RESTAURANT

Een warme gloed straalt uit een gezellig hoekpand in een residentieel stukje Elsene, de potentiële voorbode van een avondje prijsplezier. Dat is niet toevallig de award van Gault&Millau die het restaurant Ötap net in de wacht heeft gesleept.

Bij Ötap werken ze in shifts, en dus zit het knusse zaakje al vol om 18.30 uuur. Een lange toog, enkele houten tafeltjes aan het stalen raam, bakstenen muren, keramiek en linnen servetten creëren een bruisende sfeer in een kader van brutalistische elegantie. Net zoals in de gerechten. Mooie producten van onder meer de bioboerderij Le Monde des Mille Couleurs in Ieper krijgen veel aandacht en worden met een hoog comfortgehalte gepresenteerd.

Na een passage bij De Vitrine startte chef Paul-Antoine Bertin als jonge snaak Ötap op in 2017. Onlangs veranderde hij zijn à-la-cartemenu naar een vast zesgangenmenu (55 euro). Zijn sharingconcept blijft onveranderd. Dat wringt. Omdat de gerechten telkens na elkaar worden ingezet en vrij klein zijn, krijgt het geheel iets afgemeten terwijl tegelijkertijd ons bord en bestek dat we horen bij te houden almaar smossiger wordt. Maar dat contrast in stijl bederft de pret niet.

Na amuses zoals een smeuïge tarama (Griekse dip van gezouten viseitjes) krijgen we een voorgerechtje van rauwe sint-jakobsvrucht, gemarineerd in een jus van kurkuma. Een beetje pit wordt meteen gezalfd door een crème van bloemkool. Een zachte, frisse opener die gevolgd wordt door kort geschroeide, met de lijn gevangen bonito. Om het product te eren serveert de chef die niet als sashimi of tartaar, maar als een dik stukje steak. Mooi, maar het snijdt niet makkelijk. De olie van vadouvan is origineel met een aangenaam zuurtje. Na een hartverwarmende uienconsommé met gevulde ui en een uitstekende vegetarische versie van XO-saus (Aziatische, pittige vissaus) komt mijn favoriet: een dampend bord bospaddenstoelen met een dot hartige sabayon, afgewerkt met koffiepoeder. De volle, aardse smaken worden gelift door crunchy hazelnoten en opgelegde korianderzaadjes voor een verrassend zuurtje. Ook het hoofdgerecht van sappige lamsbout gevuld met spinazie bekoort, met als twist de anchoïade, een sausje op basis van ansjovis en knoflook. En terwijl we smullen, wordt nog eens gezwind en met veel hartelijkheid elk glas uit een boeiende natuurwijnkaart bijgevuld.

Ötap

Albert Leemansplein 10, 1050 Elsene

0472/75 47 38 / www.otaprestaurant.com

Woensdag-zondag

Onze recensent reserveert anoniem en betaalt de rekening.

EXPO ARCHITECTUUR

In haar veertigjarige carrière maakte Marie-José Van Hee ontwerpen voor meer dan vierhonderd projecten, waarvan er liefst 250 gerealiseerd zijn. Behalve woningen ontwierp ze ook publieke projecten zoals de Gentse Stadshal, de markt van Deinze en de Modenatie in Antwerpen. Aangezien wandelen voor de architecte de ultieme vorm van vrijheid is, is de expo opgevat als een korte én een lange wandeling. De korte loopt door de exporuimte, die is omgebouwd tot haar eigen woning. De lange neemt de bezoeker op sleeptouw door de architectuur van deSingel, een ontwerp van Léon Stynen.

Marie-José Van Hee architecten. Een wandeling, deSingel in Antwerpen, tot 21 mei

EVENEMENT TUSSEN FOTOGRAFIE EN CINEMA

Voor haar 26ste editie neemt ST-ART, de Europese beurs voor kunst en design, het gloednieuwe expogebouw van de Japanse architect Kengo Kuma in. Terwijl ST-ART behalve voor de gevestigde namen steevast aandacht heeft voor jong talent en nieuwe galeries, is er dit jaar ook bijzondere aandacht voor de relatie tussen fotografie en cinema. Zo worden in de stad biografische films over kunstenaars geprojecteerd en zijn er meer galeries met een specialisatie in fotografie vertegenwoordigd.

