In volle pandemie kwam een golf van sympathie voor de landbouw op gang. Plots besefte Vlaanderen weer hoe belangrijk voedselvoorziening uit eigen streek is. Het applaus was van korte duur. De landbouw wordt al snel weer aan de schandpaal genageld. De waterverspilling en de stikstofuitstoot zijn de belangrijkste aanklachten. "De sympathie is niet verdwenen", reageert Sonja De Becker. "Meer dan 85 procent van de Vlamingen heeft respect en waardering voor de boer en de tuinder. De mensen wandelden meer, ze zagen de boeren aan het werk op de velden. Ze trokken naar de hoevewinkels, want ze wilden niet in lange rijen aanschuiven in de supermarkten. Die trend zal niet meer verdwijnen."
...

In volle pandemie kwam een golf van sympathie voor de landbouw op gang. Plots besefte Vlaanderen weer hoe belangrijk voedselvoorziening uit eigen streek is. Het applaus was van korte duur. De landbouw wordt al snel weer aan de schandpaal genageld. De waterverspilling en de stikstofuitstoot zijn de belangrijkste aanklachten. "De sympathie is niet verdwenen", reageert Sonja De Becker. "Meer dan 85 procent van de Vlamingen heeft respect en waardering voor de boer en de tuinder. De mensen wandelden meer, ze zagen de boeren aan het werk op de velden. Ze trokken naar de hoevewinkels, want ze wilden niet in lange rijen aanschuiven in de supermarkten. Die trend zal niet meer verdwijnen." SONJA DE BECKER. "Ik heb dat gelezen en ik was daar niet zo blij mee. Droogte, klimaatverandering, extremer weer: het zijn grote uitdagingen. Onze landbouwers liggen daar wakker van. Zij verdienen hun boterham in de openlucht en ondervinden er als eersten de gevolgen van. "Uiteraard verbruiken de boeren water. Maar ze zetten ook al jaren heel sterk in op een rationeel en efficiënt gebruik. Want water kost geld. Onze boeren doseren het watergebruik voor de fruit- en groenteteelt. Alle serrebedrijven hebben grote reservoirs die het regenwater opvangen. Dat wordt gebruikt en hergebruikt in bijna gesloten circuits. Boeren werken ook met stuwtjes bij beken en grachten. Het water wordt dan bijgehouden en goed geregeld. Dat zijn niet altijd de grote, wereldschokkende, heel zichtbare innovaties. Maar ze zijn wel heel efficiënt." DE BECKER. "Die statistieken moet je met een korrel zout nemen. Vlaanderen heeft geen cijfers over het waterverbruik in de landbouw. Dat is toch heel opmerkelijk? Want onze boeren hebben vergunningen nodig om grondwater op te pompen. Op die installaties zitten tellers. Om regenwater op te vangen heb je natuurlijk geen vergunning nodig, maar voor de bouw van een reservoir wel. Dus zou de overheid ook moeten weten hoeveel kubieke meter daar wordt opgevangen." DE BECKER. "Wij zijn daar uiteraard bezorgd over. Deze zomer gaat men proefdraaien. Hopelijk trekt men daaruit lessen. Een irrigatieverbod zou catastrofaal zijn voor de groenten, het fruit, de gewassen en de sierteelt. En als onze erwten en bloemkolen kapotgaan, wordt niet alleen onze land- en tuinbouw getroffen, maar ook de verwerkingsbedrijven en de diepvriesgroente-industrie. Al die economische schade moet je mee in rekening nemen. Ik hoop in elk geval dat de maatregelen zo kort mogelijk bij het veld worden genomen. Dat mag niet van bovenaf, bij wijze van spreken vanuit Brussel, worden opgelegd." DE BECKER. "We zijn niet alleen. Er is het recente advies van de Raad van State over de industrie in de Antwerpse haven. Dat raakt alle mogelijke economische activiteiten waardoor stikstof vrijkomt. Stikstof is een ernstig en complex probleem, het zal de hele Vlaamse economie zwaar treffen. Iedereen zal inspanningen moeten doen. Maar het stikstofarrest voor de landbouw komt erop neer dat heel onze sector vandaag zo goed als volledig op slot zit. 58 procent van de stikstof die neerslaat in Vlaanderen, komt uit het buitenland. Eigenlijk moet het probleem Europees worden aangepakt." DE BECKER. "Heel veel landen worstelen daarmee. Dat zegt al iets over de haalbaarheid. Is het combineerbaar met een aantal economische activiteiten? Voor landbouw is er vandaag een stop. Dat creëert heel veel ongerustheid en rechtsonzekerheid bij onze boeren en tuinders. Die ondernemers zien het zwaard van Damocles boven hun bedrijf hangen. Je moet maar de pech hebben dat je vergunning nu afloopt. Die activiteit moet je dan stopzetten." DE BECKER. "Dat zal een hels werk zijn. De Europese regelgeving is uitermate streng. Alle verstedelijkte landen met een grote industriële activiteit en een versnipperd natuurgebied worstelen ermee. Oost-Europa is een heel ander verhaal. Weinig transport, soms heel uitgestrekte gebieden en schaars bevolkt, weinig industriële activiteit. Ik verwacht een robuust kader, maar met ontwikkelingskansen voor onze land- en tuinbouwers. Het mag geen economisch bloedbad worden." DE BECKER. "Dat erkennen wij ook. Maar de uitstoot van ammoniak door de landbouw is sinds 1990 met de helft verminderd. Een verdere inkrimping zal vooral via innovatie en technologie moeten gebeuren. De landbouwgroep Arvesta heeft onlangs een veevoeder gelanceerd, Euroclim, waarmee