In België worden elk jaar een kleine 900.000 matrassen verkocht. Met een gemiddelde dikte van 20 centimeter is dat een rij van 180 kilometer slaapcomfort. Leg ze in de lengte, en je kunt 1800 kilometer 'slaapwandelen'. Zodra die afgedankt zijn, belanden bijna al die matrassen in de verbrandingsoven.
...

In België worden elk jaar een kleine 900.000 matrassen verkocht. Met een gemiddelde dikte van 20 centimeter is dat een rij van 180 kilometer slaapcomfort. Leg ze in de lengte, en je kunt 1800 kilometer 'slaapwandelen'. Zodra die afgedankt zijn, belanden bijna al die matrassen in de verbrandingsoven. Vanaf 1 januari moet dat veranderen. Dan wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor matrassen van kracht. Elke producent en invoerder wordt dan verantwoordelijk voor de terugname en het beheer van de afvalstromen die ontstaan door de verkoop van matrassen. Daarvoor is Valumat opgericht, een initiatief van de matrassenproducenten Veldeman Bedding, LS Bedding en Recticel, en de sectorfederaties Fedustria, Comeos en Navem. De organisatie wordt verantwoordelijk voor de inzameling en de verwerking van afgedankte matrassen. Wie een matras koopt, zal daarvoor een milieubijdrage betalen van gemiddeld 12 euro. De inkomsten, 7 tot 8 miljoen euro, gaan grotendeels naar de ophaling en de verwerking. In België moet in een eerste fase 30 procent van de matrassen worden ingezameld. 10 procent daarvan wordt gerecycleerd. Het gaat dus maar om 3 procent van het totale aantal matrassen. Vlaanderen begint volgend jaar met die selectieve inzameling. In Wallonië starten dan proefprojecten, omdat de containerparken van enkele intercommunales nog niet klaar zijn om de toevoer van matrassen op te vangen. Die moeten in regenvrije containers worden opgeslagen, want een natte of vuile matras valt amper nog te recycleren. Daarom begint de selectieve inzameling daar pas in 2023. Brussel sluit zich wellicht daarbij aan. Die 3 procent is amper meer dan de 25.000 matrassen die de enige ontmantelingseenheid in ons land, eigendom van het Franse afvalbedrijf Suez, in het Naamse Sombreffe vorig jaar heeft verwerkt. "Nochtans staan onze bedrijven klaar om te investeren in extra verwerkingscapaciteit", verzekeren Maarten Geerts en Marine Ronquetti, communicatieverantwoordelijke en adviseur van de Belgische federatie van afval- en recyclagebedrijven Denuo. Denuo betreurt dat de ambities van Valumat niet al verder reiken. "Had men bij de start in 2017 de lat hoger gelegd, dan stonden we nu al veel verder." "We zijn realistisch ambitieus", reageert Nathalie Degreve, hoofd product policy en sustainability bij Comeos. "Er kruipt nu eenmaal tijd in onderhandelingen en het uitwerken van wetgevingen. Je mag je niet blindstaren op de doelstellingen voor volgend jaar. Die stijgen om de twee jaar. Tegen 2030 moet 80 procent van de matrassen worden ingezameld, en daarvan moet 75 procent worden gerecycleerd." Ook de manier van inzamelen is een discussiepunt. In de Waalse regelgeving die in voorbereiding is, staat vooralsnog dat er een terugnameplicht komt voor grote winkels (meer dan 200 vierkante meter). Dat ziet Degreve niet zitten: "Zo creëer je een concurrentievoordeel voor de onlinewinkels, die zich niet aan die terugnameplicht zullen houden." Daarom verkreeg Valumat in Vlaanderen dat de inzameling gebeurt via de containerparken, aangevuld met een vrijwillige terugname door winkels, die dat als service aan hun klanten willen en kunnen bieden. "Mocht er te weinig vrijwillig worden ingezameld, dan kunnen we bekijken of we de vergoedingen voor winkeliers verhogen." De organisatie streeft ernaar dat ook Wallonië en Brussel die redenering volgen. Toch blijft Denuo