De garage waarin in 1939 Hewlett-Packard werd opgestart, is nu een privémuseum, een bescheiden monument voor de goedkope creativiteit en het keiharde ondernemerschap die Silicon Valley beroemd hebben gemaakt. In Sunnyvale, ten zuiden van Palo Alto, staat een heel ander soort bezienswaardigheid. In het kleine huis met twee slaapkamers is nooit iets van enig technologisch belang gebeurd. Het uitzonderlijke eraan is dat het in februari verkocht is voor 1,7 miljoen euro ofwel 22.000 euro per vierkante meter, 40 procent meer dan de vraagprijs. Het heeft twee dagen te koop gestaan.
...

De garage waarin in 1939 Hewlett-Packard werd opgestart, is nu een privémuseum, een bescheiden monument voor de goedkope creativiteit en het keiharde ondernemerschap die Silicon Valley beroemd hebben gemaakt. In Sunnyvale, ten zuiden van Palo Alto, staat een heel ander soort bezienswaardigheid. In het kleine huis met twee slaapkamers is nooit iets van enig technologisch belang gebeurd. Het uitzonderlijke eraan is dat het in februari verkocht is voor 1,7 miljoen euro ofwel 22.000 euro per vierkante meter, 40 procent meer dan de vraagprijs. Het heeft twee dagen te koop gestaan. Het record is symptomatisch voor de San Francisco Bay Area, de regio waar Silicon Valley deel van uitmaakt. Door het immense succes van de technologie-industrie zijn de kosten voor levensonderhoud er de hoogste van de Verenigde Staten. De gemiddelde prijs voor een woning is er 812.000 euro, 4,5 keer meer dan het nationale gemiddelde. Een gezin in San Francisco dat minder dan 104.000 euro verdient, behoort er tot de lage inkomens. Het gevolg is dat de regio die zo lang mensen heeft aangetrokken, ze nu begint af te stoten. Maar dat ligt niet alleen aan de levensduurte. Ook de verkeerschaos en de focus op geld baren velen zorgen. "We zien veel talent verhuizen of weigeren hierheen te komen", zegt Dan Rosensweig, het hoofd van Chegg, een bedrijf voor educatieve technologie in Santa Clara. In Silicon Valley kunnen nog steeds nieuwe ideeën tot bloei komen, maar het is niet meer de rijke voedingsbodem die het ooit geweest is. AnnaLee Saxenian, de decaan van de faculteit informatietechnologie van Berkeley, zegt dat ze haar hele loopbaan bezig is geweest "de vitaliteit van de Valley te verdedigen", maar nu denkt ze dat een belangrijk omslagpunt bereikt is. In een studie uit 1994 getiteld Regional Advantage ('regionaal voordeel') vergeleek Saxenian de cultuur van Silicon Valley met die van de rivaliserende technologiecluster bij Boston, Massachusetts, die bekend staat als Route 128. Ze betoogde dat de Valley haar concurrent eind jaren tachtig de loef kon afsteken omdat Route 128 gedomineerd werd door grote, hiërarchische bedrijven die in zichzelf gekeerd en gesloten waren. Ze stelden loyaliteit aan het bedrijf op prijs en deden er alles aan om medewerkers ervan te weerhouden naar een concurrent over te stappen of zelf een bedrijf te beginnen. In de Valley deelden bedrijven informatie veel makkelijker. Ze stonden niet negatief tegenover werknemers die voor zichzelf begonnen. Dat werd zelfs aangemoedigd. Gevestigde bedrijven steunden nieuwkomers of spin-offs. Regional Advantage is nu een klassieke studie over wat werkt en wat misloopt in innovatiebiotopen. Maar misschien is het toe aan een nieuw nawoord. Saxenian zegt dat de technologiegiganten een zelfgenoegzaamheid hebben gekregen, die indruist tegen de manier waarop de Valley vroeger functioneerde. "De problemen van Boston duiken hier op", zegt ze. Er zijn altijd grote bedrijven in de Valley geweest. Die van nu zijn groter, maar ze zijn ook in staat hun omvang anders te benutten. Een gigantisch internetbedrijf kan nu veel sneller nieuwe sectoren betreden dan een groot, gevestigd halfgeleiderbedrijf dat kon in de tijd dat de oorspronkelijke cultuur van de Valley vorm kreeg. De grote bedrijven kunnen zich even snel op een nieuwigheid storten als de start-ups. En met heel wat meer zwier. Daardoor is het voor jonge start-ups moeilijker geworden tot grote bedrijven uit te groeien. Ze worden geïmiteerd, weggeconcurreerd of overgenomen als ze nog jong zijn. Sommigen hebben het over een 'zone des doods' rond de grote bedrijven, waarin start-ups onmogelijk actief kunnen zijn. De grote bedrijven ontmoedigen ook op een andere manier. Als je vroeger voor een gevestigd bedrijf werkte, was