Tony Coenjaerts, de voormalige hoofdredacteur en directeur van ons Franstalige zusterblad Trends-Tendances, analyseerde de balansen van het boekjaar 2019 van de grootste 5000 bedrijven in ons land. De resultaten vindt u deze week als bijlage bij Trends of u kunt ze online raadplegen.
...

Tony Coenjaerts, de voormalige hoofdredacteur en directeur van ons Franstalige zusterblad Trends-Tendances, analyseerde de balansen van het boekjaar 2019 van de grootste 5000 bedrijven in ons land. De resultaten vindt u deze week als bijlage bij Trends of u kunt ze online raadplegen. De cijfers van 2019 weerspiegelen nog geen coronaeffecten. Toch lijdt ook deze editie al onder covid-19, want de Trends top 5000 bevat uitzonderlijk 250 ondernemingen minder. Door de omvang van de pandemie kregen bedrijven uitstel voor hun algemene vergadering en het neerleggen van hun balansen. "Mijn deadline voor het afsluiten van de Trends top 5000 was begin oktober", zegt Tony Coenjaerts. "Daardoor ontbreken enkele belangrijke bedrijven. BASF Antwerpen bijvoorbeeld, dat in 2018 nog een omzet van 6,7 miljard euro haalde, legde zijn balans voor 2019 pas half oktober neer. Of Belgian Shell, een dochter van de petroleumreus Royal Dutch Shell. Ook de cementproducent CBR, een dochter van de Duitse multinational HeidelbergCement Groep, ontbreekt in onze lijst." 2019 was een goed jaar voor de werkgelegenheid. Netto kwamen er 74.000 banen bij, of 8000 meer dan het jaar voordien. Het was van 1980 geleden dat er zoveel mensen aan het werk waren in België. "We telden minder dan 400.000 werklozen", rekent Tony Coenjaerts voor. "De werkgelegenheidsgraad bij de 20- tot 64-jarigen lag boven 70 procent. Ook dat was nooit gezien. Dat is goed, maar het bleef onder de werkgelegenheidsdoelstelling van 73,2 procent die onze regering tegen 2020 wilde halen." Tot de grootste investeerders in 2019 behoorden de chemie en de geneeskundige sector. Ook hun grote innovatiekracht valt op. Ze zijn goed voor iets meer dan een derde (34%) van de patenten die het European Patent Office aan ons land heeft toegekend. De grootste aanvrager vorig jaar was de chemiereus Solvay (304 aanvragen), op afstand gevolgd door het Leuvense interuniversitaire centrum voor onderzoek en ontwikkeling imec, gespecialiseerd in micro-elektronica en nanotechnologie. "België heeft altijd zwaargewichten gehad in die sectoren, zoals Solvay en Janssen Pharmaceutica", weet Coenjaerts. "In het verleden waren er Gevaert en Leo Baekeland, de uitvinder van het bakeliet. Die traditie en overgedragen kennis leven voort. Met uitzondering van Solvay bevinden de grootste tien aanvragers van patenten zich in Vlaanderen. Ook de zwaarste investeringen in de chemie gebeuren in Vlaanderen." Vooral in de Antwerpse haven wordt zwaar geïnvesteerd. UCB kondigde eind 2019 een investering van 300 miljoen euro aan in een gloednieuwe biotechnologiefabriek in Eigenbrakel. Maar dat is klein bier in vergelijking met wat in de Antwerpse haven op til is. Begin 2019 kondigde Ineos de grootste investering in de Europese chemie sinds twee decennia aan: 3 miljard euro voor de bouw van een fabriek die ethyleen en propyleen zal maken. Het bedrijf wordt geleid door Jim Ratcliffe, de rijkste Brit. "Vlaanderen was altijd heel praktisch ingesteld en getuigde van gezond verstand", zei Ratcliffe vorig jaar in Trends. "Chemie is heel belangrijk voor Vlaanderen. Het is de grootste sector voor het gewest. Waarom zou het die activiteit dan willen doodknijpen?" Toch gaat het met de levering van de nodige vergunningen traag. Eind oktober kreeg Ineos vergunningen voor een investering die inmiddels is geklommen naar 5 miljard euro. In september 2019 kondigde ook Borealis een investering van 1 miljard euro aan in de Antwerpse haven. In Kallo komt