Het klimaat heeft vorige week een belangrijke veldslag gewonnen in de strijd tegen Big Oil, de verzamelnaam voor de grote westerse olie- en gasbedrijven. Alleen is dat maar een eerste veldslag, die zich niet eens op het belangrijkste slagveld afspeelde. De oorlog draait ook rond ons eigen energieverbruik, de staatsoliemaatschappijen en de uitstoot door kolen.
...

Het klimaat heeft vorige week een belangrijke veldslag gewonnen in de strijd tegen Big Oil, de verzamelnaam voor de grote westerse olie- en gasbedrijven. Alleen is dat maar een eerste veldslag, die zich niet eens op het belangrijkste slagveld afspeelde. De oorlog draait ook rond ons eigen energieverbruik, de staatsoliemaatschappijen en de uitstoot door kolen. Big Oil beet op woensdag 26 mei maar liefst drie keer in het zand. De aandeelhouders van het Amerikaanse Chevron keurden een voorstel goed dat het bedrijf verplicht om de vervuiling door zijn klanten te verminderen. Bij ExxonMobil roerde het weinig bekende hedgefonds Engine No. 1 zich. Het fonds, dat amper 0,02 procent van de aandelen bezit, slaagde erin twee milieubewuste bestuurders te laten verkiezen. ExxonMobil-topman Darren Woods noemde de twee "ongekwalificeerd". De grootste klap was voor het Brits-Nederlandse Shell. Een Nederlandse rechtbank verplicht het concern om tegen 2030 zijn CO2-uitstoot met 45 procent te reduceren in vergelijking met 2019. Zelf mikte de oliereus op 20 procent. Het bedrijf kondigde in februari wel aan dat het in 2035 naar 45 procent zou gaan, en tegen 2050 of eerder naar klimaatneutraliteit. Dat vond de rechter onvoldoende. Die plaatste een nieuwe vlag in de klimaatdiscussie, door te oordelen dat een bedrijf een zelfstandige verantwoordelijkheid heeft die losstaat van wat overheden doen. Het vonnis zet de deur open voor een reeks rechtszaken tegen grote vervuilende bedrijven. Shell geldt nochtans als de meer milieuvriendelijke van de écht grote jongens. Alleen blijft dat in absolute cijfers klein bier in vergelijking met de bedragen die naar fossiele brandstoffen gaan. Volgens de Financial Times besteedde het concern tussen 2010 en 2018 slechts 1,3 procent van zijn investeringsbudget aan duurzame energie. Het geeft een indicatie van de moeilijkheden die CEO's zullen hebben om die enorme tanker van koers te doen veranderen. Toch was het belangrijkste tegenargument van Shell niet het eigen klimaatprogramma, maar de simpele redenering: als wij niet in de vraag naar fossiele brandstoffen voldoen, springen vervuilender bedrijven in dat gat. Dat argument houdt steek. De vier westerse supermajors - ExxonMobil, BP, Chevron en Shell - zijn samen goed voor 11 procent van de wereldwijde uitstoot door energie- en cementbedrijven. Dat is een flinke hap, maar het Saudi-Arabische Aramco is op zijn eentje al goed voor 4 procent. Als de supermajors geen olie oppompen, doen de Saudi's het wel. Juridische procedures in Europa hebben geen vat op hen, net zomin als op de olie- en gasbedrijven van Rusland, Iran of Venezuela, een land dat voor zijn inkomsten aan een olie-infuus hangt. De uitdaging ligt wellicht minder in het terugdringen van de productie van fossiele brandstoffen, maar in het beperken van het verbruik ervan. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De vervanging als brandstof voor transport is al een moeilijke rit, maar olie wordt ook verwerkt tot plastic zakjes, computers en allerhande machines. Pas wanneer het verbruik van fossiele producten afneemt, zal de vraag naar olie echt dalen. Ten slotte zijn olieproducten niet de grootste uitdaging. Het verbruik van olie was in 2018 verantwoordelijk voor 34,1 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, becijferde het Internationale Energieagentschap. Gas zit op 21,2 procent, maar steenkool is de koploper met 44,1 procent. Terwijl de energieproductie door kolencentrales in de ontwikkelde economieën met 15 procent is gedaald, blijft ze in minder ontwikkelde economieën stijgen. Kolen zijn intussen goed voor de helft van de energieproductie in Azië. In de strijd tegen de klimaatopwarming is de Shell-uitspraak belangrijk, maar misschien niet meer dan een eerste schermutseling.