Uit noodzaak", is het korte antwoord als ik vraag aan Rudolf Hecke waarom hij met 26 erg uiteenlopende mensen ging spreken over passie, van politicus Louis Tobback, actrice Hilde Van Mieghem, Europol-baas Cathérine De Bolle, advocaat Jef Vermassen, topchef Peter Goossens, boksster Delfine Persoon tot ondernemer Fernand Huts. "Ik wilde op tijd te weten komen: wat heb ik in dienst van mijn passie aangericht en bij wie? Daarom wilde ik ook praten met mensen die succes hebben, die iets hebben bereikt in hun leven dankzij hun passie."
...

Uit noodzaak", is het korte antwoord als ik vraag aan Rudolf Hecke waarom hij met 26 erg uiteenlopende mensen ging spreken over passie, van politicus Louis Tobback, actrice Hilde Van Mieghem, Europol-baas Cathérine De Bolle, advocaat Jef Vermassen, topchef Peter Goossens, boksster Delfine Persoon tot ondernemer Fernand Huts. "Ik wilde op tijd te weten komen: wat heb ik in dienst van mijn passie aangericht en bij wie? Daarom wilde ik ook praten met mensen die succes hebben, die iets hebben bereikt in hun leven dankzij hun passie." Maar daar ging natuurlijk iets aan vooraf. Hecke staat al veertig jaar op het podium, als spreker, muzikant en performer. In de relaxruimte van zijn studio in Hofstade vertelt hij hoe hij in een identiteitscrisis terechtkwam nadat hij veertig jaar zijn passie had gevolgd. "Ik dacht: wat heb ik gedaan al die jaren? Wat heeft dat opgeleverd? En wie of wat heb ik verwaarloosd?" Die crisis kwam er niet zomaar. Heckes moeder werd dement. Zijn vader, een gepassioneerd schrijnwerker die we mogen omschrijven als een klassieke workaholic, werd plots in de zorgende rol gedwongen. "Mijn vader werd overvallen door een intens schuldgevoel, hij had het idee dat hij dingen moest goedmaken. Hij wilde boete doen voor zijn afwezigheid. Hij wilde ook geen hulp bij de verzorging. Nadat mijn moeder was overleden, kwam hij in een depressie terecht. De man van wie ik ieder woord had geloofd, die ik bewonderde, zag ik plots instorten. Terwijl ik dacht: ik heb veertig jaar lang hetzelfde leven geleid. Je doet dingen uit noodzaak, omdat er binnenin een brandend vuur raast. Nu vond ik het tijd om de balans op te maken, omdat het schuldgevoel van mijn vader ook aan mij begon te knagen." HECKE. "Ik wilde verslag uitbrengen over mensen met passie en de dingen die ik uit mijn gesprekken met hen heb gehaald. Mijn ambitie was een conversatie te ontketenen tussen al die mensen met heel uiteenlopende achtergronden die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Dat is ook de reden waarom het vijf jaar heeft geduurd voor het boek klaar was. Dit is een boek over passie geschreven door iemand die zelf ook bezeten is door passie. Meer wil ik niet pretenderen." HECKE. "Daarom was het noodzakelijk ook mensen te spreken die ver van mij afstaan. Jef Vermassen en Omar Souidi bijvoorbeeld, terwijl ik niets heb met advocatuur en wetgeving. Vroeger dacht ik vaak: die mens doet dit of dat, daar wil ik niets mee te maken hebben, ik wil me niet laten 'besmetten'. Daarom ben ik ook gestopt met mijn studie psychologie. Examen afleggen in een kostuum, dat wilde ik niet. Belachelijk, achteraf bekeken, maar ik was toen strikt in die dingen. Ik wil vrijheid van geest. Die moet waaien, niet met een stormdijk worden begrensd!" HECKE. "Daar is geen echt antwoord op. Auteur Bart Van Loo zegt: 'Passie, pas er toch maar mee op!' Ook bisschop Johan Bonny zegt dat je de redelijkheid niet uit het oog mag verliezen. Maar dan zijn er ook mensen die zich volledig in hun passie verliezen en een workaholic worden, zoals Michel Verschueren van RSC Anderlecht. Er zijn mensen zoals Michel Vandenbosch (voorzitter van GAIA, nvdr) die het liever hebben over 'gedrevenheid' of 'urgentie'. Alleen al daardoor zie je die hele boog, je voelt dat er iets is met dat woord. Als je het gebruikt, ben je meteen kwetsbaar, want je geeft eigenlijk toe dat je door die passie ook fouten maakt. Het kan zelfs tot misdaad leiden, denk maar aan passiemoord." HECKE. "Eigenlijk niet. Mijn passie was evangelie. Dat was voor mijn vader ook zo. Ik denk dat hij daar geen minuut over heeft nagedacht. Ik ook niet. Je hebt een missie en daar moet niemand anders aankomen, anders raakt die missie besmet. Ik dacht net als andere muzikanten en zelfstandigen dat je soms een tiran moet zijn om dingen te bereiken. Ik voelde me een locomotief met wagonnetjes. Wie in die wagon zat, zag ik graag, maar er moest wel gereden worden. "Ik heb de keerzijde nooit beseft, tot ik mijn vader zag instorten. Maar dat is ook omdat je zoveel terugkrijgt, ik heb heel veel dingen kunnen doen en veel bereikt door mijn passie te volgen. Zonder passie was het me nooit gelukt mijn eerste boek over Serge Gainsbourg te schrijven, en nu zijn we zes boeken verder. Ik ben dus erg blij met mijn passie, maar ik besef nu ook dat het een dorstige motor is die zich niet alleen aan mij laaft, maar ook aan mijn naasten. Het is een trouwe