Staatssecretaris voor Gelijke Kansen en Diversiteit Sarah Schlitz (Ecolo) pleit voor meer vervrouwelijking in het bedrijfsleven. Dat debat woedt al sinds jaar en dag. Ik betrap me er zelf constant op dat ik op twee gedachten hink als het gaat over een verplichting om meer vrouwen op te nemen in de raad van bestuur van beursgenoteerde bedrijven. De medaille van dat nobele streven heeft een keerzijde.

Studies tonen vooral aan dat diversiteit het bedrijfsleven ten goede komt. De tijd van het old boys network mag stilaan voorbij zijn. Als bedrijfsleider, en zo goed als enige vrouw in een sector van productiebedrijven, was mijn passage in het Vlaams Parlement een verademing. Het was voelbaar dat de helft van het parlement uit vrouwen bestond: er hing een andere energie. Als vrouw was het niet nodig onnatuurlijk gedrag te vertonen. In het bedrijfsleven kost mij dat soms bakken energie, want in een mannenwereld moet je respect afdwingen.

Er is echter een keerzijde, die ik amper hoor in het maatschappelijk debat en waarover een taboe lijkt te hangen. In mijn netwerk heb ik veel vrouwen met ambitie, in hoge posities. Ze hebben het waargemaakt, ze krijgen applaus. Terecht. Maar er wordt zelden gepraat over hun thuissituatie. Die ambitieuze, intelligente dames met bakken talent hebben dikwijls thuis nog een gevecht te voeren, een competitie tussen genders. Ik hoor verhalen van afgunst, van vernederingen die ze moesten ondergaan. Niet elke man heeft graag een ambitieuze partner, dus ontstaat er een strijd. Waarom lezen we daar nooit iets over? De vrouwen die blijven vechten, zijn de hedendaagse suffragettes. Ze banen de weg voor de rest van hun gendergenotes, tegen een hoge prijs. Te hoog? Misschien wel. Moet het dan allemaal wel, durf ik me dan af te vragen. Het antwoord is na veel wikken en wegen: ja.

Stimuleer vrouwen om ambitieus te zijn.

Laat ons even naar het buitenland kijken. Net voor de corona-uitbraak ging ik in Polen spreken op een diversiteitsdebat. Daar staan de vrouwen nog mijlenver van de positie die we in België mogen ervaren. Wij kennen de werkloosheidsval, de Poolse vrouwen lopen in de kinderbijslagval. Velen blijven thuis omwille van de hoge kinderbijslag.

Het gevolg is dat het voor vrouwen amper nog mogelijk is om terug te keren naar hun professionele netwerk. Ik hoorde getuigenissen van vrouwelijke professoren die hebben moeten vechten om hun leerstoel te behouden. In de Poolse politiek zwaaien de mannen de plak, met een bijzonder zwaar overwicht. Zij hebben er geen belang bij dat de wetgeving wijzigt. Straffer nog: Polen besliste in juli 2020 om zich terug te trekken uit het verdrag van Istanboel uit 2011, dat geweld tegen vrouwen afkeurt. De bevoegde minister was, u raadt het al, een man: Zbigniew Ziobro. Hij noemde het verdrag schadelijk voor het gezinsleven en respectloos voor de katholieke kerk. Dat soort beslissingen is het gevolg van een genderoverwicht en toont meer dan ooit het belang van diversiteit aan.

De situatie in Polen haalde me even uit de vanzelfsprekendheid die we in België kennen. Het streven naar genderdiversiteit heeft wel degelijk belang. Maar als ondernemer is het moeilijk vast te stellen dat de overheid zich mengt in het reilen en zeilen van een bedrijf. Gebeurt dat al niet genoeg? Verplichten blijft moeilijk: wij ondernemers kiezen voor talenten, niet voor genders. Ik stel vast dat de genderverdeling in mijn bedrijf steeds rond de 50 procent draait. Ik heb er aandacht voor en toch kies ik voor de juiste talenten.

Ik ben er daarom eerder voorstander van om vrouwen te stimuleren ambitieus te zijn, om rolmodellen naar voren te brengen en hun stem luider te laten klinken. Ik ben er voorstander van om de bedrijven in hun vrijheid te laten, maar misschien kan de overheid hen ook belonen als ze de kaart van genderdiversiteit trekken.

