Aan in de belangstelling staan heeft Tim Van Hauwermeiren een broertje dood, en de gedachte aan een fotosessie doet de CEO ronduit steigeren. Dat hij eind vorig jaar plots werd geportretteerd in kranten - inclusief commentaren op zijn huis en levensgewoonten - zinde hem nog minder. De reden voor die belangstelling was evenwel niet min. Het mee door hem opgerichte argenx kreeg de goedkeuring van de Amerikaanse geneesmiddelenwaakhond FDA voor Vyvgart, de commerciële naam voor een medicijn tegen de spierziekte myasthenia gravis. Vyvgart is het eerste geneesmiddel op basis van de door argenx ontwikkelde molecule met de codenaam ARGX-113, ook efgartigimod geheten. Argenx ontwikkelt efgartigimod als een straffe pijplijn-in-één-product. De molecule moet leiden tot een rist behandelingen tegen andere zeldzame auto-immuunziektes. Maar argenx, dat intussen al een marktkapitalisatie van 20 miljard euro heeft en ruim duizend werknemers telt in vestigingen in Gent, Tokio, Genève, Boston en Toronto, houdt nog veel andere ijzers in het vuur. Van Hauwermeiren, die zich sinds de FDA-goedkeuring nadrukkelijk uit het voetlicht hield, acht nu de tijd rijp om in zijn kaarten te laten kijken, exclusief in Trends.
...

Aan in de belangstelling staan heeft Tim Van Hauwermeiren een broertje dood, en de gedachte aan een fotosessie doet de CEO ronduit steigeren. Dat hij eind vorig jaar plots werd geportretteerd in kranten - inclusief commentaren op zijn huis en levensgewoonten - zinde hem nog minder. De reden voor die belangstelling was evenwel niet min. Het mee door hem opgerichte argenx kreeg de goedkeuring van de Amerikaanse geneesmiddelenwaakhond FDA voor Vyvgart, de commerciële naam voor een medicijn tegen de spierziekte myasthenia gravis. Vyvgart is het eerste geneesmiddel op basis van de door argenx ontwikkelde molecule met de codenaam ARGX-113, ook efgartigimod geheten. Argenx ontwikkelt efgartigimod als een straffe pijplijn-in-één-product. De molecule moet leiden tot een rist behandelingen tegen andere zeldzame auto-immuunziektes. Maar argenx, dat intussen al een marktkapitalisatie van 20 miljard euro heeft en ruim duizend werknemers telt in vestigingen in Gent, Tokio, Genève, Boston en Toronto, houdt nog veel andere ijzers in het vuur. Van Hauwermeiren, die zich sinds de FDA-goedkeuring nadrukkelijk uit het voetlicht hield, acht nu de tijd rijp om in zijn kaarten te laten kijken, exclusief in Trends. TIM VAN HAUWERMEIREN. "We moesten bewijzen dat we een medicijn ook kunnen verkopen. Het is een atypische keuze om niet de sleutels te overhandigen aan big pharma om het product globaal te introduceren en te verkopen, en om het zelf te doen. Als je kijkt naar de geschiedenis van onze jonge industrie, stel je vast dat acht op de tien biotechbedrijven die een eigen product lanceren, alsnog floppen. We gingen dus in tegen the odds of success. "Maar we zijn wel degelijk aan het bewijzen dat we een product kunnen verkopen. En niet op de simpele manier. Geen enkel ander bedrijf dat wij kennen, heeft in hetzelfde jaar een medicijn gelanceerd in de Verenigde Staten, Japan en Europa, én al een aanvraag ingediend voor marktautorisatie voor een opvolgproduct (een onderhuidse toediening van Vyvgart, nvdr). Dat is een tour de force. En ik denk dat we wereldwijd een verkoop uitrollen die mag gezien worden. We hebben al drie kwartalen