Anderlecht-Standard is een klassieker in het Belgische eersteklassevoetbal. De jongste confrontatie eindigde op een troosteloze 0-0. Naast het veld scoren de twee grootheden een stuk slechter dan de andere leden van de grote vijf: Club Brugge, Genk en Gent (zie tabel Topclubs en tobclubs). Anderlecht kreeg de voorbije twee jaar meer dan 60 miljoen euro minder binnen dan het uitgaf, terwijl Brugge en Genk vorig seizoen 24,5 en 29,2 miljoen euro winst noteerden.
...

Anderlecht-Standard is een klassieker in het Belgische eersteklassevoetbal. De jongste confrontatie eindigde op een troosteloze 0-0. Naast het veld scoren de twee grootheden een stuk slechter dan de andere leden van de grote vijf: Club Brugge, Genk en Gent (zie tabel Topclubs en tobclubs). Anderlecht kreeg de voorbije twee jaar meer dan 60 miljoen euro minder binnen dan het uitgaf, terwijl Brugge en Genk vorig seizoen 24,5 en 29,2 miljoen euro winst noteerden. Dat is geen toeval, vindt Wim Lagae, sporteconoom aan de KU Leuven. "De hoofdverklaring zijn de goede Champions League-campagnes van Club Brugge, Genk en Gent. Die leverden hen elk niet alleen 30 tot 35 miljoen euro op, maar lieten hen ook toe spelers in de Europese etalage te zetten. Bovendien is er stabiliteit in de bestuurskamers. Bij die drie ploegen zetten dezelfde mensen al jaren de koers uit." In Luik werd het boekjaar nog nipt met zwarte cijfers afgesloten, maar net zoals bij Anderlecht is het eigen vermogen nog slechts een fractie van de schuldenberg. Voorzitter Bruno Venanzi kocht de club in 2015 voor 21 miljoen euro van Roland Duchâtelet en minderde die som door een kapitaalsvermindering van 10 miljoen euro in schijven uit te betalen aan de verkoper. Duchâtelet had zich eerder 20 miljoen euro aan dividenden laten uitkeren. Sinds de overname is de Luikse club chronisch op zoek naar kapitaal. Ze had dit voorjaar zelfs een herkansing nodig om een licentie te krijgen voor profvoetbal. Dat had vooral te maken met de manier waarop Venanzi de club wil herfinancieren. Hij wil een sale-and-leasebackconstructie opzetten voor het stadion. Daarvoor rekende hij eerst op François Fornieri, de topman van het geneesmiddelenbedrijf Mithra Pharmaceuticals. Toen die afhaakte, trok hij drie nieuwe investeerders aan in de Immobilière Standard de Liège (ISL), de vennootschap die het stadion voor 12 miljoen euro moet kopen, moderniseren en verhuren aan de club. Met Jean-Yves Reginster, hoogleraar aan de Université de Liège, het bouwbedrijf Solico van Evelyn Demarche, en Rode Duivel Nacer Chadli, die zich bij zijn ex-ploegmaat Axel Witsel voegt, werd het kapitaal van ISL opgetrokken tot 7,3 miljoen euro. Daarmee lijkt het ergste leed geleden, al zit Standard financieel nog niet op het niveau van de andere grote vier. Bij Anderlecht is het zelden rustig geweest sinds Marc Coucke eind 2017 is aangetreden als hoofdaandeelhouder. De zakenman erfde een club die rekende op transferwinsten en/of een Champions League-deelname om break-even te draaien. De resultaten - van 2000 tot 2014 speelde de club negen keer kampioen - maakten die aanpak haalbaar. De keerzijde is dat het grote gaten slaat in de begroting als die doelstellingen niet worden gehaald. Na 2014 speelde de club nog één keer kampioen, in 2017. De huidige sportieve resultaten doen niet vermoeden dat daar op korte termijn nog veel titels bij komen. Enter Coucke. Op papier is het reconversieplan voor zowat elke voetbalclub in moeilijkheden eenvoudig: schulden aanzuiveren, knippen in de kosten en tegelijk de inkomsten maximaliseren, en dan pas investeren in de ploeg. Maar Coucke begon met het laatste. Een tros jeugdspelers kreeg een contract en hij trok enkele dure spelers aan, die het later niet waarmaakten op het veld. Lagae: "Het is in het voetbal niet irrationeel om boven je stand te leven. Een Champions League-deelname maakt een enorm verschil. Maar als het mislukt, kan dat het begin van een negatieve spiraal zijn." Coucke gaf de sleutels van de nv Anderlecht aan CEO Karel Van Eetveldt (ex-Unizo en ex-Febelfin) en gaf zijn voorzitterszitje door aan Wouter Vandenhaute (De Vijver, Flanders Classics). Die hanteren een strak financieel plan. De loonlasten krompen in het seizoen 2018-2019 al van 50,1 naar 47,3 miljoen euro en ze moeten nog verder dalen. Het transferbudget werd ingekrompen tot 4 miljoen euro. Maar om de wankele balans aan te zuiveren - 8,4 miljoen euro eigen vermogen, tegenover 94,9 