Beter dan dit wordt het niet meer, stelden de conjunctuuranalisten van de Nationale Bank afgelopen zomer nog. Het economische herstel leed weliswaar wat onder vervelende flessenhalzen in de aanvoerketens, maar het coronavirus leek verslagen en de Belgische economie stoomde vrolijk door. In het derde kwartaal tekende de bank een "supergroei" van 1,8 procent op. Eind september bleek de Belgische economie opnieuw even groot als begin 2020. Dat had twaalf maanden geleden niemand durven dromen.
...

Beter dan dit wordt het niet meer, stelden de conjunctuuranalisten van de Nationale Bank afgelopen zomer nog. Het economische herstel leed weliswaar wat onder vervelende flessenhalzen in de aanvoerketens, maar het coronavirus leek verslagen en de Belgische economie stoomde vrolijk door. In het derde kwartaal tekende de bank een "supergroei" van 1,8 procent op. Eind september bleek de Belgische economie opnieuw even groot als begin 2020. Dat had twaalf maanden geleden niemand durven dromen. Nu de economie opnieuw dichter bij haar potentieel aanschurkt, is een vertraging van de groei onvermijdelijk en normaal. De economie komt stilaan weer op kruissnelheid. Maar de euforie van de zomer heeft sneller dan verwacht plaats gemaakt voor een toenemende vrees over de gezondheid van het herstel. Niet alleen slepen de hogere energieprijzen en de flessenhalzen in de aanvoerketens langer aan dan verwacht, nog erger is dat de pandemie opnieuw lelijk de kop opsteekt, niet het minst in België. Bij de verwachtingen zoals ze vandaag van de band rollen, hoort een grote disclaimer. Als de pas opgedoken Omicron-variant nog besmettelijker is en vlot de bestaande vaccins kan omzeilen, zonder dat we snel genoeg een antwoord in huis hebben, zijn totaal andere en veel minder rooskleurige scenario's mogelijk. Het is echter nog veel te vroeg om de impact van die nieuwe variant betrouwbaar in te schatten. Intussen zijn er kopzorgen genoeg. De vierde golf en de aanbodproblemen lijken samen te spannen om het herstel te torpederen. "Belangrijk is dat verschillende sectoren in grotere mate getroffen worden. De aanvoerproblemen wegen nu vooral op de industrie en de bouw, terwijl de coronaproblemen opnieuw meer de dienstensectoren zullen treffen. Dat kan zeker leiden tot een bredere vertraging in de economie", zegt Geert Langenus, conjunctuuranalist van de Nationale Bank, die in december haar verwachtingen voor 2022 publiceert. "Dit kan ik al meegeven: we verwachten nog altijd geen langdurige stagflatie. Wel zal de verwachte groeivertraging vanaf dit kwartaal meer uitgesproken zijn. Het groeicijfer voor 2022 zal nog meevallen, maar is wat misleidend, omdat het nog teert op de sterke groei van 2021. Relevanter wordt de groei van kwartaal op kwartaal." "Wij zullen nu beleven wat de Verenigde Staten in de zomer doormaakten", zegt Peter Vanden Houte, de hoofdeconoom van ING België. "De Verenigde Staten kregen toen te maken met een grote besmettingsgolf, waarop in het derde kwartaal een groeivertraging volgde. De eurozone en België zullen dat in het vierde kwartaal en in het eerste kwartaal van volgend jaar ervaren. Het is voorbarig al van een nieuwe recessie te spreken, maar de groei zal in die kwartalen dicht bij het nulpunt zitten." Na de winter zou het herstel opnieuw vaart moeten winnen, verwacht Hans Dewachter, de hoofdeconoom van KBC. "Een gunstiger pandemieverloop, de boostervaccinaties en de antivirale medicijnen zullen wellicht de druk op de zorg doen afnemen. Dat zal de basis leggen voor een nieuwe heropleving van de economie. De onzekerheid is echter duidelijk toegenomen, met de