Het coronavaccin van het Amerikaanse gezondheidsconcern Johnson & Johnson (J&J) mag op de Europese markt komen. Dat heeft het Europees Geneesmiddelenbureau EMA unaniem beslist. Niet dat daar nog veel twijfel over bestond. Eind januari had J&J al laten weten dat uit de finale testfase bij ruim 44.000 mensen bleek dat het vaccin voor 66 procent - volgens het EMA nu 67 procent - werkzaam is, en quasi volledig beschermt tegen hospitalisatie en overlijden door covid-19. In de Verenigde Staten werd het licht overigens al eind vorige maand op groen gezet voor dit vaccin.

Het vaccin van J&J (of Janssen, de naam die J&J gebruikt voor zijn farmadivisie als eerbetoon aan de legendarische dr. Paul Janssen) heeft enkele grote voordelen: er is maar één enkele dosis van nodig, en het kan op koelkasttemperatuur bewaard worden, ideaal om sneller een pandemie in te dijken. Het vaccin blijkt ook erg effectief te zijn in alle leeftijdscategorieën, en het werd ook getest in die regio's waar intussen meer besmettelijke varianten waren opgedoken, meer bepaald Zuid-Afrika en Latijns-Amerika.

Maar toch zorgt het EMA nu voor een enorme collectieve zucht van opluchting, want met deze goedkeuring is een stevig drama finaal vermeden. Europa zet zwaar in op dit vaccin. Het heeft er 200 miljoen van besteld, en heeft een optie op 200 miljoen dosissen extra. Maar voor ons land is het vaccin van J&J gewoon onontbeerlijk: België krijgt een forse 5 miljoen vaccins uit die Europese bestelling. Ook de VS leunen op dit vaccin. Nadat vorig jaar al 100 miljoen dosissen werden besteld, heeft de nieuwe Amerikaanse president Joe Biden recent 100 miljoen vaccins bijbesteld.

Vaccin van J&J vermijdt groot drama.

Het vaccin van J&J is dé missing link om de vaccinatiecampagne eindelijk in een stroomversnelling te krijgen. Enkel met de drie andere vaccins die eerder door het EMA werden goedgekeurd - Pfizer/BionNTech, Moderna en AstraZeneca/Oxford University - is het risico groot dat het de komende maanden tergend langzaam zal blijven gaan. Vooral omdat Moderna en AstraZeneca tot nader order minder hebben geleverd dan gehoopt, en vervelende problemen blijven opduiken. Zo hebben verschillende landen waaronder Denemarken beslist de toediening van het AstraZeneca-vaccin voorlopig op te schorten na berichten over de vorming van bloedklonters bij mensen die gevaccineerd werden. Of er een oorzakelijk verband is, moet nog onderzocht worden.

De perikelen met leveringen van het vaccin van AstraZeneca wakkeren inmiddels de vrees aan dat het met het vaccin van J&J dezelfde weg zal opgaan. Het bericht van het persagentschap Reuters eerder deze week als zou J&J hebben aangegeven dat het misschien zijn doelstelling niet haalt om nog voor de zomer de voor Europa geplande 55 miljoen vaccins te leveren, deed daar echt geen goed aan. Er zijn evenwel belangrijke verschillen tussen de twee: J&J heeft in tegenstelling tot AstraZeneca wél veel ervaring met de ontwikkeling en de productie van vaccins, en het bedrijf heeft al zeer snel werk gemaakt van de uitbouw van een ondersteunend netwerk van externe producenten. Begin deze maand sloot het zelfs een akkoord met concurrent Merck (buiten de VS bekend als MSD) voor de productie van het vaccin. Dat Merck, dat zelf een lange ervaring met vaccins heeft, eind januari besliste de ontwikkeling van twee eigen kandidaat-vaccins tegen covid-19 stop te zetten na tegenvallende testresultaten, heeft die deal zeker in de hand gewerkt.

J&J heeft naar eigen zeggen intussen akkoorden met acht externe producenten voor zijn coronavaccin, dat werd ontwikkeld in het Nederlandse Leiden. Zo zal het vaccin onder meer in de VS, Frankrijk, Italië en Spanje worden geproduceerd. Het J&J-vaccin zal na deze goedkeuring echter niet meteen beschikbaar zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zal het pas vanaf half april ingezet kunnen worden in ons land. Het tandengeknars naar aanleiding van de tot dusver kabbelende vaccinatiecampagne zal dus nog minstens wekenlang onverminderd verdergaan.