op rij de hooggespannen verwachtingen van de analisten geklopt. Dat is enorm belangrijk, want we moeten het recht verdienen een standalone-bedrijf te zijn. Op deze manier verdienen we dat. Ik zou trouwens liegen mocht ik zeggen dat we intern de verwachtingen zo hoog gelegd hebben als de verkoopcijfers nu zijn. We verslaan ook onze eigen verwachtingen." VAN HAUWERMEIREN. "Neen. Waarom zouden we? Dit is nog maar het begin. Vyvgart is een eerste indicatie voor een eerste product. We gaan pas succesvol zijn als wij dit een aantal keren gedaan hebben." VAN HAUWERMEIREN. "Ik ben heel blij voor de aandeelhouders dat ze dat mogen meemaken." VAN HAUWERMEIREN. "Van buitenaf bekeken lijkt het alsof alles van een leien dakje loopt. Dat is niet zo. Wij hebben ook al onze portie tegenslagen gehad. Er zijn altijd programma's die falen. Maar hoe succesvol een lancering als die van Vyvgart ook geweest is, ze is nog bezig. We moeten elkaar spreken over zes of acht kwartalen. We hebben nu enkele duizenden patiënten die het geneesmiddel gebruiken in de Verenigde Staten, maar dat is het doel niet. Het doel is alle 17.000 patiënten in de Verenigde Staten aan dit geneesmiddel te krijgen, en dan in andere landen. Dat is een enorme taak." VAN HAUWERMEIREN. "Nee. Ik ben niet de expert in commercialisering en ik zal dat ook nooit zijn. Ik vind wel dat je niet achter een bureau kunt zitten in zo'n belangrijke tijd. Je gaat mee de loopgraven in. Ik was dit jaar vijf maanden op de baan, in de Verenigde Staten, Japan en Duitsland, met de mensen in het veld. Ik kan het product niet verkopen, maar ik moet er wel zijn. Ook de komende jaren." VAN HAUWERMEIREN. "Ik hoop dat we dan nog altijd een onafhankelijk, succesvol bedrijf zijn. Alleen al voor efgartigimod gaan we naar vijftien indicaties en daarnaast hebben we verschillende moleculen die we zelf ontwikkelen, niet in een partnerschap. Als wij goede fundamentele wetenschap kunnen vertalen in innovatie die zinvol is voor patiënten, gaan we een mooie toekomst tegemoet. Dan hoeven we ook geen grote overnames te doen. We hebben alle kracht en innovatie die we nodig hebben in huis. Dat is een heel goede positie om in te zitten." VAN HAUWERMEIREN. "ARGX-117 en -119 zijn twee prachtige programma's. Die moleculen zullen heel moeilijk te kloppen zijn door een concurrent, en er is een rist ziektes waarop we zullen kunnen werken. ARGX-118 tegen allergische astma zetten we niet zelf voort, want dat past niet in ons commerciële model. Dat kunnen wij niet aan, maar we gaan er wel een gegadigde voor vinden. Daarnaast werken we hard aan 120, 121, 122... En dat doen we allemaal zelf. De dagen dat we moleculen bouwden voor iemand anders, zijn voorbij." VAN HAUWERMEIREN. "We zijn het derde kwartaal geëindigd met 2,4 miljard dollar op de bank. Het huidige businessplan is gefinancierd. Normaal moeten we daarmee naar ons break-evenpunt kunnen lopen, en vanaf dan winstgevend zijn. Maar ons ambitieniveau stijgt almaar. Dus het is altijd mogelijk dat we opnieuw moeten financieren. Onze cashburn bedraagt ongeveer 1 miljard dollar per jaar. Maar veel belangrijker is of de aandeelhoudersbasis achter het bedrijf staat. Wij praten constant met onze twintig, dertig grootste aandeelhouders. Daarom konden wij ons in maart dit jaar opnieuw financieren. Er was toen eigenlijk geen venster, en toch lukte