"Verspil nooit een goede crisis", zegt Wouter De Geest. Nu het licht aan het einde van de coronatunnel steeds feller schijnt, moet de maatschappij vooruit. Een geolied lopende arbeidsmarkt, met een gemiddelde werkzaamheidsgraad van 80 procent, is daarvoor een conditio sine qua non, zegt de voorzitter van het netwerk van Vlaamse ondernemingen Voka.
...

"Verspil nooit een goede crisis", zegt Wouter De Geest. Nu het licht aan het einde van de coronatunnel steeds feller schijnt, moet de maatschappij vooruit. Een geolied lopende arbeidsmarkt, met een gemiddelde werkzaamheidsgraad van 80 procent, is daarvoor een conditio sine qua non, zegt de voorzitter van het netwerk van Vlaamse ondernemingen Voka. WOUTER DE GEEST. "Dit is hét moment om te transformeren. Al ruim vijf jaar wordt België er door alle mogelijke internationale instanties op gewezen dat het moet hervormen. Maar het blijft bij heel schuchtere pogingen. Her en der vind je daarover enkele zinnen in het regeerakkoord. Maar nu dringt Europa aan op transformaties. Een van de meest dringende is die van de arbeidsmarkt. Ook nu we uit corona komen, is er een mismatch tussen de vraag en het aanbod. Over die krapte lezen we heel weinig in het Belgische relanceplan. Alle regeringen in het land hebben nochtans een gezonde ambitie uitgesproken om te groeien naar een werkzaamheidsgraad van 80 procent. Dat is een mooie intentieverklaring, maar over wat er concreet zal gebeuren, lezen we nauwelijks iets. De slagzin 'jobs, jobs, jobs' van de regering-Michel was juist. Maar waarom is dat niet uitgewerkt? Als we hervormingen opnieuw uitstellen tot 2024 of later, is het allicht pas 2027 of 2028 voor er iets geïmplementeerd wordt. Dan zijn we weer een aantal jaren verder achter op de toplanden die kunnen profiteren van de economische relance omdat zij hun transformatie al hebben uitgevoerd. Er wordt vaak gezegd dat je een goede crisis niet mag verspillen, maar we zullen deze crisis dan wél verspild hebben. "De arbeidsmarkt is zo essentieel, het is een hefboom voor veel zaken. Hoe gaan we grote infrastructuurwerken doen als we geen mensen vinden? Wat als ondernemingen investeren maar hun vacatures niet ingevuld krijgen? Als je ondernemingen niet kunt transformeren, blijft er heel veel dode letter. Dat is mijn grote vrees." DE GEEST. "Ik mis nog altijd een systemische aanpak om tot een goed werkende arbeidsmarkt te komen. We bedrijven ideologische necrofilie rond arbeid. Daarmee bedoel ik dat men blijft teruggrijpen naar de oude recepten waarvan we weten dat ze niet hebben gewerkt, zoals het brugpensioen, een werkloosheidssysteem dat niet activerend werkt, het onderscheid tussen statuten, het zwakke overlegmodel waarin werknemers en ondernemers tegenover elkaar staan, enzovoort. Dat komt omdat we niet geloven in de kracht die we samen kunnen ontwikkelen om te hervormen. We gaan er blijkbaar van uit dat alles weer doom en gloom zal worden. Die ideologische necrofilie moeten we achter ons laten en we moeten een duidelijke routekaart naar die werkzaamheidsgraad van 80 procent uittekenen. Dat betekent durven inzetten op flexibiliteit en een hervorming van arbeidsduurregelingen, waarvoor de basis nog altijd een stokoude wet uit 1921 is. En er moet een cultuur van levenslang leren worden opgebouwd, met continue vorming en bijscholing. Nu zijn de regels voor opleiding en vorming absurd. We moeten ook afstappen van de wet-Renault (voor collectieve ontslagen, nvdr) en die vervangen door een wet voor de transformatie van werknemers. We hebben een flexibele arbeidswetgeving nodig. Nu smoren we elke innovatie daarin in de kiem. We benadrukken altijd dat innovatie noodzakelijk is. Maar als het gaat over arbeid om innovatie te stutten, wil blijkbaar niemand van innovatie weten. "Zeker in Vlaanderen is de vraag naar werknemers er, maar het aanbod is te klein. Dat aanbod moet op een eenvoudiger manier worden vergroot. Nu is dat veel te ingewikkeld. Dat betekent ook dat je een heel goed systeem van data-uitwisseling moet hebben tussen de federale en de regionale overheden. Dat is er niet. In het regeerakkoord staat dat regio's een eigen arbeidsmarktbeleid