Jan De Pauw en Jonas Galle kunnen opgelucht ademhalen. Na bijna twee jaar heeft het duo opstartfinanciering beet ter waarde van 1,5 miljoen euro. Ongeveer een derde is een kapitaalverhoging van enkele businessangels. De rest is een combinatie van een coronalening bij PMV en subsidies van Vlaio (Agentschap Innoveren en Ondernemen). "Je moet geen hardwarebedrijfje oprichten als je snel rijk wilt worden", vertellen Galle en De Pauw. "Softwarebedrijven hebben veel minder kapitaal nodig om tot hun eerste product te komen en vinden daarom gemakkelijker invest...

Jan De Pauw en Jonas Galle kunnen opgelucht ademhalen. Na bijna twee jaar heeft het duo opstartfinanciering beet ter waarde van 1,5 miljoen euro. Ongeveer een derde is een kapitaalverhoging van enkele businessangels. De rest is een combinatie van een coronalening bij PMV en subsidies van Vlaio (Agentschap Innoveren en Ondernemen). "Je moet geen hardwarebedrijfje oprichten als je snel rijk wilt worden", vertellen Galle en De Pauw. "Softwarebedrijven hebben veel minder kapitaal nodig om tot hun eerste product te komen en vinden daarom gemakkelijker investeerders. Maar met bescheiden eigen middelen en een eerste Vlaio-subsidie hebben we een prototype van onze 3D-printer gebouwd dat voldoende klaar is om voor de markt te produceren. Samen met een patent konden we daardoor nu wel investeerders overtuigen."De ontstaansgeschiedenis van het bedrijf gaat nog verder terug. Jonas Galle werkte als onderzoeker aan de faculteit ingenieurswetenschappen van UGent en begon in 2016 in zijn vrije tijd een raketmotor te bouwen. "Ik doe graag dingen waar normale mensen niet aan durven te beginnen", zegt hij. "Een raketmotor heeft complexe koelkanalen nodig. Die maak je traditioneel met een blok aluminium waar je uiteindelijk maar een fractie van gebruikt. 3D-printen van metaal is dan weer zeer duur, onder meer omdat je moet werken met metaal in poedervorm. Dat kon beter en milieuvriendelijker, en zo ben ik op het idee van een meer efficiënte en milieuvriendelijke 3D-printer gekomen die met gewone metaaldraad werkt. Ik werkte ondertussen bij een ingenieursbureau, maar een dag in de week was ik bezig met de 3D-printer. In diezelfde periode kwam ik weer in contact met Jan die nog aan de universiteit werkte en al lang een bedrijf wou starten. Eind 2018 zijn we officieel gestart."Valcun, een verwijzing naar de Romeinse god van de metaalbewerking Vulcan, zal zijn 3D-printers voorlopig niet verkopen, maar wel de producten die het daarmee produceeert. "We werken in stapjes", vertelt De Pauw. "Vanaf de zomer printen we wat bedrijven ons vragen. In een eerste fase zal dat nog met aluminiumdraad zijn. Dat is veel ecologischer omdat we het aluminium niet moeten vermalen tot poeder. Nog beter wordt het zodra we aluminiumresten kunnen gebruiken. We hebben twee markten op het oog: halfafgewerkte producten zoals behuizingen, en speciale koelelementen voor computers in datacenters of andere elektronica. Tegen het einde van het jaar willen we zeven medewerkers hebben, hoofdzakelijk ingenieurs. De droom is om een machine te maken die van elke fabriek een fabriek zonder aluminiumafval maakt, maar daarvoor moeten we bescheiden beginnen. Het printen van onderdelen geeft ons al wat omzet, al hebben we wellicht binnen een jaar of twee extra kapitaal nodig als we echt willen doorgroeien."