dat" (argenx haalde 805 miljoen dollar op, nvdr). VAN HAUWERMEIREN. "Dat klopt. Je mag zeggen wat je wilt, maar je moet presteren. Investeerders beoordelen je daarop. Dat vertrouwen moet je opbouwen, jaar na jaar. Je moet zeggen wat je gaat doen, dat doen en dan teruggaan naar hen en zeggen 'we hebben dit beloofd en gedaan'. Niet één maar tien keer. Tussen onze beursgang op Euronext in 2014 en die op Nasdaq in 2017, had ik 440 meetings. Daarna zijn we gestopt met tellen. (lacht) Wall Street heeft misschien de reputatie om fast money te zijn. Die mensen bestaan, maar dat zijn niet onze aandeelhouders. Dat zijn mensen die bedrijven bouwen." VAN HAUWERMEIREN. "Uiteraard liggen we voor. We zijn zoals ze zeggen first in class, en we geloven ook best in class. Maar er zijn belangrijkere overwegingen. De concurrentie is niet UCB of J&J, maar de oude moleculen die mensen vandaag nog gebruiken voor die zware auto-immuunziektes. Ze krijgen Wereldoorlog I-scheikunde in hun lichaam, met neveneffecten die erger zijn dan de voordelen van het geneesmiddel. We moeten de mindset van de arts en de patiënt veranderen. Ze moeten afstappen van die oude dingen, die heel toxisch zijn en een middelmatig effect hebben, en gaan voor innovatie. Dat is de grote uitdaging, want de perceptie is dat die dingen goedkoop zijn, terwijl ze de patiënt op lange termijn vernietigen. Om die klus te klaren, hebben we zelfs meer concurrentie nodig. Hoe meer innovatie binnenkomt in deze ziektes, hoe beter, want die maakt de markt alleen maar groter." VAN HAUWERMEIREN. "Uiteindelijk ligt de sleutel bij de aandeelhouders. Wij bezitten het bedrijf niet. Het is onze taak om uit te leggen wat ons plan is en dat ook waar te maken, en dan kunnen de raad van bestuur en de aandeelhouder hun werk doen, mocht er een bod komen. Maar wanneer gaat een aandeelhouder beslissen om ons aandeel te verkopen? Zodra wij stoppen met ambitieuze plannen te presenteren en die te realiseren. Zolang wij een hoog ambitieniveau neerzetten en waarmaken, hebben we een redelijke kans om standalone te blijven." VAN HAUWERMEIREN. "Je weet dat als je overgenomen wordt door een groot farmabedrijf, dat er een of twee assets uitpikt die het eigenlijk wil. Al de rest wordt opgedoekt, mensen worden ontslagen, of de besten gaan vanzelf weg. Spoel de film drie of vijf jaar verder, na een overname. Wat schiet dan nog over van zo'n bedrijf? Niets. De toegevoegde waarde voor de biotechcluster, en voor de maatschappij die ook heeft geïnvesteerd in dat bedrijf, is veel groter als het standalone kan blijven. Bij ons werken duizend mensen. Dat zijn duizend banen met een enorme toegevoegde waarde. Die zouden niet bestaan als we argenx niet gebouwd hadden, en ze zullen geëlimineerd worden als big pharma overneemt. Een nog belangrijkere vraag, die big pharma niet noodzakelijk boeit, is die over de patiënt: wordt die er beter van als wij overgenomen worden? Nee, want al die ziektes waarop we nu werken, gaan de frigo in. Die passen niet in het businessmodel van big pharma, waarvan de formules niet goed werken op een nichemarkt. Er zijn farmareuzen waar als je de optelsom maakt van alle bedrijven die ze hebben overgenomen, die marktkapitalisatie een veelvoud is van de huidige waarde. Het enige dat je dan kunt concluderen, is dat zo'n bedrijf enorm veel waarde vernietigd heeft." VAN