In mijn kmo hebben mensen sinds de coronalockdown thuis gewerkt. Ik vond dat niet de meest aangename manier van samenwerken. Het werk werd wel gedaan, maar de ziel ontbrak. Het sociale contact was grotendeels weg.

In 2019 schreef ik net voor de verkiezingen een resolutie voor het Vlaams Parlement over telewerken. De voordelen zijn legio. Er is minder verkeer, wat het milieu maar ook het welzijn ten goede komt. Er is minder ergernis en stress. Uit de enquête Kerncijfers Telewerk in België van de federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer bleek dat telewerken ook voor bedrijven voordelen heeft. Er zouden een groter engagement en minder verzuim zijn. Door het wegvallen van het pendelen naar het werk kan de werknemer meer tijd en focus steken in het werk. Maar dat was 2018.

Telewerken heeft maatschappelijke voordelen. Er is de impact op het verkeer: alle telewerkers samen vermijden dagelijks 9 miljoen afgelegde kilometers. Dat is al snel 7 procent van het woon-werkverkeer. Als het potentieel voor telewerken volledig bereikt wordt, kan de vermindering tot 16,5 procent gaan. Dat betekent maar liefst 25 miljoen kilometer minder verplaatsingen met de auto. Er is ook een impact op het milieu. De verhoging van het aantal telewerkers heeft een grote invloed op de CO2-uitstoot in Vlaanderen. Met een verdubbeling van het aantal telewerkers besparen we tot wel 1,2 miljoen liter brandstof en 2500 ton CO2. Nochtans bleek in 2019 dat we in thuiswerk achteroplopen op onze buurlanden. Niet meer dan één op de zes loontrekkenden doet het, en gemiddeld maar één dag per week. Statbel berekende dat ongeveer 650.000 Belgen al eens telewerk hebben gedaan. Dat was 2019.

Telewerk heeft een keerzijde.

En toen kwam corona en werd massaal ingezet op telewerken. Het was geen optie meer, het was een must. Dat was te merken aan het verkeer, in de supermarkt en wellicht zal het op termijn voelbaar zijn op de professionele vastgoedmarkt. Verschillende grote bedrijven overwegen minder verdiepingen te huren, omdat een groot deel leegstaat. Corona en thuiswerk hebben ons doen nadenken over de vraag waarom we van onze medewerkers vragen dat ze elke dag naar Brussel komen.

Maar gaandeweg werd duidelijk dat die medaille ook een keerzijde heeft, die te maken heeft met het welzijn van onze medewerkers. Niemand betwist dat het stressniveau daalt en dat er tijdswinst is, omdat het woon-werkverkeer wegvalt. Maar ook de sociale contacten zijn weggevallen. Er zijn geen kleine sociale interacties meer aan de koffiemachine, er is geen smalltalk meer na een vergadering. Wie nieuw begint op een bedrijf, start thuis en kan minder snel de bedrijfscultuur opnemen.

Ik hoorde onlangs het verhaal van iemand die het na zes maanden telewerken had gehad. Haar productiviteit was enorm gestegen. Ze werkte onophoudelijk, want er waren geen minipauzes meer, er waren geen collega's meer, er was niets meer dan werk, en dat was niet genoeg. Ze heeft het voor bekeken gehouden, niet omdat ze niet wilde werken, maar de geest was uit de fles. Werknemers moet je gemotiveerd houden, of je verliest ze, ook als ze telewerken. De contacten met de collega's zijn vaak een drijfveer om goedgezind naar het werk te vertrekken. Voor sommige werknemers zijn de gesprekken met de collega's de enige sociale contacten die ze hebben. Als die wegvallen, vermindert ook hun verbondenheid en hun loyauteit met het bedrijf. Dat is een valkuil voor vele ondernemingen.

De uitdaging zal dus zijn de werknemers gemotiveerd te houden, de bedrijfscultuur en de verbondenheid in stand te houden door een gezonde mix van telewerk en aanwezigheid op het kantoor. Bedrijven die zich niet voorbereiden op de collateral damage van het telewerken, zullen een aderlating in hun personeelsbestand ondergaan.