een nieuwe propyleenfabriek, ook al de grootste investering in Europa van die specialist in polyolefine. Het Duitse zwaargewicht BASF meldde in oktober een investering van een half miljard euro in de uitbreiding van zijn ethyleenproductie. Nog een Duits bedrijf, Covestro, wil 300 miljoen euro investeren voor de productie van aniline, dat onder meer wordt gebruikt voor rubber, kleurstoffen en gewasbescherming. "Chemie is een kapitaalintensieve sector", legt Tony Coenjaerts uit. "Iedereen kent de troeven van de Antwerpse haven. Daar is historisch een grote petrochemische cluster. Bovendien heeft de haven sterke multimodale inrichtingen en logistieke diensten door haar diepe binnenlandse ligging. België is daarnaast bekend om zijn vakkundig, geschoold personeel. En vergeet de fiscale stimulansen niet, bijvoorbeeld voor de aanwerving van onderzoekers of voor patenten en licenties." De chemiesector is als industriële tak bijzonder kapitaalintensief. Maar op basis van de werkgelegenheid is de dranken- en voedingssector de belangrijkste. "Die heeft heel gespecialiseerde functies, maar ook veel banen voor laaggeschoolden", benadrukt Coenjaerts. Voeding en dranken staan bovendien voor een vijfde van de industriële omzet. Maar ook hier is er een kloof tussen Vlaanderen en Wallonië. De omzet in Vlaanderen was goed voor 44,3 miljard euro, die in Wallonië voor 8,7 miljard euro. Bovendien groeide die industrie in Vlaanderen vorig jaar met 5,9 procent, tegenover slechts 1,1 procent in Wallonië. Ook in voeding en drank werd duchtig geïnvesteerd: 1,8 miljard euro, het hoogste cijfer in de voorbije vijf jaar. "Voeding en dranken zorgen bovendien voor een overschot van maar liefst 7,8 miljard euro op onze handelsbalans", analyseert Tony Coenjaerts. "Je leest soms denigrerende verhalen dat België enkel goed zou zijn in de export van bier en pralines. Maar voeding en dranken zijn een heel creatieve sector. Ook voor hoogtechnologische toepassingen, met softwareontwikkelingen voor heel gespecialiseerde productieprocessen. Dat is heel belangrijk, want je moet eerst industriële processen hebben, vooraleer je de daarbij horende software kunt ontwikkelen en omzetten in de praktijk aan de productielijnen." Voor Tony Coenjaerts is de industrie een van de pijnpunten. Ze is goed voor 13,8 procent van ons bruto binnenlands product, tegenover 18 procent in de eurozone en 23 procent in industriekampioen Duitsland, onze belangrijkste handelspartner. "Dat kleine aandeel van de industrie kan nog verder afnemen", vreest Coenjaerts. "Terwijl de industriële productie net heel veel toegevoegde waarde creëert en voor een overschot op onze handelsbalans zorgt." Nog opvallend in de analyse van Tony Coenjaerts is het zwakke consumentenvertrouwen vorig jaar. "Terwijl de koopkracht steeg met 2,5 procent, daalde de privéconsumptie met 1,1 procent. Die hoge koopkracht was weliswaar het gevolg van de indexering. Maar het vertrouwen ontbrak door de brexit, de toename van het protectionisme in de internationale handel, zwakkere economische vooruitzichten en de vrees voor banenverlies. Dat laatste kan verrassen, gezien de hoge werkgelegenheidsgraad. Maar onder meer in de banksector zijn veel banen gesneuveld." Met als gevolg dat de consument weer meer spaarde. "Na een daling van tien jaar steeg de spaarquote voor het eerst van 11,8 naar 12,9 procent." In 2019 was er nog geen sprake van covid-19. "Corona zal alles veranderen", verwacht Coenjaerts. "Na de jaarrekeningen van 2020 zal weinig nog hetzelfde zijn. We zullen ons anders gedragen. Volledige sectoren zullen wankelen, zoals de horeca. Die was vóór de pandemie al de trieste koploper, met 18,1 procent van de faillissementen in 2019. De kans is groot dat de cijfers voor 2020 er nog helemaal anders uitzien."