De 45-jarige West-Vlaming Jérôme Van Biervliet heeft er in zijn carrière al enkele sterke koerswijzigingen op zitten. Zo werkte hij jarenlang als dierenarts, vooraleer hij assistent-professor werd aan de prestigieuze Amerikaanse Cornell University. Na zijn terugkeer in België doctoreerde hij op alzheimeronderzoek, om vervolgens de overstap te maken naar de topconsultant Bain & Company. Ruim tien jaar geleden ging hij dan aan de slag bij het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), waar hij verantwoordelijk werd voor businessdevelopment. Later creëerde hij VIB Discovery Sciences, dat focust op de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen.
...

De 45-jarige West-Vlaming Jérôme Van Biervliet heeft er in zijn carrière al enkele sterke koerswijzigingen op zitten. Zo werkte hij jarenlang als dierenarts, vooraleer hij assistent-professor werd aan de prestigieuze Amerikaanse Cornell University. Na zijn terugkeer in België doctoreerde hij op alzheimeronderzoek, om vervolgens de overstap te maken naar de topconsultant Bain & Company. Ruim tien jaar geleden ging hij dan aan de slag bij het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), waar hij verantwoordelijk werd voor businessdevelopment. Later creëerde hij VIB Discovery Sciences, dat focust op de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. En nu volgt hij Johan Cardoen op als algemeen directeur van het VIB, dat al 25 spin-offs lanceerde. Net zoals daarvoor is die functie een duobaan met Jo Bury, die het VIB sinds het begin mee leidt. Al erft Van Biervliet van Cardoen ook de verantwoordelijkheid voor de zogenoemde technologietransfer, of het te gelde maken van het onderzoek aan het VIB. Cardoen was acht jaar baas van het VIB, maar multiple sclerose belet hem die functie nog ten volle uit te oefenen. "We hebben na mijn beslissing om te stoppen verschillende managementmodellen tegen het licht gehouden. Maar altijd bleek dat een tandem het beste model was", zegt Cardoen. "Het management is complex, doordat er veel belanghebbende partijen zijn, en dan is het erg waardevol elkaars klankbord te kunnen zijn." Het VIB telt 86 onderzoeksgroepen en 8 onderzoekscentra, en rijgt de onderzoeksuccessen aan elkaar. Ook in coronatijden speelt het VIB, een partnerschap met de vijf Vlaamse universiteiten, een belangrijke rol. Het instituut is de bron van Ablynx, dat met de ontwikkeling van medicijnen op basis van antilichamen van lama's een biotechtopper werd. Die antilichamen zetten het VIB en de Universiteit Gent nu in tegen covid-19, wat wereldwijde media-aandacht trekt. In het labo blijkt dat die antilichamen werken tegen het coronavirus. Dat onderzoek bouwt voort op eerder onderzoek naar de impact van lama-antilichamen op SARS en MERS, twee andere coronavirussen. "Dat was een van de vele zaken waar we in een normaal tempo aan het werken waren. Nu is dat in de vijfde versnelling geschakeld", zegt Van Biervliet. Spannend! JEROME VAN BIERVLIET. "Dit gaat over core VIB-technologie. Ons team, onder leiding van Xavier Saelens van de UGent, heeft een potente antistof ontwikkeld, dat de vermenigvuldiging van het virus afblokt. Als we dat dus in een vroeg stadium van de ziekte toedienen, kunnen we de ziekte afremmen en zelfs verhinderen. In die klasse van therapieën tegen covid-19 zijn wij de enige in Europa die iets ontwikkelen." En nu? JOHAN CARDOEN. "Het is de bedoeling het in de eerste helft van volgend jaar in de kliniek te testen. Mogelijk mondt dat uit in een nieuwe spin-off, al is het nog te vroeg om details te geven." VAN BIERVLIET. "De traditionele VIB-aanpak is dat we meteen heel sterk bezig zijn met het pad naar de commercialisatie. We hebben belangrijke partijen kunnen overtuigen om hierin te stappen. Dit wordt mogelijk een heel mooi project van Vlaamse bodem, waarmee we op wereldschaal het verschil kunnen maken." CARDOEN. "En een van de bedrijven in ons ecosysteem zal de productie op zich nemen, wat ook belangrijk is." Voorlopig zijn er weinig antivirale middelen tegen covid-19. VAN BIERVLIET. "Inderdaad. Bovendien hebben de bestaande middelen soms behoorlijk wat neveneffecten, terwijl ons kandidaat-medicijn heel veilig lijkt te zijn. Maar eerst dus de investeerders rond de tafel brengen. Ook de overheid biedt extra financiële middelen