Bekijk hieronder de toelichting van vaccinoloog Pierre Van Damme (reportage Kanaal Z)

Het coronavaccin van het Amerikaanse gezondheidsconcern Johnson & Johnson (J&J) mag op de Europese markt komen. Dat heeft het Europees Geneesmiddelenbureau EMA unaniem beslist. Niet dat daar nog veel twijfel over bestond. Eind januari had J&J al laten weten dat uit de finale testfase bij ruim 44.000 mensen bleek dat het vaccin voor 66 procent - volgens het EMA nu 67 procent - werkzaam is, en quasi volledig beschermt tegen hospitalisatie en overlijden door covid-19. In de Verenigde Staten werd het licht overigens al eind vorige maand op groen gezet voor dit vaccin.Het vaccin van J&J (of Janssen, de naam die J&J gebruikt voor zijn farmadivisie als eerbetoon aan de legendarische dr. Paul Janssen) heeft enkele grote voordelen: er is maar één enkele dosis van nodig, en het kan op koelkasttemperatuur bewaard worden, ideaal om sneller een pandemie in te dijken. Het vaccin blijkt ook erg effectief te zijn in alle leeftijdscategorieën, en het werd ook getest in die regio's waar intussen meer besmettelijke varianten waren opgedoken, meer bepaald Zuid-Afrika en Latijns-Amerika.Maar toch zorgt het EMA nu voor een enorme collectieve zucht van opluchting, want met deze goedkeuring is een stevig drama finaal vermeden. Europa zet zwaar in op dit vaccin. Het heeft er 200 miljoen van besteld, en heeft een optie op 200 miljoen dosissen extra. Maar voor ons land is het vaccin van J&J gewoon onontbeerlijk: België krijgt een forse 5 miljoen vaccins uit die Europese bestelling. Ook de VS leunen op dit vaccin. Nadat vorig jaar al 100 miljoen dosissen werden besteld, heeft de nieuwe Amerikaanse president Joe Biden recent 100 miljoen vaccins bijbesteld.Het vaccin van J&J is dé missing link om de vaccinatiecampagne eindelijk in een stroomversnelling te krijgen. Enkel met de drie andere vaccins die eerder door het EMA werden goedgekeurd - Pfizer/BionNTech, Moderna en AstraZeneca/Oxford University - is het risico groot dat het de komende maanden tergend langzaam zal blijven gaan. Vooral omdat Moderna en AstraZeneca tot nader order minder hebben geleverd dan gehoopt, en vervelende problemen blijven opduiken. Zo hebben verschillende landen waaronder Denemarken beslist de toediening van het AstraZeneca-vaccin voorlopig op te schorten na berichten over de vorming van bloedklonters bij mensen die gevaccineerd werden. Of er een oorzakelijk verband is, moet nog onderzocht worden.De perikelen met leveringen van het vaccin van AstraZeneca wakkeren inmiddels de vrees aan dat het met het vaccin van J&J dezelfde weg zal opgaan. Het bericht van het persagentschap Reuters eerder deze week als zou J&J hebben aangegeven dat het misschien zijn doelstelling niet haalt om nog voor de zomer de voor Europa geplande 55 miljoen vaccins te leveren, deed daar echt geen goed aan. Er zijn evenwel belangrijke verschillen tussen de twee: J&J heeft in tegenstelling tot AstraZeneca wél veel ervaring met de ontwikkeling en de productie van vaccins, en het bedrijf heeft al zeer snel werk gemaakt van de uitbouw van een ondersteunend netwerk van externe producenten. Begin deze maand sloot het zelfs een akkoord met concurrent Merck (buiten de VS bekend als MSD) voor de productie van het vaccin. Dat Merck, dat zelf een lange ervaring met vaccins heeft, eind januari besliste de ontwikkeling van twee eigen kandidaat-vaccins tegen covid-19 stop te zetten na tegenvallende testresultaten, heeft die deal zeker in de hand gewerkt.J&J heeft naar eigen zeggen intussen akkoorden met acht externe producenten voor zijn coronavaccin, dat werd ontwikkeld in het Nederlandse Leiden. Zo zal het vaccin onder meer in de VS, Frankrijk, Italië en Spanje worden geproduceerd. Het J&J-vaccin zal na deze goedkeuring echter niet meteen beschikbaar zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zal het pas vanaf half april ingezet kunnen worden in ons land. Het tandengeknars naar aanleiding van de tot dusver kabbelende vaccinatiecampagne zal dus nog minstens wekenlang onverminderd verdergaan.Bekijk hieronder de toelichting van vaccinoloog Pierre Van Damme (reportage Kanaal Z)