Steven Latré is nog altijd maar een late dertiger, maar kan al op een mooie carrière terugblikken. Op jonge leeftijd leidde hij al een groep van een honderdtal onderzoekers aan de Universiteit Antwerpen. IDLab Antwerpen doet onder meer onderzoek naar artificiële intelligentie. Sinds enkele maanden heeft Latré een nieuwe functie, fellow AI bij imec. Het Vlaamse onderzoekscentrum is wereldvermaard om zijn expertise in nano-elektronica en maakt ook een prioriteit van artificiële intelligentie. Latré heeft een sleutelrol in het bepalen van een strategie om innovatieve toepassingen te vinden voor het Vlaamse onderzoek naar artificiële intelligentie.
...

Steven Latré is nog altijd maar een late dertiger, maar kan al op een mooie carrière terugblikken. Op jonge leeftijd leidde hij al een groep van een honderdtal onderzoekers aan de Universiteit Antwerpen. IDLab Antwerpen doet onder meer onderzoek naar artificiële intelligentie. Sinds enkele maanden heeft Latré een nieuwe functie, fellow AI bij imec. Het Vlaamse onderzoekscentrum is wereldvermaard om zijn expertise in nano-elektronica en maakt ook een prioriteit van artificiële intelligentie. Latré heeft een sleutelrol in het bepalen van een strategie om innovatieve toepassingen te vinden voor het Vlaamse onderzoek naar artificiële intelligentie. Voor hem is dat geen onbekend terrein. Ooit hield hij een experiment op Tomorrowland om de robuustheid van een telecomnetwerk te testen met tienduizenden slimme polsbandjes. Dat lag in het verlengde van zijn doctoraatsonderzoek naar het gebruik van artificiële intelligentie om telecomnetwerken beter te doen werken. Hij kreeg er een internationale onderscheiding voor. Latré loopt rond met een slimme polsband, al heeft hij ook een smartwatch. "Ik ben bezeten door sport en artificiële intelligentie", zegt hij. "Ik heb een gewone smartwatch en daarnaast een gespecialiseerde sensor die de hartslagvariabiliteit meet. Dat is een belangrijk indicatie over hoe uitgerust je bent. Op basis daarvan worden mijn wielertrainingen aangepast. In dit geval ben ik mijn eerste proefpersoon" (glimlacht). U werkte aanvankelijk vooral op telecomnetwerken. STEVEN LATRÉ. "Ik ben geen telecomingenieur, maar een informaticus. Artificiële intelligentie is altijd een passie geweest. Met mijn doctoraatsonderzoek wilde ik artificiële intelligentie gebruiken om telecomnetwerken te optimaliseren. Zo'n vijftien jaar geleden was daar nog veel scepsis over. 'Dat gaat voor geen meter werken', was de reactie tijdens een van de eerste wetenschappelijke congressen. De technologie was toen nog niet zo matuur als nu. Maar ik kon snel aantonen dat een neuraal netwerk (een subtechnologie van artificiële intelligentie, nvdr) wel degelijk kon helpen om een telecomnetwerk te optimaliseren." "Onze netwerken zijn er niet op voorzien dat we allemaal opeens beginnen te netflixen, je kunt dat ook niet van op voorhand bepalen. Je hebt software nodig die gebruikspatronen herkent, die voorspellingen kan maken. Dan kom je uit bij artificiële intelligentie. Dat was een eerste concrete toepassing van mijn onderzoek en nu probeer ik in een veel ruimer gebied nieuwe toepassingen te vinden. Ik ben nu meer gefocust op onderzoek, maar lesgeven is ook een van mijn passies. Ik houd eraan vast nog altijd één vak over artificiële intelligentie te geven aan de Universiteit Antwerpen." U leidt nu een grotere groep onderzoekers. LATRÉ. "Dat moet ik nuanceren. Ik ben verantwoordelijk voor artificiële intelligentie bij imec. In totaal zijn er bij imec vijf- à zeshonderd onderzoekers die ofwel op de een of andere manier aan artificiële intelligentie werken, ofwel gelieerd zijn aan ons. Die vallen gelukkig niet voortdurend onder mijn verantwoordelijkheid. Ik ben vooral bezig met de overkoepelende strategie: definiëren waar imec het verschil kan maken. Imec is een onderzoekscentrum met een eigen centrale staf. Daarnaast zijn veel onderzoeksgroepen aan de Vlaamse universiteiten verbonden aan imec. Die doen vaak het echt fundamentele onderzoek, dat leidt tot veel en heel diverse ideeën. Imec vertaalt dat naar meer toegepast onderzoek, vanuit een centrale strategie. Ik zie de universitaire onderzoeksgroepen en de centrale staf als één familie." Hebt u niet de vrijheid opgegeven van een voltijdse professor die voluit zijn ding kan doen? LATRÉ. "Enkele jaren geleden waren we met een team universitaire onderzoekers de enige Europese finalist van een grote innovatiewedstrijd van DARPA (de onderzoeks- en ontwikkelingstak van het Amerikaanse leger, nvdr). We hadden al onze individuele projecten even aan de kant geschoven en samen naar één doel gewerkt, met een heel mooi resultaat. Dat heeft me gesterkt in mijn overtuiging dat je een combinatie nodig hebt van al die individuele interesses en wat je systeemdenken kunt noemen, de grote lijnen en doelen duidelijk definiëren. Ik ben er ook rotsvast van overtuigd dat imec een van de beste organisaties is om aan innovatie te doen. En in mijn huidige rol kan ik veel impact hebben. Ik heb niet lang getwijfeld." Veel beloftevolle Belgische onderzoekers trekken naar de Verenigde Staten omdat ze daar op een hoger niveau kunnen meespelen. LATRÉ. "Je kunt vanuit België ook meespelen in die 'academische