In de fabriek is het nog iets warmer dan in de vochtig hete buitenlucht. Op een 350 meter lange productielijn draaien zes ton zware aluminium rollen door een waterbad van 95 graden Celsius.
...

In de fabriek is het nog iets warmer dan in de vochtig hete buitenlucht. Op een 350 meter lange productielijn draaien zes ton zware aluminium rollen door een waterbad van 95 graden Celsius. In de reusachtige productiehallen zijn er nauwelijks werknemers, al draaien de productielijnen het etmaal rond, de hele week. Anodiseren heet het procedé. Het legt een extra beschermlaag op aluminium. Die beschermt tegen onder andere corrosie en UV-stralen, maar maakt het metaal ook harder. Coil is genoteerd op de beurs in Parijs, maar heeft een productiezetel in Landen, een uithoek van Vlaams-Brabant in het glooiende Haspengouw. Coil kwam de voorbije jaren vooral in de media met zijn stormachtige aandeelhoudersvergaderingen. Daar werd gemopperd over te riante bonussen voor het management en de raad van bestuur. De 63-jarige Canadese CEO Tim Hutton, sinds 2000 aan het roer, blijft onberoerd onder het ongenoegen van minderheidsaandeelhouders. "Wij zijn uniek in de wereld. Coil begon in 1972 aluminium te anodiseren. Tot vandaag hebben wij geen enkele concurrent die hetzelfde kan. Een Italiaans bedrijf probeerde het ooit. We hebben het in 2015 overgenomen, het was toen failliet. Wij zijn dominant, maar dat is niet gezond. We mogen niet denken dat we altijd de enige zullen blijven. Maar tot vandaag, 45 jaar na de oprichting, hebben we nooit een te duchten concurrent gehad." De aluminiummarkt heeft drie grote segmenten: auto-industrie, drankblikjes en bouw. Coil is vooral actief in de bouwmarkt (gevelbekleding), en maakt daarnaast nog wat aluminium materiaal voor binnenhuisinrichting, zoals keukenmateriaal, en voor koffers. Twee derde van zijn omzet haalt Coil uit loonwerk voor grote aluminiumgroepen, zoals Aleris (vorig jaar de grootste klant, goed voor 22% van de omzet), Constellium, Norsk Hydro en Novelis. Op verzoek van die klanten geeft het aluminium rollen een specifieke beschermlaag. Coil koopt en verkoopt die rollen niet zelf, maar laat ze leveren door de aluminiumgroepen. Dat vertekent enigszins de omzetcijfers. De tientallen bobijnen in de productiehallen in Landen tonen de omvang van dat slapende kapitaal. "Dat loonwerk blijft een heel interessante activiteit", zegt Tim Hutton. "We moeten geen eigen voorraad aanleggen, geen zware verkoopinspanningen doen. Het levert heel mooie marges op." Coil is wel afhankelijk van de volatiliteit van de aluminiumprijs: als die stijgt, daalt de activiteit, want klanten wachten dan met hun bestellingen. De hoge volatiliteit was vorig jaar mee verantwoordelijk voor een omzetdaling met een tiende. Coil levert aan de Europese fabrieken van de grote aluminiumgroepen, waardoor Europa 90 procent van de omzet uitmaakt. En ook Coil merkt de Europese breuklijn: de economie draait goed vanaf Duitsland en hoger naar het noorden, maar slabakt in het zuiden. Spanje toont beterschap, maar Italië blijft slabakken sinds de eurocrisis van 2008. "Italië was traditioneel een belangrijke aluminiummarkt, door zijn lange kustlijnen. Aan de kust wordt veel aluminium gebruikt voor zijn roestwerende kwaliteiten. Maar onze grootste markt is Duitsland. Daar is de conjunctuur goed. Maar er is nog helemaal geen sprake van oververhitting. De Duitse industrie is ongelooflijk robuust, ondanks de hoge loonkosten. Ook elders in Europa zie ik helemaal geen oververhitting. Integendeel: we geraken eindelijk langzaam uit het slop. De economie in Europa trekt weer aan. Het herstel is bezig, na een lange periode van recessie." Toch zit de groei voor Coil niet in Europa. Tim Hutton, die in Thailand woont, mikt vooral op Azië. Het continent betekende vorig jaar 2,5 miljoen euro omzet, of iets meer dan 8 procent van het geconsolideerde cijfer. "In China haalden we in 2016 onze eerste grote order binnen. Daar worden gigantische gebouwen neergezet. Het potentieel is dus enorm. We staan er pas aan het begin van onze groei. Maar als je in Azië actief wil worden, moet je een heel uitgekiende strategie hebben. Te veel westerse bedrijven zijn er op hun bek gegaan. Ze moesten hun gloednieuwe fabrieken sluiten, of zagen hun technologische kennis gestolen worden door lokale zakenpartners." Coil heeft zijn Azië-strategie klaar. En die is anders dan voor de Europese markt. Coil doet er geen loonwerk voor aluminiumgroepen, maar werkt rechtstreeks voor architecten of bouwheren. Wat maakt dat de aluminiumgroepen plots leverancier worden voor Coil. "Dat is soms delicaat. Maar anderzijds leveren we hun extra omzet", blijft Tim Hutton voorzichtig. "En als de Aziatische markt blijft groeien, zullen we ginds ook een fabriek bouwen. De levertermijnen kunnen tot vier maanden oplopen. Dat is geen leefbaar zakenmodel voor de lange termijn." Coil heeft twee fabrieken, in Landen en in het Oost-Duitse Bernburg. Een investeringsprogramma van 29 miljoen euro werd vorig jaar afgerond. "Toen we tien jaar geleden de investering in Duitsland aankondigden, veroorzaakte dat onrust bij de mensen in Landen. Maar we zijn in beide vestigingen blijven investeren. Elke fabriek heeft een specifieke opdracht. Duitsland heeft twee heel grote productielijnen, met specialisatie in de architectuurmarkt. Het is onze belangrijkste fabriek voor de export. Landen heeft kleinere productielijnen. Dat maakt de fabriek flexibeler. Landen is ook de specialist voor dunne metalen. Kennis en onderzoek & ontwikkeling zijn altijd hier geweest. Dat maakt van Landen het kloppend hart van de onderneming. De Duitsers hebben dan weer een werkethos waar de hele wereld naar opkijkt. De fabriek in Bernburg is zeer strak productiegericht, en doet dat uitstekend. In creativiteit, productontwikkeling en problemen oplossen is Landen dan weer beter. Dat maakt de twee vestigingen complementair." Toch houdt de CEO een stok achter de deur. "Dé grote uitdaging voor Europa wordt de concurrentie met Azië. Die zal de komende jaren nog verscherpen. Azië zal het Europese sociaaleconomische model niet overnemen. China wil hele industriële sectoren domineren. Dat geldt ook voor Taiwan, Korea, Thailand en Maleisië. Allemaal groeilanden met een solide industriële basis. Met loonlasten die soms amper een kwart van de Europese bedragen."