voorstander van een terugnameplicht voor de winkeliers. "Het is de meest zekere manier om ervoor te zorgen dat de inzamelingsdoelstellingen worden gehaald", stelt Geert. "We betwijfelen of die vrijwillige inzameling veel zal opleveren." De matrassenmarkt is overigens niet zo eenduidig. Ongeveer 54 procent van de 878.968 matrassen die in 2017 zijn verkocht, zijn matrassen met metalen veringen, 38 procent is gemaakt van poly- urethaanschuim (PUR) en 8 procent van latex. Zowat 150.000 zijn bestemd voor de professionele markt: gevangenissen, hotels, ziekenhuizen, verzorgingsinstellingen. Dat zijn grotere loten, die makkelijker kunnen worden ingezameld. Maar de verschillende soorten matrassen vergen ook andere manieren van recycleren. De inzameling en de verwerking is ook niet alles. Het is de bedoeling ook iets te kunnen doen met het recyclaat. In Frankrijk is de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor matrassen al meer dan vijf jaar geleden ingevoerd, samen met die van meubels. "Maar voor de paar toepassingen waarvoor het recyclaat wordt gebruikt, zoals isolatie, rundermatten of tatami's, is het snij-afval van de basisgrondstoffen eigenlijk al voldoende", stelt Geert Geerkens, directeur sales en marketing bij Veldeman en voorzitter van Valumat. "We moeten die markten ontwikkelen. Dat groeit: tien jaar geleden was er niets, nu toch al iets." Om het optimaal te kunnen gebruiken, moet het recyclaat zo zuiver mogelijk zijn. Daarom is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar ecodesign, waarbij al bij het ontwerp rekening wordt houden met de recylage. In nieuwe matrassen wordt ernaar gestreefd zo veel mogelijk monomaterialen te gebruiken, bijvoorbeeld een matrashoes uit één soort materiaal, om die volledig te kunnen hergebruiken. Dat is niet eenvoudig. "Een matras hergebruiken is lastig om hygiënische redenen", stelt Geerkens. "Ik verwacht wel dat er een markt komt voor bijna-nieuwe matrassen. Tegelijk moeten we geduld hebben. Een matras die nu wordt opgehaald, is meestal meer dan tien jaar oud. Die oude matrassen zijn niet ontworpen om te worden gerecycleerd. Daarom hopen we met Valumat een deel van de ecobijdrage te kunnen investeren in ecodesign, liefst gedeeltelijk ook in een Europese pot. De matrassenproducenten zijn afhankelijk van de grondstoffenleveranciers. Maar we zien dat veel chemiebedrijven die weg bewandelen, en werken aan producten die tot moleculair niveau kunnen worden teruggebracht, en dus hergebruikt." Tot die technologie op punt staat, blijft recyclage beperkt tot hoofdzakelijk mechanische procedés, zoals de recuperatie van metalen onderdelen en PUR-schuim, legt Jean-Pierre De Kesel, chief sustainable inovation officer bij Recticel, uit. Het bedrijf uit Wetteren, dat vooral matrassen produceert van polyurethaanschuim, onderzoekt sinds zes, zeven jaar de mogelijkheden om dat PUR-schuim chemisch te recycleren. Samen met het Duitse Covestro coördineert Recticel een project om terug te keren naar de basisgrondstoffen. "Dat is veelbelovend, al zal het zeker nog drie tot vijf jaar duren voor we toe zijn aan industriële toepassingen." In de tussentijd verwacht De Kesel dat er nieuwe afzetmarkten worden gecreëerd. "Frankrijk denkt eraan te eisen dat de wagens in bepaalde segmenten voor 20 procent uit recyclaat bestaan. PUR-schuim is zeer geschikt voor akoestische isolatie, en die wordt nog veel belangrijker bij de elektrische wagens. Maar we merken duidelijk een sense of urgency. Duitsland bijvoorbeeld heeft lang vastgehouden aan verbranding met energierecuperatie. Het zal wellicht nog een paar jaar duren voor ze de UPV invoeren, maar wanneer die grote landen beginnen, zul je grote doorbraken zien."