miljoen euro schulden eind vorig seizoen - is een kapitaalverhoging nodig. Die moet vooral gebeuren door 50 miljoen euro schulden aan Coucke om te zetten in aandelen, plus 20 miljoen euro vers kapitaal. Daarmee flirt paars-wit met de grenzen van de financiële fair play: die laat in twee jaar één kapitaalverhoging van 30 miljoen euro toe. Anderlecht deed er in 2018-2019 al één, van 27,3 miljoen. Maar de Pro League wierp enkele weken geleden een reddingsboei door toe te laten dat coronaverliezen worden opgevangen door een kapitaalinjectie. Toch is daarmee de klus niet geklaard. Voor een kapitaalverhoging is een drievierdemeerderheid in de raad van bestuur nodig. De minderheidsaandeelhouders zien het echter niet zitten om op te draaien voor het mismanagement van Coucke. Eén van hen, Johan Beerlandt van het bouwbedrijf Besix, stapte eind oktober op als bestuurder. Hij verweet Coucke en de door hem aangestelde directieleden dat ze ambieerden "de financiële situatie, die het gevolg is van een onemanshowbeleid, te laten dragen door alle aandeelhouders". Beerlandt blijft wel aandeelhouder (5,3%), net als Etienne en zijn zoon Olivier Davignon (5,3%), en Claire en Julie Vanden Stock (3,5%), de dochters van oud-voorzitter Roger. De overige 11,6 procent van de aandelen is in handen van Michaël Verschueren, de zoon van de legendarische Anderlecht-manager Michel en een zwaargewicht in de ECA, de vereniging van Europese topvoetbalclubs. Hij nam eind november de aandelen van Alexandre Van Damme, als AB InBev-telg jarenlang de rijkste Belg (5,3%), en van ex-AB InBev-topman en ex-CEO van Anderlecht Jo Van Biesbroeck (1%) over. Her en der wordt geopperd dat een nieuwe verkoop van de club een oplossing kan zijn. Alleen voelt niemand daar veel voor. Een club die geen Europees voetbal speelt, heeft een hoge loonmassa. Daar komen de gevolgen van de coronapandemie bovenop. Dat oogt niet geweldig in de etalage. Het enige alternatief voor een kapitaalverhoging is de verkoop van de beste spelers. De 18-jarige buitenspeler Jérémy Doku werd begin oktober voor 27 miljoen euro doorgesluisd naar Rennes. Alleen komt dat denkspoor neer op het verbranden van de meubels om het huis op te warmen. De kansen op sportief succes, en dus op de miljoenen van het Europees voetbal, worden daardoor kleiner. Bronnen dicht bij het dossier noemen de lang aanslepende onderhandelingen dan ook een " game of chicken: wie knippert het eerst met de ogen?" Toch is Michaël Verschueren optimistisch. "De kapitaalverhoging is een noodzaak, maar iedereen heeft de wil om eruit te komen." Hij verwacht dat er nog voor het jaareinde een akkoord kan worden bereikt. Verschueren tempert ook de paniekberichten in de media. "Het beleid is niet zo roekeloos als sommigen laten doorschemeren."Alleen botst Anderlecht op de systeemfouten in het Europese voetbalmodel, oordeelt Lagae. "In de Amerikaanse sportcompetities zijn er loonplafonds en herverdelingsmechanismes. Ook La Liga, de federatie van het Spaanse profvoetbal, hanteert een loonplafond. Daardoor komen er middelen vrij om te investeren in sponsortevredenheid, fanbeleving, het stadion, jeugd- of vrouwenvoetbal." Dat is in België veel moeilijker. Elke sportief manager weet hoe moeilijk het is de loonmassa in te krimpen. "Niemand wil weg, want ze verdienen te veel", weet Trudo Dejonghe, sporteconoom aan de KU Leuven. "In de sportwereld kun je veel verdienen zonder er veel voor te doen: in de tribune zitten voor een paar honderdduizenden euro's per jaar." Toch heeft Anderlecht nog progressiemarge, vindt Dejonghe. "Club Brugge en Genk hebben een managementstructuur voor de lange termijn, met veel jonge mensen met een diploma sportmanagement. Die halen sponsors binnen, analyseren wat beter kan, zetten in op data-analyse, maximaliseren de inkomsten uit sociale media. Anderlecht is daar nog maar een paar jaar mee bezig. Een moderne club moet investeren in computers en technologie, niet in een oud-spits als Luc Nilis die een paar weken tegen een bal komt trappen." Tegelijk blijft Anderlecht een potentiële goudmijn. In de jongste rangschikking van het aantal volgers op sociale media van het marketingbureau Sportimize staat Anderlecht nog altijd op één. Met 1,38 miljoen volgers doet het veel beter dan Club Brugge (759.000) en Standard (543.000). Al kreeg Club Brugge er het afgelopen jaar bijna 80.000 volgers bij, terwijl Anderlecht er 17.500 verloor. Dat verhoogt de druk in Anderlecht.