in dit heel onzekere voortraject. En uiteraard speelt het VIB een heel belangrijke rol om dit te realiseren." CARDOEN. "Het VIB is in deze coronaperiode teruggevallen op 10 procent van zijn onderzoekscapaciteit, maar alle mensen die actief zijn, focussen op covid-gerelateerde activiteiten. We zijn ook sterk betrokken bij een aantal klinische studies, zoals onderzoek naar het effect van bestaande geneesmiddelen op covid-patiënten." VAN BIERVLIET. "Een ander belangrijk project is onderzoek naar waarom sommigen zo ziek worden van het virus en anderen nauwelijks symptomen vertonen. Wij hebben de technologie en de basiskennis om dat bloot te leggen." CARDOEN. "Het fundament van het VIB is topklasse in basisonderzoek, in onderliggende mechanismen van ziektes of in de landbouw. Als we daar niet blijven meespelen aan de top, ondergraven we alles. We moeten onbetreden paden blijven betreden." Helaas wordt u niet altijd gevolgd. Denk aan de weerstand tegen genetisch gemanipuleerde organismen en het knippen en plakken met DNA, of het gebrek aan steun voor de ontwikkeling van antivirale middelen. CARDOEN. "Het is soms frustrerend om te zien hoe dat in de Verenigde Staten wel is omarmd. Dan denk je: verdorie, daarin hadden we echt het verschil kunnen maken." VAN BIERVLIET. "We winnen niet alle veldslagen, maar we zijn optimisten. Misschien winnen we wel de oorlog tegen covid-19. We zien onze missie breed. Het gaat niet enkel over economische return, het VIB speelt ook een belangrijke rol in weesziektes en diagnostiek. We steken onze nek uit om toptalenten naar het VIB te halen. Een investeerder kijkt naar de commerciële kansen, op basis van differentiërende technologie, met een goed management. Als je dat niet hebt, valt alles als een kaartenhuisje in elkaar." Sinds eind vorig jaar werden met Augustine Therapeutics, Montis Biosciences en MRM health drie spin-offs aangekondigd. Het lijkt te versnellen. De sneeuwbal rolt? CARDOEN. "Ja, en er zijn dit jaar zelfs nog twee start-ups opgericht, waarover pas later een aankondiging komt, omdat ze voorlopig low profile willen blijven. Het investeringsklimaat is voor jonge bedrijven nog nooit zo gunstig geweest als de jongste twee à drie jaar. Alleen weten we niet wat de impact van corona op de financiering zal zijn." Goede projecten vinden toch altijd geld? CARDOEN. "Dat hopen we, omdat heel wat investeringsfondsen met succes nieuwe middelen hebben opgehaald. We worden actief benaderd door investeerders die vragen of we interessante projecten incuberen. Vroeger was het omgekeerd, want toen moesten wij kapitaal zoeken. Nu zoekt kapitaal goede projecten. Dat is een luxe. Een tweede fenomeen is dat de eerste financieringsronde van start-ups nu bijna altijd buitenlandse kapitaalverstrekkers telt." Het VIB en de Vlaamse biotech staan dus misschien nog maar aan het begin van de groeicurve? VAN BIERVLIET. "Als cluster moeten we zeker nog een aantal bedrijven als argenx kunnen uitwerken. Enkele bedrijven hier hebben het potentieel om door te groeien tot wereldspelers. Ze hebben ook die ambitie. Onze rol is die op te starten, te voeden en te beschermen in de prille fase die vaak heel moeilijk en onzeker is. Onze functie is ook veel breder dan je zou verwachten van een academische onderzoekinstelling. Wij spelen een belangrijke rol in het ecosysteem, en daarin zijn wij uniek. Als je topbedrijven wil bouwen, komen er bijvoorbeeld ook buitenlanders werken. Vandaar zijn wij medestichter van internationale lagere scholen waar Engels wordt gesproken, in Gent en Leuven. Als wij een behoefte voor het ecosysteem zien, doen we wat nodig is." CARDOEN. "Wij zoeken ook geschikte infrastructuur. We zijn dus eigenaar of mede-eigenaar van bio-incubatoren. Wij ondersteunen die bedrijven de eerste paar jaar ook voor hun personeelsbeleid en hun rapportering, zodat ze hun middelen kunnen investeren in het creëren van waarde en niet in het opbouwen van overhead." VAN BIERVLIET. "Zo doen wij ook heel veel deals met bestaande bedrijven. We ondersteunen ze ook via innovatie. Dat gaat over intellectueel eigendom dat wij gegenereerd hebben en hen aanbieden. Dat mag niet altijd aangekondigd worden, maar die kennisoverdrachtsrol is een belangrijke activiteit voor het VIB." Wie zal deel uitmaken van de volgende generatie