Opnieuw open

Sinds vorige week zaterdag mogen tuincentra en doe-het-zelfwinkels onder bepaalde voorwaarden weer hun deuren openen. Voordien konden winkelpunten met tuinartikelen waarvan de omzet uit voeding - zowel voor mens als dier - meer dan de helft van het totaal bedroeg, open blijven. Ze mochten maar een beperkt aanbod verkopen: wel bloemen en planten, maar geen maaimachines. De winkels waarvan de omzet uit voeding minder dan de helft bedroeg, moesten de deuren gesloten houden.

Lappendeken

De sector van de tuincentra is een lappendeken. Er zijn pure tuincentra en retailers met een beperkt aanbod in tuinartikelen. Ketens als Aveve en Horta positioneren zich als tuin-, dier- en bakspecialisten. Er zijn ook tuincentra met een dierenafdeling. Doe-het-zelf-ketens als Hubo en Gamma verkopen ook tuinartikelen. "Dan zijn er nog de supermarkten en hypermarkten zoals Carrefour Hyper en Cora", zegt Dirk Ballekens, de directeur van de Belgische Tuincentravereniging (BTV). "En je mag de markten niet vergeten en er zijn enkele grote onlinespelers."

Contact met de natuur

Er zijn weinig cijfers beschikbaar over de branche van de tuincentra. Dirk Ballekens zegt dat de sector de afgelopen tien jaar is gegroeid. Volgens Nathalie Bekx, trendwatcher bij Trendhuis, wil de consument meer contact met de natuur: "De tuin en de woning gaan in elkaar over. Aan de vensters willen de mensen ook groen zien. We maken van onze tuin een woning en van de woning een tuin. Dat is al zo'n tien, twintig jaar bezig. Sindsdien kom je langs alle Vlaamse wegen tuincentra tegen."

Sfeer en beleving

De kleine tuincentra verkopen vooral planten, zaden, meststoffen en potgrond. Daarnaast zijn er de grote centra met een oppervlakte van zo'n 3000 vierkante meter. Ballekens: "Hoe groter de winkel, hoe meer sfeer en beleving, en hoe meer een winkelbezoek een uitstap wordt." Voor de kleine centra zijn de lentemaanden de topperiode. "Zij halen van half maart tot half mei een belangrijk deel van hun jaaromzet. De normale maandomzet verdubbelt of verdrievoudigd dan", weet Ballekens. De omzet van de grote centra is gespreid over het hele jaar. "Daar heb je producten voor de horeca, voor kerstmarkten, Valentijnsdag, Secretaressedag, Allerheiligen of barbecues."

Moestuindagen

De jongste jaren zijn moestuinen populair. Stépahnie Deleul, de woordvoerder van Arvesta, de holding waartoe Aveve behoort: "We focussen in onze winkels op de moestuin door de organisatie van moestuin- en tomatendagen, kinderworkshops over aardappelen, aardbeien en kruiden, en de introductie van de najaarsmoestuin. We zien ook dat mensen blijven investeren in glazen serres en kweekbakken."

600 tot 800

tuincentra zijn er naar schatting in ons land. De ketens Horta en Aveve hebben 60 en 250 vestigingen.

10 procent

bedroeg de groei van het aanbod voor de moestuin in 2019 bij Aveve, in vergelijking met 2018.

Sinds vorige week zaterdag mogen tuincentra en doe-het-zelfwinkels onder bepaalde voorwaarden weer hun deuren openen. Voordien konden winkelpunten met tuinartikelen waarvan de omzet uit voeding - zowel voor mens als dier - meer dan de helft van het totaal bedroeg, open blijven. Ze mochten maar een beperkt aanbod verkopen: wel bloemen en planten, maar geen maaimachines. De winkels waarvan de omzet uit voeding minder dan de helft bedroeg, moesten de deuren gesloten houden. De sector van de tuincentra is een lappendeken. Er zijn pure tuincentra en retailers met een beperkt aanbod in tuinartikelen. Ketens als Aveve en Horta positioneren zich als tuin-, dier- en bakspecialisten. Er zijn ook tuincentra met een dierenafdeling. Doe-het-zelf-ketens als Hubo en Gamma verkopen ook tuinartikelen. "Dan zijn er nog de supermarkten en hypermarkten zoals Carrefour Hyper en Cora", zegt Dirk Ballekens, de directeur van de Belgische Tuincentravereniging (BTV). "En je mag de markten niet vergeten en er zijn enkele grote onlinespelers." Er zijn weinig cijfers beschikbaar over de branche van de tuincentra. Dirk Ballekens zegt dat de sector de afgelopen tien jaar is gegroeid. Volgens Nathalie Bekx, trendwatcher bij Trendhuis, wil de consument meer contact met de natuur: "De tuin en de woning gaan in elkaar over. Aan de vensters willen de mensen ook groen zien. We maken van onze tuin een woning en van de woning een tuin. Dat is al zo'n tien, twintig jaar bezig. Sindsdien kom je langs alle Vlaamse wegen tuincentra tegen." De kleine tuincentra verkopen vooral planten, zaden, meststoffen en potgrond. Daarnaast zijn er de grote centra met een oppervlakte van zo'n 3000 vierkante meter. Ballekens: "Hoe groter de winkel, hoe meer sfeer en beleving, en hoe meer een winkelbezoek een uitstap wordt." Voor de kleine centra zijn de lentemaanden de topperiode. "Zij halen van half maart tot half mei een belangrijk deel van hun jaaromzet. De normale maandomzet verdubbelt of verdrievoudigd dan", weet Ballekens. De omzet van de grote centra is gespreid over het hele jaar. "Daar heb je producten voor de horeca, voor kerstmarkten, Valentijnsdag, Secretaressedag, Allerheiligen of barbecues." De jongste jaren zijn moestuinen populair. Stépahnie Deleul, de woordvoerder van Arvesta, de holding waartoe Aveve behoort: "We focussen in onze winkels op de moestuin door de organisatie van moestuin- en tomatendagen, kinderworkshops over aardappelen, aardbeien en kruiden, en de introductie van de najaarsmoestuin. We zien ook dat mensen blijven investeren in glazen serres en kweekbakken."