ST-ART, Parc Expo in Straatsburg, van 25 tot 27 november

EXPO DOE HET VEILIG

Het Industriemuseum pakt uit met een tentoonstelling over veiligheid, gezondheid en welzijn op de werkvloer, van 1800 tot vandaag.

Gespierde arbeiders in blote bovenlijven, die werken in de smoorhete gloed van een staalwalserij. Schilders brachten het labeur in de fabrieken eind negentiende eeuw vaak heroïsch in beeld, maar de werkomstandigheden waren er keihard. Het Industriemuseum laat in een nieuwe expo zien hoe arbeid sinds die tijden ingrijpend is veranderd.

In de twintigste eeuw werd de arbeidsduur stap voor stap teruggeschroefd. Acht uur werken, acht uur vrije tijd, acht uur slapen was allang een eis van de vakbonden. Arbeidsveiligheid kreeg meer aandacht. Langzaam groeide het besef dat de kostprijs van werkuitval groter is dan die van preventie. Nieuwe begrippen deden hun intrede: beroepsziekten, arbeidsgeneeskunde, sociale inspectie, ergonomie, EHBO. In 1930 ging in Antwerpen een heus Veiligheidsmuseum open, nu het Veiligheidsinstituut binnen de AP Hogeschool.

Met de tijd ging steeds meer aandacht naar psychisch welzijn op het werk. Eind negentiende eeuw beschreven psychiaters een vorm van emotionele en fysieke uitputting die vooral intellectuelen en de burgerij trof. Ze gaven die de naam 'neurasthenie'. Vanaf de jaren 1970 werd er meer onderzoek naar verricht. De ziekte kreeg een nieuwe naam: burn-out. Ze groeide uit - de term 'burn-outpandemie' maakte opgang - tot een van de belangrijkste gezondheidsrisico's op de werkvloer.

Burn. Van brandgevaar tot burn-out. Industriemuseum in Gent, tot 3 september 2023

KUNST UIT HET DEPOT

De collectie van het OCMW Antwerpen groeide door de eeuwen heen via giften, legaten en opdrachten - tot vandaag. Een tentoonstelling geeft het grote publiek de kans om de collectie hedendaagse kunst van het OCMW Antwerpen - die normaal in een depot zit - te ontdekken. Paul Huvenne en Adriaan Raemdonck, de galeriehouder van De Zwarte Panter, maakten de selectie. Die omvat schilderijen van Sam Dillemans en Paul Van Hoeydonck, tekeningen van Nicole Van Goethem en beeldend werk van Herman De Coninck en Hugo Claus.

Expo Depot. Twee decennia eigenzinnig verzameld, Maagdenhuis in Antwerpen, tot 8 januari