mogen ontwikkelen en dat de federale overheid hen daarin niet tegenwerkt. Maar de realiteit is dat telkens als arbeid op de agenda van de federale regering komt, alles bij het oude blijft. De federale regering plant in september een werkgelegenheidsconferentie. Ik kan alleen maar hopen dat die echt over activering zal gaan, en niet over het einde van de loopbaan." DE GEEST. "We spreken over 2030. In Vlaanderen zitten we aan bijna 75 procent, dus dat zou moeten lukken. In Wallonië en Brussel zitten we nog een stuk onder 70 procent en is de weg nog lang. We moeten niet doen aan cijferfetisjisme, maar zonder routekaart zullen we er ook nooit geraken. Dan blokkeren we onze economische vooruitgang en hollen we de concurrentiekracht van onze ondernemingen uit. En nog erger: we ontzeggen veel mensen de toegang tot de arbeidsmarkt." DE GEEST. "Dat heeft zijn verdienste, maar het is het zoveelste compromis waarin elkeen opnieuw een beetje het zijne vindt, maar waarin geen degelijke aanzet tot een activeringsbeleid wordt gegeven. Dat stond wellicht ook niet op de agenda en is dus geen verwijt aan de onderhandelaars. Eén kanttekening: ik begrijp dat compromissen moeten worden gesloten, maar het invoeren van landingsbanen op 55 jaar betekent dat in de toekomst mensen twaalf jaar in een landingsbaan kunnen functioneren. Op een actieve loopbaan is dat een bijzonder groot percentage. Dat is spijtig. Maar het is goed dat men de trein van het SWT (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, het vroegere brugpensioen, nvdr) niet verder heeft laten bollen. Al is die natuurlijk ook niet gegaan in de richting van een doelbewust en ambitieuzer activeringsbeleid. De economen wijzen terecht op een aantal zwaktes in het akkoord, en er zijn recurrente kosten die worden toegevoegd aan het begrotingstekort. Uiteraard moeten we ons daar zorgen over maken. Alleen moeten we dat niet op de spits drijven. Het gaat over veel geld, maar daar staat ook wel iets tegenover." DE GEEST. "Dat dit uitmondt in een processie van Echternach, is het grote gevaar in ons land." DE GEEST. "We spreken in dit land helaas vaak over vijf voor twaalf, een voor twaalf of vijf na twaalf. Als men nu de urgentie niet begrijpt... Zoals ook Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank, al aangaf, zou het bijna misdadig zijn als we deze crisis niet gebruiken om enkele fundamentele dingen ter discussie te stellen. Dat is een collectieve verantwoordelijkheid, ook voor de ondernemingen. Ook zij kunnen zich niet wegsteken. Vorming is er niet alleen voor mensen van 25 jaar, maar evengoed voor zestigers. Ook de integratie van mensen met een beperking is de verantwoordelijkheid van de ondernemer. Het verhogen van de productiviteit en daardoor welvaart en welzijn creëren, is de hoogste ambitie. In die zin kunnen we elkaar vinden, maar niet als we die ideologische necrofilie blijven bedrijven." DE GEEST. "De regering heeft de crisis economisch goed gemanaged door te waken over de liquiditeit van de ondernemingen en gaandeweg ook te zorgen voor hun solvabiliteit. Maar via het regeerakkoord heeft ze zich er ook toe verbonden een duurzame relance op gang te brengen. Dat betekent een debat over hervormingen. Dan is mijn vraag eraan te beginnen en dat op een coherente en systemische manier te doen. Je moet je niet alleen bezighouden met mysterycalls die plots alles zouden oplossen voor de werkzaamheidsgraad. Voor iedereen in België kan er een plan zijn om die te activeren als werknemer. Iedereen kan actief worden, met het juiste maatwerk. Dat maatwerk zal niet in alle regio's hetzelfde zijn." DE GEEST. "In september hebben we deze gezondheidscrisis wellicht onder controle en kunnen nog meer maatregelen worden losgelaten. Daarna zullen er inderdaad onherroepelijk heel veel herstructureringen komen. Wij willen niet wachten op de klassieke hoogmissen van de begrotingsrondes, waar iedereen met de handen open staat en we van het ene compromis naar het andere gaan. Er ligt intussen wel een hervormingsagenda van de regering op tafel, maar daarin staat veel te weinig over de arbeidsmarkthervorming. We moeten dat thema