In mijn kmo hebben mensen sinds de coronalockdown thuis gewerkt. Ik vond dat niet de meest aangename manier van samenwerken. Het werk werd wel gedaan, maar de ziel ontbrak. Het sociale contact was grotendeels weg. In 2019 schreef ik net voor de verkiezingen een resolutie voor het Vlaams Parlement over telewerken. De voordelen zijn legio. Er is minder verkeer, wat het milieu maar ook het welzijn ten goede komt. Er is minder ergernis en stress. Uit de enquête Kerncijfers Telewerk in België van de federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer bleek dat telewerken ook voor bedrijven voordelen heeft. Er zouden een groter engagement en minder verzuim zijn. Door het wegvallen van het pendelen naar het werk kan de werknemer meer tijd en focus steken in het werk. Maar dat was 2018. Telewerken heeft maatschappelijke voordelen. Er is de impact op het verkeer: alle telewerkers samen vermijden dagelijks 9 miljoen afgelegde kilometers. Dat is al snel 7 procent van het woon-werkverkeer. Als het potentieel voor telewerken volledig bereikt wordt, kan de vermindering tot 16,5 procent gaan. Dat betekent maar liefst 25 miljoen kilometer minder verplaatsingen met de auto. Er is ook een impact op het milieu. De verhoging van het aantal telewerkers heeft een grote invloed op de CO2-uitstoot in Vlaanderen. Met een verdubbeling van het aantal telewerkers besparen we tot wel 1,2 miljoen liter brandstof en 2500 ton CO2. Nochtans bleek in 2019 dat we in thuiswerk achteroplopen op onze buurlanden. Niet meer dan één op de zes loontrekkenden doet het, en gemiddeld maar één dag per week. Statbel berekende dat ongeveer 650.000 Belgen al eens telewerk hebben gedaan. Dat was 2019. En toen kwam corona en werd massaal ingezet op telewerken. Het was geen optie meer, het was een must. Dat was te merken aan het verkeer, in de supermarkt en wellicht zal het op termijn voelbaar zijn op de professionele vastgoedmarkt. Verschillende grote bedrijven overwegen minder verdiepingen te huren, omdat een groot deel leegstaat. Corona en thuiswerk hebben ons doen nadenken over de vraag waarom we van onze medewerkers vragen dat ze elke dag naar Brussel komen. Maar gaandeweg werd duidelijk dat die medaille ook een keerzijde heeft, die te maken heeft met het welzijn van onze medewerkers. Niemand betwist dat het stressniveau daalt en dat er tijdswinst is, omdat het woon-werkverkeer wegvalt. Maar ook de sociale contacten zijn weggevallen. Er zijn geen kleine sociale interacties meer aan de koffiemachine, er is geen smalltalk meer na een vergadering. Wie nieuw begint op een bedrijf, start thuis en kan minder snel de bedrijfscultuur opnemen. Ik hoorde onlangs het verhaal van iemand die het na zes maanden telewerken had gehad. Haar productiviteit was enorm gestegen. Ze werkte onophoudelijk, want er waren geen minipauzes meer, er waren geen collega's meer, er was niets meer dan werk, en dat was niet genoeg. Ze heeft het voor bekeken gehouden, niet omdat ze niet wilde werken, maar de geest was uit de fles. Werknemers moet je gemotiveerd houden, of je verliest ze, ook als ze telewerken. De contacten met de collega's zijn vaak een drijfveer om goedgezind naar het werk te vertrekken. Voor sommige werknemers zijn de gesprekken met de collega's de enige sociale contacten die ze hebben. Als die wegvallen, vermindert ook hun verbondenheid en hun loyauteit met het bedrijf. Dat is een valkuil voor vele ondernemingen. De uitdaging zal dus zijn de werknemers gemotiveerd te houden, de bedrijfscultuur en de verbondenheid in stand te houden door een gezonde mix van telewerk en aanwezigheid op het kantoor. Bedrijven die zich niet voorbereiden op de collateral damage van het telewerken, zullen een aderlating in hun personeelsbestand ondergaan.