Een warme gloed straalt uit een gezellig hoekpand in een residentieel stukje Elsene, de potentiële voorbode van een avondje prijsplezier. Dat is niet toevallig de award van Gault&Millau die het restaurant Ötap net in de wacht heeft gesleept.Bij Ötap werken ze in shifts, en dus zit het knusse zaakje al vol om 18.30 uuur. Een lange toog, enkele houten tafeltjes aan het stalen raam, bakstenen muren, keramiek en linnen servetten creëren een bruisende sfeer in een kader van brutalistische elegantie. Net zoals in de gerechten. Mooie producten van onder meer de bioboerderij Le Monde des Mille Couleurs in Ieper krijgen veel aandacht en worden met een hoog comfortgehalte gepresenteerd. Na een passage bij De Vitrine startte chef Paul-Antoine Bertin als jonge snaak Ötap op in 2017. Onlangs veranderde hij zijn à-la-cartemenu naar een vast zesgangenmenu (55 euro). Zijn sharingconcept blijft onveranderd. Dat wringt. Omdat de gerechten telkens na elkaar worden ingezet en vrij klein zijn, krijgt het geheel iets afgemeten terwijl tegelijkertijd ons bord en bestek dat we horen bij te houden almaar smossiger wordt. Maar dat contrast in stijl bederft de pret niet. Na amuses zoals een smeuïge tarama (Griekse dip van gezouten viseitjes) krijgen we een voorgerechtje van rauwe sint-jakobsvrucht, gemarineerd in een jus van kurkuma. Een beetje pit wordt meteen gezalfd door een crème van bloemkool. Een zachte, frisse opener die gevolgd wordt door kort geschroeide, met de lijn gevangen bonito. Om het product te eren serveert de chef die niet als sashimi of tartaar, maar als een dik stukje steak. Mooi, maar het snijdt niet makkelijk. De olie van vadouvan is origineel met een aangenaam zuurtje. Na een hartverwarmende uienconsommé met gevulde ui en een uitstekende vegetarische versie van XO-saus (Aziatische, pittige vissaus) komt mijn favoriet: een dampend bord bospaddenstoelen met een dot hartige sabayon, afgewerkt met koffiepoeder. De volle, aardse smaken worden gelift door crunchy hazelnoten en opgelegde korianderzaadjes voor een verrassend zuurtje. Ook het hoofdgerecht van sappige lamsbout gevuld met spinazie bekoort, met als twist de anchoïade, een sausje op basis van ansjovis en knoflook. En terwijl we smullen, wordt nog eens gezwind en met veel hartelijkheid elk glas uit een boeiende natuurwijnkaart bijgevuld. In haar veertigjarige carrière maakte Marie-José Van Hee ontwerpen voor meer dan vierhonderd projecten, waarvan er liefst 250 gerealiseerd zijn. Behalve woningen ontwierp ze ook publieke projecten zoals de Gentse Stadshal, de markt van Deinze en de Modenatie in Antwerpen. Aangezien wandelen voor de architecte de ultieme vorm van vrijheid is, is de expo opgevat als een korte én een lange wandeling. De korte loopt door de exporuimte, die is omgebouwd tot haar eigen woning. De lange neemt de bezoeker op sleeptouw door de architectuur van deSingel, een ontwerp van Léon Stynen. Voor haar 26ste editie neemt ST-ART, de Europese beurs voor kunst en design, het gloednieuwe expogebouw van de Japanse architect Kengo Kuma in. Terwijl ST-ART behalve voor de gevestigde namen steevast aandacht heeft voor jong talent en nieuwe galeries, is er dit jaar ook bijzondere aandacht voor de relatie tussen fotografie en cinema. Zo worden in de stad biografische films over kunstenaars geprojecteerd en zijn er meer galeries met een specialisatie in fotografie vertegenwoordigd. Het Industriemuseum pakt uit met een tentoonstelling over veiligheid, gezondheid en welzijn op de werkvloer, van 1800 tot vandaag.Gespierde arbeiders in blote bovenlijven, die werken in de smoorhete gloed van een staalwalserij. Schilders brachten het labeur in de fabrieken eind negentiende eeuw vaak heroïsch in beeld, maar de werkomstandigheden waren er keihard. Het Industriemuseum laat in een nieuwe expo zien hoe arbeid sinds die tijden ingrijpend is veranderd. In de twintigste eeuw werd de arbeidsduur stap voor stap teruggeschroefd. Acht uur werken, acht uur vrije tijd, acht uur slapen was allang een eis van de vakbonden. Arbeidsveiligheid kreeg meer aandacht. Langzaam groeide het besef dat de kostprijs van werkuitval groter is dan die van preventie. Nieuwe begrippen deden hun intrede: beroepsziekten, arbeidsgeneeskunde, sociale inspectie, ergonomie, EHBO. In 1930 ging in Antwerpen een heus Veiligheidsmuseum open, nu het Veiligheidsinstituut binnen de AP Hogeschool. Met de tijd ging steeds meer aandacht naar psychisch welzijn op het werk. Eind negentiende eeuw beschreven psychiaters een vorm van emotionele en fysieke uitputting die vooral intellectuelen en de burgerij trof. Ze gaven die de naam 'neurasthenie'. Vanaf de jaren 1970 werd er meer onderzoek naar verricht. De ziekte kreeg een nieuwe naam: burn-out. Ze groeide uit - de term 'burn-outpandemie' maakte opgang - tot een van de belangrijkste gezondheidsrisico's op de werkvloer. De collectie van het OCMW Antwerpen groeide door de eeuwen heen via giften, legaten en opdrachten - tot vandaag. Een tentoonstelling geeft het grote publiek de kans om de collectie hedendaagse kunst van het OCMW Antwerpen - die normaal in een depot zit - te ontdekken. Paul Huvenne en Adriaan Raemdonck, de galeriehouder van De Zwarte Panter, maakten de selectie. Die omvat schilderijen van Sam Dillemans en Paul Van Hoeydonck, tekeningen van Nicole Van Goethem en beeldend werk van Herman De Coninck en Hugo Claus.