2019 was een heel goed jaar voor de voedingsbedrijven. Maar toen kwam de pandemie. "Vóór de coronacrisis was 87 procent van onze bedrijven financieel in goede tot zeer goede gezondheid. Het beeld leeft dat de pandemie een goede zaak was voor onze bedrijven. Maar slechts 11 procent zag zijn omzet in die periode stijgen. En toen begon de inflatie te stijgen, viel Rusland Oekraïne binnen en schoten de energieprijzen de hoogte in", vertelt Bart Buysse, de gedelegeerd bestuurder van Fevia.
...

2019 was een heel goed jaar voor de voedingsbedrijven. Maar toen kwam de pandemie. "Vóór de coronacrisis was 87 procent van onze bedrijven financieel in goede tot zeer goede gezondheid. Het beeld leeft dat de pandemie een goede zaak was voor onze bedrijven. Maar slechts 11 procent zag zijn omzet in die periode stijgen. En toen begon de inflatie te stijgen, viel Rusland Oekraïne binnen en schoten de energieprijzen de hoogte in", vertelt Bart Buysse, de gedelegeerd bestuurder van Fevia. "Vandaag gaan bij twee derde van de bedrijven de knipperlichten af. Vier op de tien zijn zelfs niet bestand tegen nóg een schok. De vóór de pandemie opgebouwde reserves smelten weg als sneeuw voor de zon. 97 procent van onze bedrijven zijn kmo's. Ze hebben niet altijd de schaalgrootte om opeenvolgende schokgolven op te vangen, laat staan dat ze extra zware investeringen kunnen doen." De barometer in de voedingssector wijst op stormweer, beaamt Anthony Botelberge, de voorzitter van de raad van bestuur van Fevia. Hij merkt dat ook aan den lijve in zijn bedrijf Frigilunch. In 2009 werd hij mede-eigenaar en gedelegeerd bestuurder van de producent van kant-en-klare maaltijden in Veurne. Frigilunch bleek de voorbije jaren weliswaar een gezond bedrijf, met in 2021 een omzet van ruim 28 miljoen euro en een bedrijfswinst van 1,6 miljoen euro. Er werkten toen gemiddeld 93 werknemers en 26 uitzendkrachten. Maar in het jaarverslag van 2021 lezen we dat de nv Frigilunch een provisie aanlegde, als gevolg van gestegen kosten door de oorlog in Oekraïne. ANTHONY BOTELBERGE. "De voorbije vijftien jaar konden wij onze rendabiliteit veiligstellen met jaarlijkse prijsverhogingen van 2 tot 3 procent. Daarmee vingen we de loonindexering, een beetje hogere energiekosten en de wat duurdere grondstoffen op. Dat ging al bij al om kleine kostenverhogingen. Maar dit jaar zijn onze kosten al met 32 procent gestegen. En dan spreken we nog niet over de loonindexering. Als die begin volgend jaar wordt doorgevoerd, spreken we over een loonstijging met een vijfde sinds 2019." Nochtans wordt vandaag vooral op de torenhoge energiefactuur gehamerd. BOTELBERGE. "De voedingsbedrijven staan voor een berg van duurdere energie en lonen. Wij zijn zowel energie- als arbeidsintensief. De energiefactuur in mijn kmo schommelde altijd tussen 500.000 en 580.000 euro. Een derde is gas, twee derde elektriciteit, waarvan een kwart opgewekt met zonnepanelen. Dit jaar zal mijn energiefactuur 1,8 miljoen euro bedragen. Een kmo heeft dat niet zomaar in de schuif liggen. We zitten in een ongeziene kostenspiraal." Waarom is de voedingsindustrie zo afhankelijk van fossiele brandstoffen? BART BUYSSE. "De voedingsnijverheid zit zowel voor gas als elektriciteit in de top drie van energie-intensieve sectoren, samen met de chemie en de metaalbouw. Dat is niet onlogisch, we gebruiken veel technieken zoals opwarmen, koken, koelen en invriezen. Je kan ook niet zomaar van energiebron veranderen. Voor de textuur van sommige koekjes heb je bijvoorbeeld een vlam nodig. Dat kan niet zonder aardgas. Onze bedrijven besparen zo veel mogelijk. Het vet is daar al lang van de soep." BOTELBERGE. "Iedereen bekijkt vandaag elke productiestap. Elke mogelijke besparing - hoe klein ook - wordt versneld uitgevoerd. Stoomleidingen vervangen, zodat je geen lekken meer hebt, bespaart meteen enkele procenten aardgasverbruik. Wij hebben dit voorjaar al onze lampen door leds vervangen: 3 procent minder elektriciteit. We bestuderen of we in drie ploegen kunnen werken, in plaats van twee. Dan kunnen we de energie