nieuwe variant als nieuwe risicofactor." Iedereen weet intussen wat er gebeurt als de besmettingscurve door het dak gaat en de bezetting op intensieve zorg naar het alarmpeil stijgt: de overheid neemt maatregelen. De kleinere bewegingsvrijheid weegt op de omzet van vooral de kwetsbare sectoren. Mensen beperken ook bewust hun verplaatsingen, uit angst om besmet te raken. "De consumptie en de bezetting op intensieve zorg tonen een vergelijkbaar verloop", zegt Koen De Leus, de hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis. Het helpt dat we weten wat er komt. Alle economen wijzen erop dat onze economie heeft leren leven met het virus. "De economie is minder gevoelig geworden voor coronamaatregelen. Legde de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 de economie nog plat, dan was de impact van de latere coronagolven een stuk kleiner", zegt Geert Langenus. "Bovendien wijzen de vorige golven erop dat de economische activiteit wellicht opnieuw snel zal opveren zodra de maatregelen worden opgeheven. Dat wijst op beperkte middellangetermijneffecten op de economie", zegt Hans Bevers, de hoofdeconoom van Degroof Petercam. Toch is er geen garantie dat deze golf slechts milde economische symptomen veroorzaakt. Geert Langenus: "De tweede en de derde golf manifesteerden zich tijdens een stevig herstel. Mogelijk zullen de mensen nu weer meer sparen uit voorzorg, ook anticiperend op een hogere energierekening." Bovendien wordt het vertrouwen van de bevolking danig op de proef gesteld, zegt professor economie Erik Buyst (KU Leuven): "De vierde coronagolf ondermijnt het geloof in de doeltreffendheid van de coronavaccins. De terugkeer naar het normale leven is weer voor onbepaalde tijd uitgesteld. Die onzekerheid ondermijnt het consumentenvertrouwen. Ik verwacht dan ook dat het krachtige herstel van de Belgische economie van de afgelopen maanden snel zal stilvallen." Belangrijk is dus in welke mate de consumptie standhoudt. Het consumentenvertrouwen daalde in november voor de tweede maand op rij, maar kampeert nog altijd op een relatief hoog niveau. De gezinnen maken zich iets meer zorgen over de economie en de werkgelegenheid, terwijl ze hun persoonlijke financiële situatie nog niet aangetast zagen. "De consumptie zou een grote aandrijver van het herstel moeten blijven", zegt Peter Vanden Houte van ING België. "De Nationale Bank zegt dat het excessieve spaargeld dat tijdens de pandemie is opgepot, amper besteed zal worden, maar een dalende spaarquote is voldoende om de consumptie ondersteunen. Ik denk dat een vrij sterk herstel in 2022 nog altijd realistisch is." De relatief hoge inflatie eist ook een tol. De economie wordt geteisterd door wat Fabio Panetta, een directielid van de Europese Centrale Bank, vorige week "slechte inflatie" noemde. Die is vooral te wijten aan de stijgende energieprijzen. Die hogere invoerprijzen fungeren als een belasting op de economie en draineren koopkracht naar het buitenland. Er blijft dus minder geld over om aan andere zaken te besteden. Voor België kan de factuur van de aanhoudend hoge olie- en aardgasprijzen in de miljarden euro's lopen. Fabio Panetta zegt dat een centrale bank door die slechte inflatie heen moet kijken en geduldig moet zijn. Het vroegtijdig krapper maken van het monetaire beleid kan de vraag onderuithalen voor ze volledig hersteld is ( zie grafiek), waardoor het risico op een recessie toeneemt. "De hoge inflatie remt de consumptie af", zegt Koen De Leus. "We hebben onderzocht in welke mate de inflatie in de jaren zeventig, tachtig en negentig een impact had op de bestedingen. Stijgt de