voortrekkers van onze biotech? CARDOEN. "Ik denk aan Confo Therapeutics en Aelin Therapeutics. Of Biotalys, dat moeizaam is gestart maar onlangs 45 miljoen euro heeft opgehaald en zich voorbereidt op de commercialisering van een eerste biofungicide (tegen schimmelziekten bij planten, nvdr) in de Verenigde Staten. Het Amerikaanse fonds Novalis zit in het kapitaal." VAN BIERVLIET. "Ook Orionis Biosciences zal ongetwijfeld een hoge vlucht nemen." CARDOEN. "Het hangt vaak ook af van de ambitie van het management. Cru gezegd: hebben ze de ballen om het groots te zien? Je moet erkennen dat de mensen aan het hoofd van de vlaggenschepen van onze sector dat doen. Neem Onno van de Stolpe van Galapagos, een echt no guts no glory-type met een sterke visie op waar hij het bedrijf wil hebben. Dat geldt ook voor Tim Van Hauwermeiren van argenx. Dat zijn ook bedrijven die in moeilijke omstandigheden zijn gestart, maar hebben volhard." De opvolging van sectortrekkers zoals argenx is dus verzekerd? VAN BIERVLIET. "Absoluut. De maturiteit en de kwaliteit van die bedrijven is ook heel anders dan in vroegere tijden. De jongste tijd zien we ook dossiers die niet hardcore biotech zijn, maar eerder in de sfeer van de technologie of zelfs de voedingsindustrie zitten. Er is zelfs een project dat op basis van DNA heel innovatief omspringt met labels om goederen te traceren. Dat zijn vroege projecten die grensverleggend kunnen zijn." CARDOEN. "We zien ook een toenemende interesse van Amerikaanse investeerders, zoals bij Confo Therapeutics en Orionis. Dat is een heel positieve evolutie." Succes heeft een keerzijde. Bedrijven als Ablynx, Multiplicom en TiGenix werden overgenomen. VAN BIERVLIET. "Het voordeel van die overnames is dat veel talenten vrijkomen voor nieuwe projecten. Confo bijvoorbeeld nam veel mensen van Ablynx op, die minder hun ding vonden in een groot farmabedrijf." CARDOEN. "Er is inderdaad een positief spill-overeffect van overnames. Ik noem dat wat oneerbiedig de recyclage van talent, maar die is wel belangrijk." Wat remt nog de ontwikkeling van deze cluster? VAN BIERVLIET. "Het vinden van voldoende management is een factor. Het ontbreken van een groeifonds is een andere. We zitten op een hausse in de vroege financiering, maar bedrijven die echt willen verzelfstandigen, hebben nadien een ander soort kapitaal nodig. In de Verenigde Staten heb je veel fondsen die gespecialiseerd zijn in biotech. Zoiets kan ons ecosysteem gebruiken." CARDOEN. "Er staan miljarden op de spaarboekjes. Het zou heel mooi zijn een overheidsinitiatief te krijgen dat mensen aanzet om op een fiscaal vriendelijke manier te investeren in een fonds dat startende bedrijven de kans geeft om duurzaam door te groeien en hen hier te verankeren. Dat kan de cluster naar een volgend niveau tillen." Het VIB ontvangt een jaarlijkse dotatie van 59 miljoen euro. Volstaat dat? CARDOEN. "Ik ben er niet voor om continu bij de overheid aan te kloppen en te zeggen dat we meer geld moet hebben. We genereren ook eigen middelen, die we als vzw voor 100 procent herinvesteren. We hebben zelfs een klein zaaikapitaalfonds, wat erg wordt geapprecieerd door externe investeerders in onze start-ups. Zij zien dat wij niet alleen kennis inbrengen, maar ook financieel investeren." VAN BIERVLIET. "Dat neemt niet weg dat dit onderzoek een continue investering vergt. We creëren dan ook high-impactjobs en hebben een enorme economische impact buiten onze muren. We hebben onlangs een studie laten uitvoeren waaruit blijkt dat elke euro die in het VIB wordt geïnvesteerd, een return van 11 euro heeft. Dat geld vloeit terug naar de biotechcluster. En dat het VIB verantwoordelijk is voor de creatie van 13.300 banen wereldwijd, waarvan 8.600 in Vlaanderen." Wordt het VIB nog onderschat? CARDOEN. "In Europa zijn we heel goed bekend. Veel landen komen met ons spreken, om ons model te leren en het zelf op te starten, wat niet zo gemakkelijk is. Een partnerschap met universiteiten is niet zo vanzelfsprekend om te laten werken. We hebben ook een stevig trackrecord van internationale toppublicaties, en een aantal van onze onderzoekers is wereldvermaard."Combineer dat met onze realisaties in innovaties en business, en we mogen terecht stellen dat wij tot de wereldtop behoren. Al wordt dat niet altijd erkend."