dat veilig, maar niet erg lucratief, tenzij je een topmanager was. De echte grootverdieners waren zij die al vroeg bij een start-up begonnen waren en volgehouden hadden tot het grote succes gekomen was. Nu ligt het anders. Dankzij hun winstgevende businessmodellen, hopen cash en omhoogschietende koersen kunnen de giganten hun medewerkers royaal betalen. In 2017 keerden Alphabet, Apple en Facebook voor 14 miljard euro aan vergoedingen uit in de vorm van werknemersopties. Zelfs het middenkader wordt goed betaald: de gemiddelde vergoeding bedraagt 206.000 euro bij Facebook en rond 172.000 euro bij Alphabet. Terwijl Saxenian het spook van Route 128 ziet opdoemen, ziet de uitgever en ervaren Valley-kenner Tim O'Reilly een vage echo van Hollywood, met succesvolle ondernemers die zich gedragen als veeleisende filmsterren. Wie is afgestudeerd in artificiële intelligentie kan 4,3 tot 8,6 miljoen euro per jaar verdienen. Er wordt geklaagd dat die verwennerij funest is voor het arbeidsethos, dat medewerkers vooral oog hebben voor gratis lunches en andere voordeeltjes. Weer anderen vergelijken Silicon Valley met Wall Street, omdat hebzucht er een almaar grotere rol speelt. Die wordt niet alleen aangewakkerd door de hoge kosten van levensonderhoud in de Bay Area, maar ook door de hoeveelheid kapitaal die binnenstroomt. Zo heeft de Japanse holding SoftBank een technologiefonds van 85 miljard dollar opgericht. Dat is meer dan wat de hele Amerikaanse durfkapitaalsector vorig jaar geïnvesteerd heeft. Bedrijven zoals Airbnb en Uber, die veel kapitaal hebben opgehaald, kunnen zich handhaven in deze in het geld zwemmende wereld. Jonge start-ups lukt dat almaar minder vaak. Statistisch gezien, is het lanceren van een start-up zelden zinvol, omdat de kans op succes zo klein is. Maar toen kantoorruimte, woonruimte en toptalent nog betaalbaar waren voor beginnende bedrijven, was er een voortdurende toevloed van dromers die het wilden proberen. Door de huidige prijzen is die toevloed vertraagd. Veel start-ups in Silicon Valley lopen wel 15 procent achter op hun aanwervingsdoelstellingen voor dit jaar, zegt Volpi. Dat schaadt hun overlevingskansen. Het leven wordt bovendien niet noodzakelijk makkelijker als je je bedrijf kunt uitbreiden. Volgens het vastgoedbedrijf CBRE kost het 53,5 miljoen euro per jaar om een start-up met 500 medewerkers op 7000 vierkante meter kantoorruimte in San Francisco te laten draaien. Dat is meer dan waar ook in Amerika of Canada. Route 128 verloor de slag niet alleen door zijn cultuur, maar ook omdat het met de minicomputer een technologie najoeg waarvoor de marktbelangstelling daalde. Nu de smartphone alomtegenwoordig is en de sociale media meer dan tien jaar oud zijn, maakt de technologiesector zich zorgen over de volgende stap. Zelfs als de giganten van Silicon Valley die zien, zijn ze misschien niet het best geplaatst om er munt uit te slaan. Ook al zijn ze flexibel, ze kunnen niet alles doen. Als het allernieuwste ergens anders ontwikkeld wordt, zullen de voordelen van Silicon Valley afnemen. Neem de permanente groei van clouddiensten, een steeds lucratievere activiteit van zowel Amazon als Microsoft in Seattle. Als een van beide zijn cloudplatform even dominant kan maken als Windows dat in het pc-tijdperk is geweest, kan dat nog meer bedrijven ertoe aanzetten zich daar te vestigen. Seattle is al een bruisend technologiecentrum en de kosten zijn er bovendien veel lager dan in de Valley. Andere technologieën die macht kunnen onttrekken aan de Valley, zijn onder meer de blockchaintechnologie en de kwantumcomputer. Blockchains zijn per definitie gedecentraliseerd en de kwantumcomputer kan het zwaartepunt van de technologiesector naar China verplaatsen. Boven op de hoge kosten, de logge bedrijven, de vertragende innovatiekracht en de divacultuur komt nog een politiek probleem. Veel Amerikanen zijn bezorgd over immigratie en president Donald Trump is vastbesloten ze daarin tegemoet te komen. Meer dan de helft van de grootste Amerikaanse technologiebedrijven is opgericht door immigranten of kinderen van immigranten. Ondanks het lobbywerk van de technologiegiganten heeft de regering-Trump het aantal buitenlanders dat in aanmerking komt voor een werkvisum, aanzienlijk teruggedraaid. Bij sommige technologiebedrijven lopen de vertragingen bij de aanwerving van