De tijd is al lang voorbij dat UCB de reputatie had een one-trick pony te zijn door de dominantie van het anti-allergiemiddel Zyrtec en later het epilepsiegeneesmiddel Keppra in zijn verkoop en winst. UCB, dat 92 jaar geleden begon als de chemiegroep Union Chimique Belge, stippelt vanuit zijn statige hoofdkwartier in Anderlecht een almaar succesvoller parcours van medicijnontwikkeling uit. Het is een wereldspeler in geneesmiddelen tegen aandoeningen van het centrale zenuwstelsel en in immunologie. De groep geniet bovendien een reputatie van stabiliteit en degelijkheid. Die wordt gevoed door de hondstrouwe hoofdaandeelhouder, Tubize. De holding van de familie Janssen bezit 35 procent van de aandelen en wil van een overname van UCB niet weten.
...

De tijd is al lang voorbij dat UCB de reputatie had een one-trick pony te zijn door de dominantie van het anti-allergiemiddel Zyrtec en later het epilepsiegeneesmiddel Keppra in zijn verkoop en winst. UCB, dat 92 jaar geleden begon als de chemiegroep Union Chimique Belge, stippelt vanuit zijn statige hoofdkwartier in Anderlecht een almaar succesvoller parcours van medicijnontwikkeling uit. Het is een wereldspeler in geneesmiddelen tegen aandoeningen van het centrale zenuwstelsel en in immunologie. De groep geniet bovendien een reputatie van stabiliteit en degelijkheid. Die wordt gevoed door de hondstrouwe hoofdaandeelhouder, Tubize. De holding van de familie Janssen bezit 35 procent van de aandelen en wil van een overname van UCB niet weten. Maar UCB heeft ook een traditie van sterke en trouwe CEO's, die het bedrijf de voorbije decennia vakkundig door het farmamijnenveld gegidst hebben, met zijn immer dreigende patent cliff, het zware omzetverlies door het wegvallen van de octrooibescherming van een topgeneesmiddel. Na de Belg Georges Jacobs, die UCB achttien jaar leidde en de groep verloste van haar verleden in de chemie, volgde de Fransman Roch Doliveux. Hij stond tien jaar aan het roer, tot zijn landgenoot Jean-Christophe Tellier het in 2015 van hem overnam. Dat de 60-jarige reumatoloog niet vaak in zijn kaarten laat kijken, is een understatement. Daar zit zijn agenda voor veel tussen. Die zit steevast propvol voor minstens een jaar. Hoe is UCB sinds uw komst geëvolueerd? JEAN-CHRISTOPHE TELLIER. "Onze positie is nu waarschijnlijk sterker dan toen ik hier begon. Vijf jaar geleden hadden we drie producten op de markt, over enkele jaren zullen we er zes à zeven hebben. We hebben onze pijplijn versterkt en de schuldenlast verlaagd, zodat strategische overnames opnieuw mogelijk zijn. Zo kochten we een jaar geleden het Amerikaanse Ra Pharma voor 2 miljard euro. Dat leverde ons een product op dat ons sterker maakt in de behandeling van myasthenia gravis (een spierziekte waartegen ook het Gentse biotechbedrijf argenx een beloftevol medicijn ontwikkelt, nvdr). We hebben in juni met de overname van het Amerikaanse Engage Therapeutics ook een kandidaat-middel tegen epilepsie verworven." TELLIER. "Ik houd niet van het woord comfortabel. We zitten in een goede positie, met solide funderingen en een goede pijplijn met producten die we zullen kunnen lanceren. Maar comfortabel zullen we ons nooit voelen." TELLIER. "Het is nu moeilijker, omdat je meer keuzes moet maken. De wetenschap is nog nooit zo productief geweest, maar onze omgeving is daardoor ook complexer en onzekerder. Vergeet niet dat veel Europese bedrijven uit de chemiesector zijn ontstaan, net als UCB. Daardoor hebben we ook die bocht naar biotech bijna gemist." TELLIER. "Als dat de perceptie is, dan hoop ik dat die zal veranderen. Het Vlaamse biotechinstituut VIB heeft ons tijdens deze pandemie gevraagd te helpen met een van zijn moleculen die mogelijk een antivirale activiteit zou hebben in de strijd tegen covid-19 (het VIB richtte de spin-off ExeVir Bio op voor de ontwikkeling van een geneesmiddel tegen covid-19. UCB zal het produceren. Lees ook blz. 66, nvdr). Voor ons zijn er geen taboes." TELLIER. "Ik ben geen voorstander van het opkopen van concurrenten. Misschien was het interessant geweest samen te werken, maar misschien is het beter voor de patiënten dat er twee bedrijven producten ontwikkelen die competitief zijn. Concurrentie is goed. Hoe meer partijen aan de start staan, hoe groter de kans dat de patiënt een betere behandeling krijgt. Zou het anders zijn gelopen als we meer verbonden waren met Vlaanderen? Ik zou het niet weten. "In farma- en biotechonderzoek is er altijd een verborgen zijde. We verbergen ons werk allemaal zo lang mogelijk, omdat we niet willen dat anderen het weten of zien. Pas als je begint met testen in de kliniek, wordt het voor iedereen duidelijk waarmee je bezig bent." TELLIER. "Jaloezie ken ik niet. Jaloezie genereert geen positieve energie. Iedereen probeert zijn best te doen. Concurrentie geeft je de energie om te proberen de beste te zijn. Wij proberen zo goed mogelijk werk af te leveren. Dat doet argenx ook. Als er twee heel goede producten uit voortkomen, die de patiënten goed kunnen behandelen, is dat perfect. Spijt? Dat is tijdverlies." TELLIER. ( Lacht) "Wij zijn