Voor onze economie wordt water almaar belangrijker. Dat blijkt uit de cijfers die het Vlaams Kenniscentrum Water (Vlakwa) verzamelt. In 2013 werkte één op de zes Vlamingen in een waterintensieve sector. In 2019 was dat al meer dan één op de vijf (22%). Die ondernemingen zijn goed voor een derde van de bruto toegevoegde waarde in Vlaanderen.
...

Voor onze economie wordt water almaar belangrijker. Dat blijkt uit de cijfers die het Vlaams Kenniscentrum Water (Vlakwa) verzamelt. In 2013 werkte één op de zes Vlamingen in een waterintensieve sector. In 2019 was dat al meer dan één op de vijf (22%). Die ondernemingen zijn goed voor een derde van de bruto toegevoegde waarde in Vlaanderen. Toch zijn de meeste bedrijven onvoldoende voorbereid op een droogteperiode. Dat was twee jaar geleden de conclusie van een enquête bij de Voka-leden. Zeven op de tien Vlaamse ondernemingen vreesden voor watertekorten, maar negen op de tien hadden nog geen analyse gemaakt van de droogterisico's of een noodplan opgesteld. Acht op de tien zagen geen mogelijkheden om hun waterverbruik significant te reduceren, en evenveel respondenten konden bij een tekort niet overschakelen op alternatieve waterbronnen. Die hoge percentages doen niet vermoeden dat de meeste bedrijven vandaag plots wel droogtebestendig zouden zijn. "Het is ook niet zo eenvoudig om alternatieven te vinden", vindt Katelijne Haspeslagh, adviseur milieu en klimaat bij de werkgeversorganisatie Voka. "In veel sectoren is de kwaliteit van het water erg belangrijk. Overschakelen op andere waterbronnen vergt extra investeringen en aanpassingen van de bedrijfsprocessen. Dat doe je niet van vandaag op morgen."Nochtans doen de bedrijven al best wat. Er is veel regelgeving voor lozingsnormen, waterbesparingen, gescheiden opvang van hemelwater en afvalwater. Haspeslagh: "Voor veel sectoren is water levensnoodzakelijk, bijvoorbeeld als grondstof van voeding, als zuiveringsmiddel voor installaties, of als koeling in de energie- en de chemiesector. Het is ook een kostenpost. De gevoeligheid is er dus wel." Dat blijkt ook uit de cijfers. Hoewel de daling van het waterverbruik sinds 2010 nagenoeg is stilgevallen, is het gebruik van grondwater bijna gehalveerd in de periode 2000-2018 (zie grafiek blz. 8). Dat is in lijn met het overheidsbeleid, dat vooral het gebruik van andere waterbronnen stimuleert. Het verbruik van hemelwater stijgt licht. Dat van 'ander water' (water van ijs, afvalwater van andere bedrijven of water dat tussen bedrijven wordt verhandeld) klimt fors. Het laaghangend fruit lijkt echter al geoogst. De chemiesector, de grootste slokop van de industrie, zag de dalende trend in 2016 gestuit. In de voedingssector daalt het grondwaterverbruik nog altijd, maar stijgt het totale verbruik de jongste jaren lichtjes. Toch kan het bedrijfsleven best nog wel stappen zetten, vindt Patrick Meire, professor ecosysteembeheer aan de Universiteit Antwerpen. "Iedereen - huishoudens, landbouw, industrie - moet nog meer inzetten op waterbesparing. Er zijn veel mogelijkheden. Het opgepompte water van bouwwerven wordt nu nog via de riolering afgevoerd. De start-up Werfwater brengt die bouwbedrijven in contact met landbouwers, bedrijven en particulieren, die dat water kunnen gebruiken." Een andere mogelijkheid is hergebruik. Meire: "Een bedrijf dat hoogwaardig water nodig heeft voor een proces, kan dat misschien ook hergebruiken voor andere toepassingen. Je kunt afvalwater ook beschouwen als een bron van grondstoffen en die proberen te herwinnen. Fosfaat bijvoorbeeld, dat we nu gebruiken in kunstmest. Of warmte: ook de technologie om die te recupereren, wordt steeds beter." Dirk Halet, strategisch coördinator van Vlakwa, pleit ervoor die oefening niet te beperken tot de eigen perimeter. "Bedrijven moeten slim samenwerken. Dat is niet eenvoudig, want er zijn soms loodzware administratieve procedures, en juridische en technische uitdagingen. Het project Proeftuin Droogte bewijst dat het toch kan: we hebben zeventien cases met minstens drie bedrijven die samenwerken." "Misschien