per eenheid productie beter spreiden. De fabriek zou dan wel tien dagen per maand dicht gaan. Energie is niet alleen aardgas en elektriciteit. Het gaat veel verder: voor reinigingsprocedures gebruiken we spaarzame waterpistolen, om het waterverbruik te beperken." Kan met al die maatregelen 2022 toch nog winstgevend worden voor de voedingsbedrijven? BOTELBERGE. "Ik vaar voor het eerst sinds mijn start bij Frigilunch in 2009 blind. Ik zal pas op 15 oktober weten of wij dit jaar al dan niet winst maken. De eerste maanden zijn we boven water gebleven, omdat we flexibel omsprongen met ons productieapparaat. Bij sommige klanten konden we onze prijzen verhogen. Maar we komen altijd te laat. Bij het afsluiten van de rekeningen tot eind september zal ik weten of mijn brutomarge compleet in elkaar is geklapt, of dat we alsnog een stukje hebben kunnen recupereren. Maar mijn winst zal sowieso met bijna 100 procent zijn gedaald, de cashflow met 40 procent." Waarom kan de voedingsnijverheid de prijsstijgingen zo moeilijk doorrekenen? BOTELBERGE. "Wij zitten tussen hamer en aambeeld. Eind vorig jaar werden we plots geconfronteerd met leveranciers die in één week hun producten 30 procent duurder maakten. Je aanvaardt dat voor één grondstof. Maar geleidelijk aan kwamen die prijsverhogingen er in de hele keten. Zeer abrupt, ondanks contractuele afspraken. Aan de andere kant zaten wij compleet vast aan onze jaarcontracten met onze winkelketens. Dat geeft je rendabiliteit een enorme dreun." BUYSSE. "Veel voedingsbedrijven produceren nu met verlies. Ze krijgen die kostenspiraal niet doorgerekend, zeker niet bij de winkelketens. Die zijn nauwelijks bereid tot onderhandelen. Ze vragen soms zelfs dat hun leveranciers bijdragen in de gestegen energie- en transportkosten. Maar onze bedrijven zijn wel verplicht te blijven leveren aan de winkelketens. Zo niet riskeren ze zware logistieke boetes. Amper de helft van onze bedrijven heeft een gedeeltelijke prijsverhoging kunnen losweken. Maar dat is vaak minimaal in verhouding tot de totale prijsstijging waarmee de sector werd geconfronteerd. Neem bijvoorbeeld een bedrijf dat een prijsverhoging van 12 procent nodig heeft. Je kunt dat heel transparant aantonen, op basis van facturen. Zo'n bedrijf krijgt dan van de winkelketens 4 procent meer. Terwijl die winkelketens op hun beurt hun prijzen veel forser verhogen." Waarom zijn die relaties zo stroef? BUYSSE. "We moeten de impact van de crisis billijk verdelen in de hele voedingsketen. Maar met de winkelketens lukt dat niet. Ruim een kwart van onze bedrijven krijgt zelfs gewoon geen antwoord op de vraag om te heronderhandelen. Laat staan dat hun prijzen veranderen. Er is een enorm verschil met andere klanten, zoals catering, horeca en grootkeukens. Die hebben nochtans enorm afgezien tijdens de coronacrisis. Niemand verwacht dat de volledige kostenstijging kan worden doorgerekend. Maar de contracten zijn afgesloten in een andere periode. De context vandaag is totaal anders. De winkelketens hebben een machtsoverwicht tegenover onze bedrijven. Als de winkelketens zelfs niet willen praten, dan zijn dat eigenlijk oneerlijke handelspraktijken." De pandemie heeft de logistieke keten grondig verstoord. Is daar beterschap? BOTELBERGE. "Mijn medewerkers kijken voor elk van onze gerechten al maandenlang naar alternatieven. Zijn we nog voldoende ingedekt? Krijgen we de grondstoffen nog naar onze fabriek? Hoe verandert de smaak met een ander ingrediënt? Welke impact heeft dat op de voedingswaarde? Ook verpakkingen komen trager: niet vier tot vijf weken na de bestelling, maar na tien tot vijftien weken. Mijn mensen hebben al veel weekends opgeofferd. Na negentien maanden begint dat te wegen. Een weekplanning maken is nu een helse taak. Je hebt die planning gemaakt, en een uur later krijg je het bericht dat een bepaalde container niet komt. Terwijl je hem al drie maanden geleden hebt besteld. Vroeger hadden we één zo'n probleem per week, nu waren er dat een tiental per dag. Die situatie is nu iets verbeterd. Maar optimaal is anders."