hond die eeuwig leeft." HECKE. "Het beeld dat Bonny gebruikt, is een van de voorstellingen die me het meest zijn bijgebleven. Iedereen heeft wel een moment waarop zijn passie doorbreekt, meestal als kind. Dan denk je: dat moet ik vasthouden, ik beoordeel mijn daden op basis van wat ik met mezelf heb afgesproken als kind. En Bonny zegt: dat kind heeft een draad uitgegooid, en die is flexibel. Dat is het verschil met passie met oogkleppen op. Dan kun je snel gaan denken dat jouw waarheid de enige is, dat alles wat in de weg zit eraan moet. Dan lonkt de valkuil van extremisme. Maar die ontwijk je met de coulante draad in de hand, waarmee je kunt bewegen." HECKE. "Aan de bron is dat eigenlijk hetzelfde. Als kind zijn ze ergens tegenaan gelopen - een boek, een plaat, een vader... Alle mensen met passie hebben dat kind nog in zich, dat is hetzelfde voor een astronaut, een stand-upcomedian, een sterrenchef of een ondernemer. Je hebt constant het gevoel dat je met jonge mensen aan het praten bent, die kijken met de ogen van een kind. Maar als het gaat over schuren tegen de rand, het gevaar opzoeken, is er wel een verschil. Artiesten zoeken dat graag op, gaan er soms over. Om dat te gebruiken voor hun kunst." HECKE. "Volgens mij is het een kwestie van waar je staat in het leven en of je iets kunt veranderen. Mensen als Daan Stuyven, Sam Dillemans en Herman Brusselmans zeggen heel duidelijk: wij zijn maar artiesten, we kunnen iets maken, maar we gaan er de wereld niet mee veranderen. Maar als je een hartchirurg bent zoals Pedro Brugada of een advocaat zoals Jef Vermassen, kun je niet experimenteren met het risico dat je in het decor vliegt. Dat is het vrijbuiterschap dat artiesten nu eenmaal hebben. Een ondernemer als Huts voelt een verantwoordelijkheid voor zijn personeel, dan neem je op een andere manier risico's." HECKE. "Dat klopt, maar slechts gedeeltelijk. Sommigen zijn heel hard, maar anderen relativeren dat. Het is wat Vermassen in alle vriendschap zegt over Michel Verschueren: die man zit tussen de champagnedrinkers, hij kent de wereld van de armen niet. Terwijl de strafpleiter vaak die mensen over de vloer krijgt. Als je alle meningen naast elkaar legt, krijg je wel een genuanceerd beeld. Maar er zijn inderdaad mensen die door hun luiheid in de problemen raken, of die weinig of niets realiseren. Er zijn ook mensen die geen enkel risico durven te nemen, maar wel jaloers zijn op mensen die zich wel op onbetreden paden hebben gewaagd en iets hebben gerealiseerd. Sam Dillemans noemt dat de wraak van de oncreatieve mens. Ik vind dat mooi verwoord, en zo heb ik er veel meegemaakt." HECKE. "Dat hoeft inderdaad niet. Ik dacht vroeger: those who can't do, teach. Ik keek neer op mensen die lesgaven in plaats van zelf op het podium te staan. Lesgeven is aan mij niet besteed, maar ik kan me nu wel voorstellen dat mensen daar hun passie in leggen en hoe belangrijk zij zijn. Dus ik was een onnozelaar, totaal fout. Sam Dillemans maakt bijvoorbeeld wel het onderscheid tussen echte kunst en bullshit, daar is hij keihard in, maar hij maakt geen verschil tussen de passie van mensen. Dat is voor hem hetzelfde." HECKE. "Ja, dat is ook erg herkenbaar. Als het te plezant wordt, krijg ik altijd een beetje schrik. Ik merk dat bij veel anderen ook. Je moet niet te lang genieten van iets wat je hebt bereikt, want overmorgen krijg je weer een klap en zijn de gevolgen des te harder. Ik hoor dat vaak rond mij: maar geniet daar nu toch eens van. En ik denk dan: pas toch maar op. Die cultuur van het genieten, daar kan ik me erg aan storen. Er was een tijd dat je niets anders meer hoorde of zag in de media: optimistisch blijven! Positief blijven! Start alvast de lachband! Dan denk ik: wat een luchtbel, doorprikken die handel!" HECKE. "Ja, maar het is altijd genieten gecombineerd met creëren. Hij heeft zijn Katoen Natie altijd verbonden aan culturele projecten. Hij wil met alles iets doen. Dat heb ik ook. Ik kan niet zomaar naar een film kijken, ik heb dan een boekje waarin ik dingen noteer, ik doe inspiratie op. Dat voelde ik bij Huts ook enorm. Gewoon gaan zitten op een strand en de batterijen opladen? Ik laad die op door dingen te doen, dat is creatief genieten, de verwondering opzoeken, iets bijleren." HECKE. "Ik weet het niet. Misschien ben ik dat gewoon vergeten te vragen ( lacht). Ik denk dat mensen met een passie wat ze verdienen terug in die passie investeren. Bart Van Loo zegt dat hij veel geluk heeft gehad met zijn bestseller, en hij is heel trots dat hij nu een nieuw decor heeft voor zijn lezingen. Dus dat geld gaat toch ook weer naar die passie." HECKE. "Ja, maar als je je passie volgt, heb je niet zoveel nodig en kun je het materiële makkelijk aan de kant schuiven. Ik doe dat nu nog. Ik maak een ketel spaghettisaus en eet een hele week spaghetti met smaak. Mijn vrouw en dochters verklaren me gek, maar dat heeft me nooit bezwaard. Een beetje bohemien, dat hoort er wel bij."