Thierry Bolloré heeft geen superego. Dat is een eerste opvallend verschil met Carlos Ghosn. De Braziliaans-Frans-Libanese topman van Renault viel vorige week van zijn voetstuk. Hij belandde in een Japanse cel, na beschuldigingen over fiscale fraude bij de Japanse autoproducent Nissan, dat een alliantie heeft met de Franse autogroep.
...

Thierry Bolloré heeft geen superego. Dat is een eerste opvallend verschil met Carlos Ghosn. De Braziliaans-Frans-Libanese topman van Renault viel vorige week van zijn voetstuk. Hij belandde in een Japanse cel, na beschuldigingen over fiscale fraude bij de Japanse autoproducent Nissan, dat een alliantie heeft met de Franse autogroep.In allerijl moest de Franse autogroep op zoek naar een opvolger. De keuze voor Bolloré lag voor de hand. In februari was hij al aangesteld tot COO en als vermoedelijk opvolger van Ghosn. Die koos zijn kroonprins na veel wikken en wegen, in een zoektocht van ruim een jaar. Dat gebeurde vooral onder druk van de hoofdaandeelhouder, de Franse overheid. Die bezit 15 procent van de aandelen van de autogroep en wilde dat de 64-jarige Ghosn aan zijn opvolging zou sleutelen. De COO zou worden klaargestoomd om in 2022 de fakkel over te nemen.De Japanse fiscus besliste er anders over. De eerste reacties op de promotie van Bolloré - hij wordt voorlopig CEO ad interim - zijn positief. De verre neef van de Franse zakenman en miljardair Vincent Bolloré heeft een uitstekende staat van dienst in de autowereld. Na zijn studie management startte de Bretoen bij de bandenproducent Michelin. Daar bleef hij vijftien jaar en deed hij onder meer ruime ervaring in Azië op. Ook Ghosn werkte achttien jaar voor Michelin.In 2005 ging Bolloré naar Faurecia, een toeleveraar aan de auto-industrie en een dochter van de groep PSA Peugeot Citroën. Ook voor dat bedrijf was hij onder meer actief in Azië. In zijn laatste functie stond hij bijna aan de top, als hoofd van de productie, kwaliteitszorg en aankoop.Bolloré werd in de herfst van 2012 weggekaapt door Renault. Daarvoor was Carlos Tavares verantwoordelijk, toen de gedoodverfde opvolger van Ghosn, maar vandaag de CEO van PSA Peugeot Citroën. Tavares haalde een nieuwe garde van talentvolle managers binnen, die het ingedommelde Renault wakker moesten schudden. Vijf jaar droeg Bolloré de titel van directeur délégué à la compétitivité. Hij moest de concurrentiekracht van de fabrieken opkrikken en de winstmarges verhogen. Wat ook lukte, vooral door steeds inniger samen te werken met de Japanse autoproducent Nissan, waarin Renault een belang van 43 procent heeft. Bolloré was de gangmaker achter het gemeenschappelijke productieplatform van Nissan en Renault. Wereldwijd ontwikkelen en bouwen beide groepen elkaars modellen in elkaars fabrieken. Ook de aankoop van onderdelen gebeurt gezamenlijk. Het leidt tot aanzienlijke besparingen. Vorig jaar leverde dat een synergie van 5,6 miljard euro op.Anders dan Ghosn haalt Bolloré die resultaten op een discrete manier. Ghosn wordt omschreven als koud, afstandelijk, behoorlijk eigengereid. Bolloré blijft tot vandaag een onbekende voor het grote publiek. Hij heet hartelijk, warm, vlot toegankelijk te zijn, een harde werker, en een rechtlijnige maar minzame man. Ook bij de vakbonden is er lof voor de evenwichtige, beheerste en analytische Bolloré. Kritiek is bij hem welkom. Critici noemen Bolloré daarom zelfs té verzoenend. Hij twijfelt te lang vooraleer hij beslist en laat op die manier kansen liggen.Bolloré is zelfs geen autofreak. Toch kreeg hij respect in het design- en onderzoeks- en ontwikkelingscentrum van Renault in Parijs, met zijn 10.000 medewerkers. Bolloré is dan misschien geen ingenieur, maar met zijn brede technische kennis bracht hij wél orde en organisatie in de Renault-fabrieken. De niet-techneut Bolloré deed de techneuten samenwerken en resultaten halen.Ook zijn ervaring in Azië moet nu wonderen verrichten om de banden met Nissan aan te halen. Het ongenoegen bij Nissan borrelde al langer. De Japanners halen de betere resultaten, maar de Fransen spelen er de baas. Nissan is cruciaal voor de rendabiliteit van het Franse autoconcern. Kan de minzame Bolloré de situatie rechttrekken? Of spat de alliantie uiteen door zijn - volgens critici - te weifelende houding?