HAUWERMEIREN. "Nee. Zo denken wij niet. Het is de taak van het management en de board om aandeelhouderswaarde te creëren, en daar zijn we tot nu heel goed in geslaagd. En ik denk dat onze rit nog maar net begonnen is. De komende drie à vijf jaar kunnen we bakken waarde creëren." VAN HAUWERMEIREN. "Dat doen we toch? Kijk, het helpt om rolmodellen te hebben. Galapagos is een belangrijk rolmodel geweest. Onno was heel ambitieus. Ik hoop dat wij op een bepaalde manier een rolmodel kunnen zijn. Wij staan aan de wieg van vijf bedrijven (Agomab, Staten Biotech, Dualex, Fair Journey en OncoVerity, nvdr). Dat is al veel, maar daar zal het zeker niet bij blijven. Daar ben ik trots op. Als we een succesvolle cluster willen creëren, moeten hier nieuwe bedrijven komen van mensen die weggaan en zelf beginnen. Trouwens, internationale investeerders hebben wel degelijk onze biotechcluster in hun vizier. Misschien is het VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie, nvdr) als naam niet zo bekend. Maar de output ervan, hun publicaties en spin-offs, zijn bekend, geloof me vrij. Amerikaanse investeerders scannen hier constant het radarscherm. We staan wel degelijk op de kaart."VAN HAUWERMEIREN. "Ze gaan het niet graag lezen, maar ga naar de Verenigde Staten, als je voldoende groot wil denken. België is geen markt voor een biotechbedrijf. Hoe goed ons gezondheidssysteem ook is, je businesscase kan daar niet op draaien. Dus je moet proberen je blik internationaal te richten, en Amerika is de belangrijkste markt en heeft de belangrijkste beurs. Daar zitten ook de grootste aandeelhouders die kunnen meegaan. Je moet er wel vroeg genoeg je blik op richten." VAN HAUWERMEIREN. "Zijn wij aantrekkelijk? Ja en nee. België loopt een risico door het onvoorspelbare klimaat in regelgeving en belastingen. Er is geen fiscale bedrijfszekerheid, iets wat ondernemers en investeerders niet graag zien. Maar de reden waarom wij als van oorsprong Nederlands bedrijf naar Vlaanderen zijn gekomen, is het subsidiebeleid van VLAIO (Agentschap Innoveren & Ondernemen, nvdr). Dat verdient een dikke pluim. Ik weet dat het een controversieel thema is in de media. Heel wat mensen, ook ondernemers, zijn van mening dat een overheid geen subsidies moet geven. Maar die redenering klopt niet voor life sciences. 1 miljoen euro subsidie van VLAIO heeft bij ons het verschil gemaakt tussen leven en dood. Letterlijk. Nogmaals, in life sciences, waar je zo kapitaalintensief bezig bent op lange termijn, is een Vlaio-subsidie superbelangrijk. Zo'n speler is essentieel in het ecosysteem. Dat mag ook wel eens gezegd worden." VAN HAUWERMEIREN. "Johan Cardoen (de voormalige topman van het VIB, nvdr) zei 'opties creëren'. Je moet daarmee non-stop bezig zijn, in financiering, je projectpijplijn, wat dan ook. We hebben altijd op verschillende paarden gewed. Niet alleen hebben we veel opties gecreëerd binnen efgartigimod, maar we hebben ook andere moleculen. Sommige hebben we lang geleden uitgelicentieerd, toen we moesten overleven en die cash nodig hadden." "Van Jan van de Winkel (de topman van het Deens-Nederlandse biotechbedrijf Genmab, nvdr) heb ik geleerd dat het enorm helpt om positief en optimistisch ingesteld te zijn. Genmab is een ongelofelijk verhaal, maar Jan heeft ook moeilijke tijden gekend. Op zekere dag was zijn marktkapitalisatie lager dan de waarde