niet verantwoordelijk voor die wetenschappelijke namen. De Amerikaanse FDA heeft eind september het goedkeuringsdossier voor de marktintroductie van bimekizumab als behandeling van psoriasis aanvaard. Ook de Europese goedkeuringsautoriteit EMA neemt het al onder de loep. We zijn dus tevreden. Het is ook een grote opluchting, want onze sterproducten Vimpat en Cimzia (tegen respectievelijk epilepsie, en reuma en de ziekte van Crohn, nvdr) naderen stilaan het einde van hun octrooibescherming. Voor Vimpat is dat al in 2022, en voor Cimzia in 2024. "Nu, elk goed farmabedrijf heeft een plan B. Als je maar één scenario hebt en dat mislukt, kan dat catastrofaal zijn voor een bedrijf zoals het onze. Het UCB van vele jaren geleden zat misschien in die situatie, maar nu hebben we veerkracht, zelfs als enkele dingen niet zouden werken. Onze toekomst hangt dus zeker niet alleen af van bimekizumab. Maar ik zal me nooit helemaal comfortabel voelen, zelfs niet als we in 2025 zes of zeven nieuwe medicijnen op de markt hebben. We ontwikkelen de pijplijn verder. In medicijnen tegen epilepsie zijn we de marktleider, maar er is nog een grote vraag naar andere medicijnen in het domein van de neurodegeneratieve ziektes, zoals parkinson." TELLIER. "We zijn sterk vertegenwoordigd in de behandeling van reuma en binnenkort ook in myasthenia gravis. En we ontwikkelen een derde pijler rond dermatologie, meer bepaald psoriasis. Daar komt bimekizumab in beeld." TELLIER. "Je moet stoutmoedig zijn in wat je doet, niet in wat je zegt. We hebben bijvoorbeeld goed gecommuniceerd over de resultaten van bimekizumab, maar dat hebben we pas gedaan toen ze er waren. Hebben we kansen gemist omdat we ons niet voldoende lieten horen? Misschien. Maar veel lawaai maken in de hoop dat mensen op je afkomen, werkt niet. We kunnen niet alles doen. Belangrijker is goede connecties te hebben en gericht te werken. Zelfs voor epilepsie, een domein dat we al bijzonder goed kennen, moeten we connecties hebben met onderzoekers, experts en academici." TELLIER. "Mij hoor je daarover niet klagen. Toen ik bij UCB begon, noteerde het aandeel tegen 30 euro. Nu staat het bijna tegen 100 euro. Beetje bij beetje realiseren mensen zich wat hier allemaal mogelijk is." TELLIER. "Ik zie er veel. Het dwingt ons even transparant en competitiever te zijn als onze sectorgenoten. Het houdt ons een spiegel voor en maakt dat beleggers vertrouwen hebben in ons. We hebben ook het voordeel een sterke referentieaandeelhouder als Tubize te hebben. Dat geeft ons de stabiliteit om een langetermijnvisie te ontwikkelen. In onze sector is dat bijzonder waardevol. Het heeft UCB geholpen in het verleden en het zal nuttig blijven in de toekomst." TELLIER. "Niet echt. We konden blijven werken. Onze productievestiging in Braine bleef operationeel en we hadden geen tekort aan actieve bestanddelen voor onze medicijnen. Wel hebben we de klinische tests van onze producten tijdelijk opgeschort, omdat we geen risico's nemen met patiënten. "Wij produceren geen vaccins en zijn niet gespecialiseerd in virologie. Maar door de overname van Ra Pharma hebben we toch een stof die actief zou kunnen zijn tegen de cytokinestorm, de overreactie van het lichaam op het virus. Dat wordt nu getest in Gent en Engeland." TELLIER. "Nee. We werken met lange ontwikkelingscyclussen. Dat maakt het heel moeilijk om tactische beslissingen te nemen die gelinkt zijn aan zulke ontwikkelingen. Onze wetenschap is ook gebouwd op de kennis van onze mensen, die vaak al tien of twintig jaar voor ons werken. Dat kun je niet zomaar verhuizen. Ik kan en wil niet plots zeggen: 'De brexit staat me niet aan, dus ik sluit Slough en open elders een onderzoekscentrum.' Ik neem niet het risico Slough af te breken. Dat is allemaal fragiel." TELLIER. "Toen ik deze functie kreeg, nodigde ik twintig CEO's in de farmasector uit voor een ontbijt of een lunch. Ze kwamen allemaal. Sommigen kende ik totaal niet. Ik vroeg hun welk advies ze hadden voor mij. Een van hen zei dat je geen spijt moet hebben van een beslissing, als je die gewetensvol hebt genomen, zelfs als later blijkt dat het niet de juiste was. Een andere wees me erop dat ik nooit mag vergeten dat wat voor mij soms een bagatel is, voor een ander heel belangrijk kan zijn, gewoon omdat ik het als CEO zeg. Ik heb een boekje gevuld met al die adviezen. "Ik ben ook een aanhanger van Hippocrates. Als ik zo vrij mag zijn hem te parafraseren: hij zegt dat het leven kort is, de ervaring bedrieglijk en het oordeel moeilijk." TELLIER. "Elke dag zijn er bronnen van zowel voldoening als frustratie, maar ik geniet van elk moment. Toen ik hier begon, waarschuwde men mij dat ik extreem veel druk zou voelen, dat het heel zwaar zou zijn en dat ik me alleen zou voelen. Dat was totaal niet het geval. Ik had natuurlijk het geluk dat ik niet begon in een crisissituatie en alles goed kon worden voorbereid. Maar deze baan weegt totaal niet op mij. Ik ben ook maar een passant. UCB bestaat al bijna een eeuw, en dat geweldige verhaal zal nog lang blijven duren. Alle recepten voor succes zijn aanwezig in dit huis."