kunstcollectie van Dexia. Je ligt daar te maffen tussen de Ensors en de Permekes, dat kun je je moeilijk voorstellen. Heel vreemd."

De boeiendste periode waren de twee jaren die hij voor Dexia in Slowakije doorbracht, zegt Lauwers. "Ik sprak de taal niet en kende de cultuur niet. Ik leidde er een bank met 800 medewerkers en moest rapporteren aan het Franse filiaal van Dexia, waar men totaal niet vertrouwd was met retailbankieren. Ik was volledig op mezelf aangewezen en ben er ook mezelf tegengekomen. Dat is een beetje de rode draad in mijn carrière: ik heb heel dikwijls de muur opgezocht."

Lees het volledige interview met Marc Lauwers

Lauwers begon zijn carrière in de banksector in 1986 bij BAC, de voormalige bank van de Belgische christelijke arbeidersbeweging, dat later opging in Dexia Bank. In de jaren 2000 werkte hij voor de Dexia-groep in Nederland en Slowakije. Van 2007 tot 2013 was hij hoofd retail en commercial banking van Dexia Bank België, het huidige Belfius.In zijn afscheidsinterview in Trends als CEO van Argenta, een functie die hij sinds september 2016 bekleedt, komt Lauwers terug op de Dexiacrisis in 2011. Hij werd toen bij voorzitter Jean-Luc Dehaene geroepen die hem zei dat niet hij, die de nummer twee was na de vertrekkende Stefaan Decraene, maar Jos Clijsters de nieuwe baas van Dexia Bank België (het latere Belfius) zou worden."Dehaene vroeg me om niettemin aan boord te blijven", vertelt Lauwers daarover. "Ik heb me toen geëngageerd, ook al omdat ik het goed kon vinden met Jos. "Ik heb nog altijd spijt dat ik in die jaren geen dagboek bijgehouden heb. We beleefden hallucinante toestanden. Ik sliep nachten na elkaar op een zetel tussen stukken uit de kunstcollectie van Dexia. Je ligt daar te maffen tussen de Ensors en de Permekes, dat kun je je moeilijk voorstellen. Heel vreemd."De boeiendste periode waren de twee jaren die hij voor Dexia in Slowakije doorbracht, zegt Lauwers. "Ik sprak de taal niet en kende de cultuur niet. Ik leidde er een bank met 800 medewerkers en moest rapporteren aan het Franse filiaal van Dexia, waar men totaal niet vertrouwd was met retailbankieren. Ik was volledig op mezelf aangewezen en ben er ook mezelf tegengekomen. Dat is een beetje de rode draad in mijn carrière: ik heb heel dikwijls de muur opgezocht."Lees het volledige interview met Marc Lauwers