van het gebouw waar hij in zat. Maar hij is altijd optimistisch gebleven." VAN HAUWERMEIREN. "Natuurlijk. Hoeveel moet je er hebben? Van buitenaf bekeken lijkt het misschien een perfect parcours, maar aan de binnenkant is dat een ander paar mouwen. De lijn tussen succes en mislukking is heel, heel, heel dun." VAN HAUWERMEIREN. "Ik ben bijzonder gevoelig voor het feit dat je gemakkelijk omhoog wordt geschreven, maar dat dezelfde pers je met evenveel gemak afbreekt als het niet goed gaat. Patrik heeft dat meegemaakt. ThromboGenics was een gouden aandeel, waarbij niets verkeerd kon gaan. Het moet zeer pijnlijk zijn als je daar als CEO doorheen moet. Daarom ga ik liefst niet mee in de hype. Laten we gewoon twee voeten op de grond houden." VAN HAUWERMEIREN. "Naar de piek gaan is een zaak, er blijven een andere. We bestuderen intensief de bedrijven waar het is misgegaan om te begrijpen waar het fout liep. Neem Alexion. Zij waren commercieel gezien waanzinnig succesvol, maar vergaten hun R&D-pijplijn te bouwen. Een belangrijke les. Je moet voorbij je huidige succesmolecule durven te kijken en al bouwen aan de volgende. Dat doen we dus. Nederigheid staat in onze culturele waarden. Het is niet omdat je succesvol bent geweest dat je het zal zijn in de toekomst. In die valkuil moet je niet trappen." VAN HAUWERMEIREN. "Het is nonsens om te denken dat dat een probleem zou zijn. Ik ben dit jaar vijf maanden op de baan geweest. Het enige dat ik heb gedaan, is inbellen op de wekelijkse managementmeeting, en dan nog als toeschouwer en niet als leider van de meeting. Dat is goed gelukt. Het bedrijf is niet vertraagd en draait in grote mate op zichzelf. We hebben een heel sterk team." VAN HAUWERMEIREN. "Nee. Ik denk dat je als CEO verstandig genoeg moet zijn om jezelf aan de zijlijn te zetten, te elimineren, zodra je de beperkende of vertragende factor wordt in je bedrijf. Er zijn heel wat CEO's die te lang aanblijven. Maar ik weet zelf niet hoe het volgende hoofdstuk er zal uitzien. Ik ga het ontdekken." VAN HAUWERMEIREN. "De impact van een CEO is klein. Het is natuurlijk aantrekkelijk en aanlokkelijk om de CEO op een piëdestal te zetten. Maar ik heb altijd een heel breed team gehad, vergeleken met andere biotechbedrijven. Dit doe je niet alleen." VAN HAUWERMEIREN. "Ik heb met mijn gezin zes maanden in Boston gewoond. De dirigent van de Boston Philharmonic, Benjamin Zander, zei ooit dat hij zich op zijn 45ste plots realiseerde dat, hoeveel hij zijn armen ook bewoog, hij geen muziek maakte. Ik vond dat een heel mooie analogie met mijn wereld. Je kan plannen maken en een visie uitspreken, maar je mensen moeten wel meewillen. Zij maken de muziek, niet ik." VAN HAUWERMEIREN. "Natuurlijk. Mensen vragen altijd: is het dat wat je voor ogen had in het begin? Nee, natuurlijk niet. Het verhaal wordt altijd achteraf geschreven, zo van 'er was iemand met een grote visie', maar zo gaat het niet in het echt (lacht). We schrijven dit verhaal hoofdstuk na hoofdstuk, en we staan waar we nooit hadden gedacht dat we zouden staan." VAN HAUWERMEIREN. "Het herinnert me er gewoon aan dat de tijd beperkt is. Dit is geen plaats om zelfgenoegzaam te zijn. Haast moet er zijn. Snel kunnen beslissen, schakelen en van voet wisselen, is superbelangrijk voor een biotechbedrijf." VAN HAUWERMEIREN. "Nee. Ik ben nog altijd even ongeduldig" (lacht).