buitenlandse werknemers op tot achttien maanden. Buitenlandse studenten die in Amerika afstuderen, keren steeds vaker terug naar hun land. "Als je me over tien jaar vraagt waaraan Silicon Valley ten gronde gegaan is, dan zal het zijn omdat we de immigratie verpest hebben", voorspelt Randy Komisar van het durfkapitaalfonds Kleiner Perkins. Almaar meer ondernemers kiezen er dan ook voor hun bedrijf niet meer in de Valley uit te bouwen. Ze volgen andere strategieën: ze lanceren hun start-ups ergens anders, ze verhuizen hun hoofdkwartier als ze een bepaalde omvang bereikt hebben of ze houden hun hoofdkwartier in de Valley, maar bouwen hun activiteiten op een andere plaats verder uit. "Je kunt je niet voorstellen dat je nog een start-up in Silicon Valley zou beginnen. Ik in ieder geval niet", zegt Jeremy Stoppelman van de beoordelingssite Yelp. "Ik zal waarschijnlijk nooit nog een ander bedrijf in de Bay Area uitbouwen", zegt een van de oprichters van een op de beurs genoteerd internetbedrijf. Voor zijn volgende onderneming wil hij een klein team in de Bay Area aanhouden, maar het gros van zijn softwareontwikkelaars en managers zal hij aanwerven in andere steden, waar zowel de kosten voor talent als het risico dat iemand het wegkaapt, lager zijn. Een goed voorbeeld is Indinero, dat boekhoudsoftware verkoopt. Jessica Mah, de 28-jarige baas van deze start-up, is geboren en getogen in New York. Ze begon op de middelbare school met haar eerste zaak en studeerde computerwetenschappen aan Berkeley. Daarna ging ze naar Y Combinator, de vooraanstaande incubator voor start-ups in Mountain View. In 2009 begon ze met Indinero in San Francisco. Kon het nog typischer Silicon Valley? Maar tegen 2014 was Mah tot het besef gekomen dat "ik onmogelijk een winstgevend bedrijf kon opbouwen in de Bay Area. Ik moest ergens anders uitbreiden." Ze vroeg haar medewerkers te verhuizen, zowel naar andere Amerikaanse steden als naar de Filipijnen. Nu heeft het bedrijf 200 personeelsleden, van wie er maar dertig in de Bay Area wonen. Portland is het officiële hoofdkwartier. Mah denkt dat ze miljoenen dollars uitgespaard heeft door haar start-up in goedkopere steden uit te bouwen. Het is een beslissing die niet alleen kosten bespaart. Door in andere steden te rekruteren daalt de kans dat grote bedrijven of andere start-ups getalenteerd personeel wegkapen. Vooral ingenieurs zijn erg in trek. Sterker nog: een start-up kan zelf talent wegkapen door zich te vestigen in een stad met goedkopere woningen en minder drukke snelwegen. In deze spreiding van start-ups schuilt een grote ironie. De technologiesector, die bijna alle andere sectoren ontwricht heeft, begint zichzelf te ontwrichten. Dankzij de communicatietools en virtuele werkplekken waarin de Valley-bedrijven baanbrekend waren, kunnen teamleden nu productief samenwerken, ook al zijn ze verspreid over steden en tijdzones en zullen ze elkaar wellicht nooit persoonlijk ontmoeten. "Silicon Valley blijft de belangrijkste biotoop voor innovatie ter wereld, maar relatief gezien zal het aan belang inboeten", voorspelt Steve Case, de vroegere baas van America Online. Hij leidt nu het durfkapitaalfonds Revolution in Washington DC, dat druk op zoek is naar investeringen buiten de Bay Area. Volgens het onderzoeksbureau CB Insights hebben in 2013 investeerders uit Silicon Valley ongeveer de helft van hun geld in start-ups buiten de Bay Area gestoken. Tot nu is dat aandeel dit kalenderjaar gestegen tot 62 procent. Dat wordt weerspiegeld in de geografische spreiding van unicorns, bedrijven met een marktwaarde van meer dan een miljard dollar. In 2013 was 41 procent in Silicon Valley gevestigd. Nu is dat nog 16 procent, terwijl 35 procent zijn hoofdkwartier in China heeft. Zelfs de meest conservatieve durfkapitalisten bereiden een geografische diversificatie voor. Een befaamd fonds met hoofdkwartier op Sand Hill Road in Palo Alto overwoog onlangs een nieuw huurcontract voor tien jaar te tekenen voor een groter kantoorgebouw in het nabijgelegen San Francisco. Het besloot dat niet te doen. "Over tien jaar zullen we minder en niet meer tijd in deze regio doorbrengen", legt een van de partners uit. "De Valley zal meer een idee worden dan een plaats", voorspelt Glenn Kelman, de CEO van de vastgoedonderneming Redfin. "Wall Street heeft een soortgelijke metamorfose ondergaan."