Op basis van het Belfius-onderzoek verwacht 84 procent van de familiebedrijven geen overgang naar de volgende generatie binnen de tien jaar. 16 procent verwacht dat wel. "Maar dat is een absoluut minimum", duidt Véronique Goossens, de hoofdeconoom van Belfius.
...

Op basis van het Belfius-onderzoek verwacht 84 procent van de familiebedrijven geen overgang naar de volgende generatie binnen de tien jaar. 16 procent verwacht dat wel. "Maar dat is een absoluut minimum", duidt Véronique Goossens, de hoofdeconoom van Belfius. Bij de grote bedrijven (250 miljoen tot 1 miljard euro omzet) verwacht 55 procent van de bedrijven een overdracht. In de categorie van 50 tot 250 miljoen euro omzet stijgt het cijfer naar 66 procent. Bij de kleinere bedrijven, van 10 tot 50 miljoen euro, daalt het cijfer naar 35 procent. Verhoudingsgewijs staat Vlaanderen er beter voor. Alle Waalse provincies en het Brussels gewest staan vooraan. De koploper is Waals-Brabant (20%). Bij de Vlaamse provincies staan Limburg en Vlaams-Brabant (15%) vooraan, dan volgen Oost- en West-Vlaanderen (14%). In de activiteiten staan de landbouw en de visserij vooraan (25%), dan volgen vastgoedkantoren (20%), de industrie (19%) en de bouw (12%). Belangrijk is ook dat de financiële gezondheid van bedrijven met een verwachte overdracht ondermaats scoort. Daarbij wordt gekeken naar parameters zoals liquiditeit, solvabiliteit en productiviteit. 22 procent zou binnen het jaar failliet kunnen gaan. 36 procent loopt een hoger risico. 42 procent scoort goed.Lees verder onder de video (reportage Kanaal Z)Voor een goede overdracht is een termijn van vijf tot tien jaar noodzakelijk. Volgens het onderzoek van Belfius zou tot 82 procent van de bedrijven die een overdracht verwachten, moeilijkheden kunnen krijgen. Bijvoorbeeld omdat de kinderen niet actief zijn. De bedrijfsleider is de manager en de enige controlerende aandeelhouder in twee derde van de gevallen. Bij de grotere bedrijven is de helft voorbereid. Dat geldt voor 29 procent van de bedrijven met een omzet van 50 tot 250 miljoen euro. Iets meer dan een kwart (26%) van de kleinere bedrijven is voorbereid.Jozef Lievens, gedelegeerd bestuurder van het Instituut voor het Familiebedrijf, noemt de resultaten van de studie "geen goed nieuws. 80 procent van de bedrijven komt mogelijk in de problemen. Dat is zeer ernstig voor de potentiële vernietiging van economische waarde. Het is vijf voor twaalf. Er zijn problemen bij de familiale overdracht. De overdrager moet het bedrijf kunnen loslaten. Hij of zij moet een nieuwe bestaansreden hebben. De opvolger moet ook bekwaam zijn. Er zijn soms ook problemen met de waardering, maar daarvoor is er voldoende wetgeving. De familie moet een spiegel worden voorgehouden. Dat kan gaan om ondernemers, consulenten, vertrouwenspersonen, zoals een bankier. De overdracht moet bespreekbaar worden gemaakt."Lees verder onder de grafiekOlivier de Wasseige, gedelegeerd bestuurder van de Waalse werkgeversvereniging UWE, is ook ongerust. "Familiebedrijven zijn heel belangrijk voor onze economie. Beslissingscentra moeten in ons land blijven. Dat kan eventueel gebeuren via het dubbel stemrecht, gecombineerd met een verwatering van het aandeelhouderschap. Familiebedrijven hebben een grote kennis van het lokale economische netwerk. Ze hebben vaak een sterke lokale sociale verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld als lokale sponsor. We moeten die familiebedrijven absoluut kunnen behouden. Daarvoor moeten we werken aan de opleiding van de opvolgers."Voor het onderzoek analyseerde Belfius 45.000 familiebedrijven op basis van de eigen financieel-economische gegevensbank BelFirst. Er werd nagegaan wie de familienaam draagt, onder meer in het directiecomité. Op basis daarvan werden conclusies getrokken over de opvolging. Er is een foutenmarge: de schoonfamilie, die een andere familienaam heeft, werd niet meegeteld.Familiebedrijven zijn zeer belangrijk voor onze economie. Volgens cijfers van het Instituut voor het Familiebedrijf staan zij voor 45 procent van de tewerkstelling en 33 procent van de toegevoegde waarde in België. Het belangrijkste criterium voor Belfius is of de familie de controlerende aandeelhouder is. In de onderzochte bedrijven zitten winkels, consulenten, bouwbedrijven, horecazaken. 52 procent van de bedrijven bevindt zich in Vlaanderen, 16 procent in het Brussels gewest, en één derde in Wallonië. Van de Vlaamse provincies zijn Antwerpen (14%) en West-Vlaanderen (12%) het meest vertegenwoordigd.Belfius lanceert een nieuwe dienst voor familiebedrijven. "Met Bizz Matcher lanceren we een intern overnameplatform", zegt Mario De Vry, vermogensbeheer bij Belfius. "Wie zijn bedrijf binnen twee jaar wil overlaten, kan via het platform contact hebben met een overnemer. Het gaat om een minimaal investeringsbedrag van 2,5 miljoen euro. De bemiddeling gebeurt steeds via Belfius. Ook met behulp van artificiële intelligentie willen we de juiste combinatie vinden."