dringend loskoppelen van de begroting. We maakten altijd de fout om tezelfdertijd over hervormingen en begrotingen te praten, en dan kwam er meestal niks. Dat leidde steevast tot heel veel frustratie." DE GEEST. "Die zou er meer dan ooit moeten zijn. Er mag geen fetisjisme ontstaan rond de staatsschuld, maar we moeten wel kijken naar het begrotingstekort. We moeten voorzichtig zijn waar we geld aan uitgeven. Wild cadeautjes uitdelen heeft geen enkele zin, als ze niet bijdragen tot het grote geheel. We moeten uiteraard terug naar een overheidsschuld die richting 100 procent van het bruto binnenlands product (bbp) evolueert. Dat kan op voorwaarde dat er groei is. Die zou ongeveer 2 procent moeten bedragen. Dat is zeker niet onmogelijk. Extra banen moeten die groei mogelijk maken. Is het iets minder dan 2 procent? So be it, maar we moeten er wel naar evolueren. En zo komen we vanaf 2030 waarschijnlijk in rustiger vaarwater. Maar als we weer zeggen dat het nooit zal lukken, gaan we niets doen en niets veranderen. Dan vrees ik dat we tegenover andere landen steeds verder achteruit kruipen. We kunnen toch niet accepteren dat België elk jaar op alle rangschikkingen verder wegzakt?" DE GEEST. "Er is van onze kant nooit discussie geweest over het feit dat in ondernemingen of sectoren waar het beter ging of gaat, werknemers daar op een faire wijze mee van mogen profiteren. Dat is ook zonder loonakkoord gebeurd. Maar veel ondernemingen hebben een zwarte periode gekend. Daarom is het bevreemdend dat sommigen halsstarrig vasthouden aan die eenheidsworst, dat idee om iedereen hetzelfde toe te kennen. Er wordt zelfs lacherig gedaan over wat werkgevers hebben aangeboden aan hun werknemers, en dan mondt dat uit in discussies over bonnen die niet in elke winkel inwisselbaar zijn. Dat dit debat over loonvorming en productiviteit niet ernstig kan worden gevoerd, doet pijn." DE GEEST. "Uiteraard is er die vrees, wanneer je de schuld en het begrotingstekort ziet oplopen. En zeker als niet wordt hervormd en overheden niet bereid zijn te besparen waar nodig. Dan is besparen via fiscaliteit inderdaad de enige weg. Een overheid heeft dan de keuze tussen ondernemingen stilaan kapot maken, of ze meenemen in een toekomst rond duurzaamheid, digitalisering, enzovoort. Zo moeten we niet opnieuw in afromingsverhalen belanden. Als het goed gaat met ondernemingen, gaat het ook goed met de mensen die er werken. Breng dus zo veel mogelijk mensen in het arbeidssysteem. Dan moet de melk niet zoveel worden afgeroomd, dat je uiteindelijk geen melk meer overhoudt. Hier is een brede consensus nodig, want in dit land is het vertrouwen al te vaak verbroken. In fiscaliteit onderschrijft iedereen het afbreken van de koterijen. Als je dat doortrekt naar de arbeidsmarkt, kunnen heel veel koterijen worden afgebroken." DE GEEST. "Men doet alsof grote bedrijven geen belastingen betalen. Dat kan gemakkelijk worden weerlegd met cijfers. Overheden moeten fact based en evidence based werken, en niet op het buikgevoel afgaan of op basis van puur ideologische standpunten. Dat gezegd zijnde: er is niets mis met minimumbelastingen en vermijden dat belastinginkomsten eroderen. Maar het komt altijd aan op een globaal gelijk speelveld. Het is niet dat België daar meteen op moet springen en dat moet uitrollen. Bewaar de kalmte, want zulke zaken zijn onomkeerbaar zodra ze worden opgelegd. Maar als we dat kunnen organiseren zonder dat de concurrentiekracht wordt uitgehold, is er geen enkel probleem." DE GEEST. "Dat is inderdaad het gevaar, dat goed nieuws dient als alibi om niets te hoeven doen. Nochtans weten we allemaal dat je aan je gezondheid moet werken wanneer je gezond bent, en niet wanneer je ziek bent. Oude wijsheden helpen: je moet je dak repareren als de zon schijnt. Ik heb de gouverneur van de Nationale Bank ook niet de boodschap horen geven dat we in dit land niets meer moeten veranderen. Als zoveel instanties ons er al jaren op wijzen dat we ons Belgisch huis in orde moeten maken, gaan we toch niet wachten tot we ziek zijn, of tot het langs alle kanten binnenregent? Dat is voor alle duidelijkheid een retorische vraag."