inflatie met 1 procentpunt, dan daalt de consumptie het volgende kwartaal met 0,3 procent, met bijkomende schade als de inflatieschok aanhoudt. De schok is groter als hoge olieprijzen aan de bron liggen, zoals nu. Mensen houden minder budget over. De consumptie zal in dit kwartaal en in het eerste kwartaal met 0,5 procent dalen. We houden vast aan een behoorlijk herstel, met een groei van 3,4 procent volgend jaar, maar met een risico op een neerwaartse aanpassing." In principe moet de inflatie in 2022 dalen. "Een aantal flessenhalzen raakt minder verstopt. De maritieme transporttarieven dalen bijvoorbeeld. Ook de gasprijzen zouden wat moeten zakken", zegt Peter Vanden Houte. De inkomens kunnen ook steun krijgen van nieuwe ondersteunende maatregelen voor de zwaarst getroffen sectoren. "Ook het begrotingsbeleid zal de groei in de eurozone blijven ondersteunen, naarmate in het zuiden meer middelen uit het Herstelfonds worden uitgekeerd en de nieuwe Duitse 'stoplichtcoalitie' een meer ondersteunend beleid gaat voeren", zegt Hans Bevers. Een fel dalende vraag zou zowat de slechtst mogelijk oplossing zijn voor de aanbodproblemen, met een onvoltooid herstel en een mogelijke recessie als resultaat. Ideaal houdt de vraag stand en lossen de aanbodproblemen op, maar de flessenhalzen blijken bijna even hardnekkig als het coronavirus. "En mocht de coronagolf overslaan naar andere delen van de wereld, dan is een verlenging van de verstoringen in de aanvoer niet uitgesloten", zegt Hans Dewachter. "Ook het Chinese nultolerantiebeleid ten aanzien van covid, dat zeker tot de aanvang van de Winterspelen van kracht blijft, heeft nog een grote impact op de aanvoerketens", zegt Koen De Leus. Ook in België strooit de vierde golf zand in het raderwerk. "De productie bij heel wat ondernemingen staat tijdelijk onder druk omdat de ziekte-uitval toeneemt en heel wat werknemers in quarantaine zitten. Dat effect kan worden versterkt als ouders minder kunnen werken, omdat hun schoolgaande kinderen in quarantaine zitten", zegt Geert Langenus. In het eurogebied lopen de leveringstijden nog altijd lang op, wat grotendeels te wijten is aan tekorten van componenten. Ook de Belgische bedrijven kampen met grote aanbodproblemen, leerde een grootschalige enquête van de Nationale Bank van eind oktober. Het tekort aan arbeidskrachten remt de productie met 5 procent af en bevoorradingsproblemen kosten 4 procent aan output. "Zonder die flessenhalzen had de Belgische economie de coronacrisis veel vlotter verteerd. Het groeipad dat voor de crisis werd verwacht, zou opnieuw bereikt of overschreden zijn", concludeerde de Nationale Bank. Toch is het productieverlies door aanbodproblemen geen verloren maar veeleer uitgestelde groei. De bestellingen die nu niet geleverd worden, lopen volgend jaar van de band. Het dikke orderboek bij veel bedrijven is een voorraadkast van groei voor volgend jaar. Het ondernemersvertrouwen hield in november ook stand op hoge niveaus. Het helpt ook dat bedrijven de gestegen kosten vlot kunnen doorrekenen aan hun klanten. "Bedrijven spelen voor het eerst in tien jaar opnieuw het prijzenspel", stelt Koen Dejonckheere, de CEO van Gimv. Maar hoelang kunnen ze dat nog doen? Erik Buyst: "Door de automatische loonindexering vertaalt de inflatieopstoot zich bij ons veel sneller in stijgende nominale lonen. Dat tast onze concurrentiekracht aan. In de context van een stagnerende afzetmarkt zal het moeilijker worden om kostenstijgingen door te rekenen. De winstmarges van heel wat ondernemingen zullen dus een klap krijgen. Het jaar 2022 lijkt in mineur van wal te steken."