de methaanuitstoot met 30 procent kan worden verminderd. Technologie helpt dus, maar geef ons de tijd. Onze landbouw is nu al een sterke sector. Er wordt nergens zo efficiënt geproduceerd als in Vlaanderen. De milieu-efficiëntie behoort tot de beste ter wereld. De broeikasuitstoot voor de productie van één kilo biefstuk is in Vlaanderen de helft van die in Brazilië." DE BECKER. "Ons imago bij de bevolking is heel goed. Wat heel zwaar weegt op onze boeren en tuinders, is het negatieve beeld dat vanuit een bepaalde hoek wordt opgehangen. We liggen voortdurend onder vuur, we zijn de schuld van alles: het waterverbruik, de stikstofuitstoot, het dierenleed. Er worden heel bewust cijfers gebruikt die niet relevant zijn voor Vlaanderen. Wereldwijde cijfers moeten staven dat wij in Vlaanderen de klimaatboeman zijn. De koe is de klimaatboeman. 'Red het klimaat, eet geen vlees.' Onze veestapel moet weg. Maar dat strookt niet met de gegevens, integendeel. Als je vlees eet, eet dan Belgisch vlees. Zo doe je iets voor het klimaat. Bovendien is de veehouderij slechts verantwoordelijk voor 6 procent van de uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen. Daarmee staan we op de voorlaatste plaats, alleen de huishoudens komen nog achter ons. De hele landbouw zorgt voor 9 procent van de uitstoot in Vlaanderen. Komaan zeg, dat beeld van de klimaatboeman."Onze sector heeft de voorbije twintig jaar het meest zijn broeikasgassen verminderd van alle sectoren. Min 18 procent. De uitstoot van de transportsector is gestegen met 32 procent. Waar zit dan de klimaatuitdaging?" DE BECKER. "Maar wij komen ermee naar buiten! Ze worden alleen niet opgepikt, ze passen niet in het plaatje van de klimaatboeman. Dat is heel frustrerend. Want het gaat hier over mensen, niet over cijfers. Een landbouwer die al die kritiek leest in de krant, trekt zich dat persoonlijk aan. Dat raakt zijn menselijke waardigheid. De CEO van Shell daarentegen zal zich - met alle respect - niet persoonlijk aangevallen voelen omdat de rechtbank het klimaatbeleid van Shell heeft veroordeeld." DE BECKER. "De verdere vergroening is absoluut niet nieuw. Deze Europese begroting besteedt vooral minder geld aan landbouw dan voordien. Terwijl we tegelijk meer inspanningen moeten leveren voor het milieu, de biodiversiteit en het klimaat. Altijd maar meer voor minder, dat kan niet blijven duren. Het gemeenschappelijke landbouwbeleid is in de eerste plaats een economisch beleid. Het is na de Tweede Wereldoorlog ingevoerd opdat de boeren een fatsoenlijk inkomen zouden krijgen. En met als tweede belangrijk credo: 'Nooit meer honger voor de Europeanen.' Als er één ding strategisch is, dan is dat toch wel eten? Als mijn auto defect is, ga ik te voet naar huis. Maar als ik geen eten heb, ga ik dood. Wij hebben voortdurend lekker en gezond voedsel, met de hoogste wereldstandaarden. Dat mogen we niet uit het oog verliezen. Landbouwbeleid is dus vooral een economisch beleid, geen milieu- of biodiversiteitsbeleid. Europa blijft torenhoge ambities naar voren schuiven, maar heeft te weinig geld. De Green Deal bijvoorbeeld formuleert nog eens bijkomende doelstellingen voor de landbouw. Hoe gaan we die invullen?" DE BECKER. "Dit is een sterke sector, ondanks alle moeilijkheden, miserie en uitdagingen. We hebben alle troeven in handen. Een goed klimaat. Goede, vruchtbare grond. Een goede ligging, vlak bij de havens. We hebben goed opgeleide en heel veerkrachtige boeren tuinders en bedrijfsleiders. Zij zeggen mij altijd: 'We hebben het mooiste beroep dat er is.' Ze leven dicht bij de natuur. Ze maken iets levensnoodzakelijks. Ze zijn er trots op. Ze houden de ruimte open. Zonder boeren zou alles al volgebouwd zijn. Uit studies blijkt ook dat de overgrote meerderheid van onze boeren tevreden is." En toch oververmoeidheid, prikkelbaarheid, frustratie, somberheid en angstgevoelens? DE BECKER. "Dat zijn alarmsignalen. De stress neemt toe. Het mentale welzijn komt onder druk. Onze mensen werken geïsoleerd in hun bedrijf. Het zijn vaak familiebedrijven, waar verschillende generaties samenwerken. Er is de hoge werkdruk. Onze mensen werken gemiddeld 66 uur per week en nemen in een jaar acht dagen vakantie. Ook externe factoren spelen mee. De onzekerheid van het klimaat. Gaat een oogst al dan niet lukken? Crisissen en plagen, zoals een veeziekte. De financiële onzekerheid, met een structureel te lage prijsvorming. De zwakke positie van de boer in de keten. Europa heeft 10 miljoen boeren, met tegenover hen enkele inkoopcentrales van de grote winkelketens. Die bedienen 500 miljoen consumenten en concurreren met elkaar op de prijs. De zwakste schakel is de boer, die 'de laagste prijs' zelf niet meer kan doorrekenen."En uiteraard is er dat gebrek aan waardering en erkenning. Dat heeft allemaal gevolgen voor het mentale welzijn van onze boeren. Zij leven voor hun werk, hun werk is hun leven. Ze wonen waar ze werken en ze werken waar ze wonen. Dat is heel sterk met elkaar vervlochten. Zij voelen zich echt aan de schandpaal genageld en beschuldigd. Geschoffeerd."