moeten we ook onze heilige huisjes ter discussie stellen", stipt Halet aan. "Nu denken we nog binnen het kader van de bestaande waterinfrastructuur, zoals riolen en zuiveringsstations. Daar minder water doorsturen, lijkt economisch niet wenselijk. Maar vanuit duurzaamheidsoogpunt is het waardevol om waterlevering en waterzuivering zo dicht mogelijk bij de bron en de gebruikers te organiseren. Dat zie je al in woonprojecten zoals de Nieuwe Dokken in Gent. De bewoners zullen er hun warmte halen bij het chemiebedrijf Christeyns." Vorig jaar lanceerde de Vlaamse regering de Blue Deal, waarmee ze de waterschaarste wil aanpakken. Die moet ook de bedrijven weerbaarder maken tegen waterschaarste, zegt Andy Pieters, woordvoerder van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA). "Circulair watergebruik moet de regel worden. Daarom komen er tegen 2022 verplichte waterscans voor grote waterverbruikers en bedrijven met grote verharde oppervlaktes. In de milieuvergunningen komen ook bepalingen over waterefficiëntie, met een duidelijk tijdstraject. Op sectorniveau werken we aan studies over de best beschikbare technologie en aan Green Deals." Dat zijn vrijwillige overeenkomst tussen privépartners en de Vlaamse overheid om samen een groen project te starten. Er is al één Green Deal: zestien Belgische brouwerijen engageren zich om duurzamer om te gaan met water. Met resultaat, blijkt uit een tussentijdse balans van de Vlaamse Milieumaatschappij. De brouwers plaatsten extra debietmeters, optimaliseerden hun reinigingsinstallaties, plaatsten nieuwe vaten- en flessenlijnen of installaties om water te hergebruiken, of zetten samenwerkingen op met bijvoorbeeld een nabije bouwwerf. Gezamenlijk reduceerden ze hun waterverbruik met 289 miljoen liter. "Er zijn geen subsidies aan verbonden: alle partners maken gebruik van eigen tijd en middelen", vertelt Liesje De Schamphelaire, adviseur environmental affairs & energy bij de voedingsfederatie Fevia. "De brouwerijen hebben zelf hun waterbalans en een actieplan opgemaakt. De overheid helpt bij het wegwerken van knelpunten, en er is een stuurgroep voor lerende netwerken." Er zijn nog enkele knelpunten. Sommige maatregelen werden deels teruggeschroefd, omdat de reiniging niet optimaal is. Ook is het gerecycleerde water duurder dan vers water, en soms is ook de logistiek een uitdaging. "Die problemen bekijken we geval per geval. Mogelijk ligt een oplossing in een breder beleid, maar soms kan een knelpunt ook worden opgelost door kennis uit te wisselen." Er staan nog Green Deals op stapel met de supermarktketens om hun parkeerplaatsen maximaal te ontharden, met de chemie-, de farma- en de voedingssector, en de bouw. Pieters: "We leggen ook de laatste hand aan een Green Deal Sportdomein tussen de Vlaamse overheid en beheerders van sportterreinen. Sportclubs kunnen nog beter omgaan met hun water." "De Blue Deal telt 70 actiepunten en is heel ambitieus. Dat is positief, al moet het de komende jaren nog evolueren naar een uitgewerkte holistische visie op water", vindt Haspeslagh. "Iedereen moet inspanningen doen, maar die gebeuren het best zo kostenefficiënt mogelijk, en ze mogen bedrijven niet opzadelen met overbodige administratieve lasten. Je moet geen waterscan opleggen aan een kantoorgebouw dat alleen sanitair water verbruikt." Mocht het toch mislopen en er echt watertekorten dreigen, dan is er nog een stok achter de deur. De Vlaamse regering werkt ook aan een Reactief Afweegkader Droogte. De politieke besprekingen daarover zitten in de finale fase. Het plan moet het mogelijk maken om in periodes van extreme droogte doordachte maatregelen te nemen. In het ergste geval kan dat veel verder gaan dan het intussen bijna klassieke verbod op het sproeien van gazons, het vullen van zwembaden of het wassen van auto's. "Dat kan potentieel ook gaan over het stilleggen van bedrijven", vreest Haspeslagh. "Het zal enorm belangrijk zijn de sociaaleconomische impact goed in te schatten. Maar het is een noodplan: om te vermijden dat het ooit wordt gebruikt, moeten we nu handelen."