Staatssecretaris voor Gelijke Kansen en Diversiteit Sarah Schlitz (Ecolo) pleit voor meer vervrouwelijking in het bedrijfsleven. Dat debat woedt al sinds jaar en dag. Ik betrap me er zelf constant op dat ik op twee gedachten hink als het gaat over een verplichting om meer vrouwen op te nemen in de raad van bestuur van beursgenoteerde bedrijven. De medaille van dat nobele streven heeft een keerzijde. Studies tonen vooral aan dat diversiteit het bedrijfsleven ten goede komt. De tijd van het old boys network mag stilaan voorbij zijn. Als bedrijfsleider, en zo goed als enige vrouw in een sector van productiebedrijven, was mijn passage in het Vlaams Parlement een verademing. Het was voelbaar dat de helft van het parlement uit vrouwen bestond: er hing een andere energie. Als vrouw was het niet nodig onnatuurlijk gedrag te vertonen. In het bedrijfsleven kost mij dat soms bakken energie, want in een mannenwereld moet je respect afdwingen. Er is echter een keerzijde, die ik amper hoor in het maatschappelijk debat en waarover een taboe lijkt te hangen. In mijn netwerk heb ik veel vrouwen met ambitie, in hoge posities. Ze hebben het waargemaakt, ze krijgen applaus. Terecht. Maar er wordt zelden gepraat over hun thuissituatie. Die ambitieuze, intelligente dames met bakken talent hebben dikwijls thuis nog een gevecht te voeren, een competitie tussen genders. Ik hoor verhalen van afgunst, van vernederingen die ze moesten ondergaan. Niet elke man heeft graag een ambitieuze partner, dus ontstaat er een strijd. Waarom lezen we daar nooit iets over? De vrouwen die blijven vechten, zijn de hedendaagse suffragettes. Ze banen de weg voor de rest van hun gendergenotes, tegen een hoge prijs. Te hoog? Misschien wel. Moet het dan allemaal wel, durf ik me dan af te vragen. Het antwoord is na veel wikken en wegen: ja. Laat ons even naar het buitenland kijken. Net voor de corona-uitbraak ging ik in Polen spreken op een diversiteitsdebat. Daar staan de vrouwen nog mijlenver van de positie die we in België mogen ervaren. Wij kennen de werkloosheidsval, de Poolse vrouwen lopen in de kinderbijslagval. Velen blijven thuis omwille van de hoge kinderbijslag. Het gevolg is dat het voor vrouwen amper nog mogelijk is om terug te keren naar hun professionele netwerk. Ik hoorde getuigenissen van vrouwelijke professoren die hebben moeten vechten om hun leerstoel te behouden. In de Poolse politiek zwaaien de mannen de plak, met een bijzonder zwaar overwicht. Zij hebben er geen belang bij dat de wetgeving wijzigt. Straffer nog: Polen besliste in juli 2020 om zich terug te trekken uit het verdrag van Istanboel uit 2011, dat geweld tegen vrouwen afkeurt. De bevoegde minister was, u raadt het al, een man: Zbigniew Ziobro. Hij noemde het verdrag schadelijk voor het gezinsleven en respectloos voor de katholieke kerk. Dat soort beslissingen is het gevolg van een genderoverwicht en toont meer dan ooit het belang van diversiteit aan. De situatie in Polen haalde me even uit de vanzelfsprekendheid die we in België kennen. Het streven naar genderdiversiteit heeft wel degelijk belang. Maar als ondernemer is het moeilijk vast te stellen dat de overheid zich mengt in het reilen en zeilen van een bedrijf. Gebeurt dat al niet genoeg? Verplichten blijft moeilijk: wij ondernemers kiezen voor talenten, niet voor genders. Ik stel vast dat de genderverdeling in mijn bedrijf steeds rond de 50 procent draait. Ik heb er aandacht voor en toch kies ik voor de juiste talenten. Ik ben er daarom eerder voorstander van om vrouwen te stimuleren ambitieus te zijn, om rolmodellen naar voren te brengen en hun stem luider te laten klinken. Ik ben er voorstander van om de bedrijven in hun vrijheid te laten, maar misschien kan de overheid hen ook belonen als ze de kaart van genderdiversiteit trekken.