Champions League', al moet je goed de juiste niche definiëren. Als we enkel op software mikken of alles willen doen, kunnen we niet mee met de topuniversiteiten of topbedrijven zoals Deepmind. Zij beschikken over veel meer onderzoekers. Maar in de link met hardware kunnen we vanuit imec of de Vlaamse universiteiten concurreren met de beste ter wereld. Dat is een cruciale niche. Toepassingen met artificiële intelligentie hebben steeds meer gespecialiseerde sensoren en andere hardware nodig. "De almaar geavanceerdere toepassingen van artificiële intelligentie worden economisch en ecologisch onhoudbaar. De tweede versie van DALL-E (software die een afbeelding bij een bijschrift kan verzinnen, nvdr) heeft bijvoorbeeld exponentieel veel meer rekenkracht nodig dan de eerste. Bij imec zetten we in op de energie-efficiëntie van onze hardware. Die expertise wordt steeds belangrijker om de duurzaamheid van de technologie te verbeteren. Daarnaast is er de ethische kant van artificiële intelligentie. Europa zal daar een voorloper in zijn, zoals het is in privacy. Na GDPR (de Europese privacyregels, nvdr) heeft Europa nu ook een AI Act. Het stemt mij zeer hoopvol dat die er zo snel gekomen is, nog vooraleer we de zwaarste impact van de technologie beginnen te voelen." Veel mensen vrezen dat de robots ons zullen overheersen. LATRÉ. "We moeten echt niet bang zijn dat onze robotgrasmaaier een bewustzijn krijgt en ons straks het huis uitjaagt. Artificiële intelligentie is op dit moment niet meer dan een geavanceerde patronenherkenner. Het heeft iets magisch dat software een afbeelding kan genereren van pakweg teddyberen die aan het programmeren zijn op de maan. Het ís ook iets om enthousiast van te worden, software die drie patronen kan selecteren en combineren. Tegelijk kan diezelfde technologie een kat en een brood soms niet uit elkaar houden. Het antwoord op de vraag of computers ooit een bewustzijn zullen hebben, is nog altijd even speculatief als dat op de vraag of de mens naar Venus zal kunnen reizen. We kunnen het niet uitsluiten, maar er zijn nog veel technologische doorbraken nodig." Onlangs werd een medewerker van Google ontslagen omdat hij had uitgebracht dat een taalrobot van Google tekenen van bewustzijn zou vertonen. LATRÉ. "Het probleem is dat al die ontwerpers van taalrobots aan hun software vragen blijven stellen over bewustzijn of intelligentie. Hun software wordt getraind met zulke data, het is dan niet abnormaal dat die er eens in slaagt een zinnig antwoord te geven. Dat is gewoon weer de juiste patronen detecteren. Artificiële intelligentie als een wezen dat de wereld kan overheersen, is op dit moment niks meer dan sciencefiction. "Ik lig veel meer wakker van de enorme hoeveelheden data die we verzamelen voor toepassingen met artificiële intelligentie, en het potentiële misbruik daarvan. Een doorsneemens komt dagelijks al een paar honderd keer in contact met zulke toepassingen, en dat zal enkel maar toenemen en een enorme maatschappelijke impact hebben. " Westerse bedrijven verdienen een fortuin aan software die getraind wordt op basis van data die voor een habbekrats opgekuist worden door mensen in arme landen. Ligt u wakker van die ongelijkheid? LATRÉ. "Het hoeft zeker niet altijd zo te werken. Voor toepassingen rond slimme steden of gezondheidszorg wil je strenge kwaliteitsgaranties. Dan kun je niet op zo'n werkwijze vertrouwen. De ongelijke verdeling en andere uitwassen zijn terechte punten van kritiek. Maar het uitbesteden van die zogenoemde labeling geeft mensen uit arme landen ook toegang tot een nieuwe economie. Het enige wat ze er voor nodig hebben, is een smartphone of een eenvoudige computer. Het is geen zwart-witverhaal." Waarom bent u informaticus geworden? LATRÉ. "Als tiener bouwde ik websites voor muziekbands en ik wilde dat de rest van mijn leven doen. Ik dacht dat ik in mijn opleiding informatica daar nog meer over zou leren, maar al snel werd duidelijk dat het nooit daarover zou gaan. Ik heb dus een totaal verkeerde studiekeuze gemaakt, maar ik heb het me nooit beklaagd. Er ging een andere wereld voor me open, ik zag dat ik nog veel meer innovatieve dingen kon doen. Sindsdien zit ik elke dag in een speeltuin." Hoe kijkt u naar de opkomst van slimme brillen? LATRÉ. "De eerste smart glasses konden nog niet klein genoeg gemaakt worden en hadden te zware batterijen nodig om ze lang te kunnen dragen. Ook de artificiële intelligentie erachter stond niet op punt. Ondertussen is dat sterk verbeterd. Er zijn al goede, comfortabele toepassingen. De technologie zal misschien volgend jaar nog niet doorbreken, maar is wel aan het opkomen. Het internet der dingen is er al. Het metaverse, dat de echte en de virtuele realiteit combineert, is de volgende stap." Zullen ze een even grote revolutie betekenen als de smartphone destijds? LATRÉ. "De smartphone is op dit moment nog altijd weinig meer dan een veredelde afstandbediening, waar we onnatuurlijk veel op zitten te tokkelen. Er is weinig andere interactie mee mogelijk, omdat virtuele assistenten nog niet het niveau en de snelheid van ons getokkel halen. Smart glasses zullen een veel meer intuïtieve interactie mogelijk maken. We zullen niet meer voortdurend onze smartphone hoeven bovenhalen."