Tegen 2030 hoopt De Lijn op een stijging van zijn werkingsmiddelen tot 2 miljard euro. Dat is meer dan het dubbele van de 833 miljoen euro die de Vlaamse regering nu besteedt aan de vervoersmaatschappij. Dat ambitieuze groeiperspectief heeft Roger Kesteloot, directeur-generaal van De Lijn, naar voren geschoven als aanbeveling voor de volgende regering. Hij deed dat tijdens de persvoorstelling van het memorandum dat De Lijn naar aanleiding van de verkiezingen in mei presenteerde. De aanbevelingen in het memorandum worden gedragen door de directie en de raad van bestuur, die zoals bekend is politiek divers is samengesteld.

Klimaat als motor

Het memorandum wijst op het klimaat als motor van de beleidsprioriteiten in mobiliteit. "De afgelopen jaren hebben we ingezet op efficiëntieverhoging", zegt Kesteloot. "Voor de komende jaren is een groeiscenario aangewezen. Diverse beleidsmakers en centrumsteden hebben het allemaal over de overstap naar duurzame mobiliteit. Dat is alleen mogelijk als we investeren in de kwaliteit en de aantrekkingskracht van het openbaar vervoer."

Sinds begin dit jaar is Vlaanderen opgedeeld in 15 vervoersregio's die het principe van de basisbereikbaarheid moeten organiseren. Dat concept is in de plaats gekomen van de basismobiliteit en gaat uit van een meer vraaggestuurde, gelaagde mobiliteit. Die hertekening stelt De Lijn in staat om tegen 2030 en zonder meerkosten tot 6 procent reizigers meer te vervoeren. De klimaatambities en filemaatregelen vergen volgens Kesteloot veeleer een groei van 50 procent.

Om zo'n stijging te realiseren is een betere doorstroming van trams en bussen noodzakelijk. Omdat ze net als de auto's in de file staan aan te schuiven, rijdt slechts een kleine helft van de bussen en trams tijdens de avondspits op tijd. Het gevolg zijn ontevreden reizigers. "Om het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken hebben we doorgedreven doorstromingsmaatregelen nodig", zegt Kesteloot. "We denken daarbij aan meer busbanen en moderne verkeerslichtenbeïnvloeding. Dankzij betere doorstroming kunnen we onze commerciële snelheid verhogen en wordt het aantrekkelijker om de bus te nemen. In Kampenhout halveerde een busstrook van 7 km bijvoorbeeld de reistijd, met als gevolg een verdubbeling van het aantal reizigers per dag."

Vergroening en digitalisering

Vanaf dit jaar is De Lijn gestopt met de aankoop van dieselbussen. Dat past in de keuze van de vervoersmaatschappij om haar vloot te vergroenen. Tot 2025 worden ruim 1200 bussen vervangen door hybride of volledig elektrische bussen. De Vlaamse regering heeft het budget voor die investering al toegezegd. Kesteloot: "We verwachten dan ook dat de volgende regering dat engagement nakomt."

Net zoals alle andere sectoren is ook de mobiliteitswereld volop in verandering als gevolg van digitale tendensen en de toenemende populariteit van de deeleconomie. In dat opzicht heeft De Lijn de jongste jaren een aantal duidelijke stappen gezet. Het is bijvoorbeeld de hoofdaandeelhouder van Cambio en Blue Mobility, platformen voor respectievelijk deelauto's en deelfietsen. Ook de aanbieders van Mobility as a Service vinden in De Lijn een partner. Tegelijk lopen er tests met de eerste interoperabele en intermodale routeplanner die in real time de gegevens van alle openbarevervoersmaatschappijen zal deelt in een open source platform. "Wij geloven dat innovatie de mobiliteit hertekent", zegt Kesteloot. "We verwachten van de volgende regering dat ze inspanningen doet om voor combimobiliteit en mobility as a service het juiste klimaat te creëren."

In het toekomstbeeld van De Lijn is er overigens ook plaats voor geautomatiseerd busvervoer. Zo wil de vervoersmaatschappij nog dit jaar starten met het uittesten van een autonome shuttle op de Luchthaven van Zaventem. Aanvankelijk zonder reizigers, maar vanaf midden 2021 met reizigers. Vanaf volgend jaar wil De Lijn ook pilootprojecten opzetten in de centrumsteden.

Europese liberalisering

Al die ambitie is slechts mogelijk als De Lijn de interne operator voor openbaar vervoer blijft. Volgens de Europese regelgeving is het vanaf 2020 afgelopen met marktmonopolies in het reizigersvervoer. In tijd afgebakende marktmonopolies zullen wel nog kunnen. Concreet wil dat zeggen dat de Vlaamse regering De Lijn kan aanduiden als de interne operator tot 2030, tenminste als de vervoersmaatschappij een benchmarktoets met de privémarkt doorstaat. Kesteloot is ervan overtuigd dat zijn organisatie de jongste jaren de juiste stappen heeft gezet voor zo'n efficiëntiemeting. Zo is het aantal bedienden van 1800 naar 1500 gedaald, zonder naakte ontslagen, benadrukt hij. Nu ziet hij veeleer de nood om de werkingsmiddelen te verhogen. "Als de beleidsmakers de komende jaren echt werk willen maken van de klimaat- en mobiliteitsdoelstellingen, dan moet ons werkingsbudget de komende jaren fors stijgen", aldus Kesteloot.