De Raad van State vernietigt het koninklijk besluit dat de erkenning van de havenarbeid regelt. Dat besluit werd in 2016 aangepast om tegemoet te komen aan de bezwaren van de Europese Commissie na een klacht van onder meer Katoen Natie. "CEO Fernand Huts vond het niet kunnen dat hij voor zijn logistieke activiteit een beroep moest doen op erkende havenarbeiders", stelt Pieter Pecinovsky, docent arbeidsrecht (ULB/UCLouvain) en verbonden aan het advocatenkantoor Van Olmen & Wynant.
...

De Raad van State vernietigt het koninklijk besluit dat de erkenning van de havenarbeid regelt. Dat besluit werd in 2016 aangepast om tegemoet te komen aan de bezwaren van de Europese Commissie na een klacht van onder meer Katoen Natie. "CEO Fernand Huts vond het niet kunnen dat hij voor zijn logistieke activiteit een beroep moest doen op erkende havenarbeiders", stelt Pieter Pecinovsky, docent arbeidsrecht (ULB/UCLouvain) en verbonden aan het advocatenkantoor Van Olmen & Wynant.Nadat minister van Werk Kris Peeters (CD&V) het koninklijk besluit van 2016 had uitgewerkt, stapten enkele bedrijven naar het Europese Hof van Justitie. Dat besliste in 2021 dat havenarbeid wel degelijk kan worden beperkt tot erkende arbeiders, als dat noodzakelijk is om de veiligheid te garanderen. Dat moest wel gebeuren op een objectieve en proportionele wijze."En daar wringt het schoentje", aldus Pecinovsky. Het Europese Hof van Justitie verzet zich tegen het feit dat de erkenningscommissie enkel bestaat uit vertegenwoordigers van de vakbonden en de werkgeversorganisaties. "Zij zijn betrokken partijen", duidt de jurist. "Het gaat niet op dat zij zomaar in hun marktgebied bepalen welke nieuwkomers en concurrenten actief zijn. Buitenlandse concurrentie kan zo bijvoorbeeld gemakkelijk geweerd worden." Dat is in strijd met de Europese regels.Het Hof vond ook de erkenningscriteria voor de havenarbeid te onduidelijk. Personen met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur werden ook gediscrimineerd. Zij werden slechts voor een beperkte periode toegelaten in de pool en moesten voor elk werk opnieuw een toelating aanvragen. Andere erkende arbeiders mochten dan weer oneindig lang in havengebieden werken.Het Grondwettelijk Hof sprak zich eind 2021 uit over dat dossier. Pecinovsky: "Het heeft er geen probleem mee dat de wet-Major, en dus de erkenningsverplichting, niet alleen geldt voor dokwerkers die schepen laden en lossen, maar ook voor logistieke arbeid in de magazijnen in de haven. Dat is, ook na het arrest van het Hof van Justitie, volgens het Grondwettelijk Hof niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel."De erkenningsprocedure wordt echter niet geregeld door een wet, maar door een koninklijk besluit. Dat is de bevoegdheid van de Raad van State. Die volgt ook de stelling van het Hof van Justitie dat een commissie voor de erkenning van havenarbeiders niet onpartijdig is, omdat de leden worden aangeduid door marktdeelnemers die al op de markt actief zijn. De Raad van State heeft het koninklijk besluit dat de erkenningsprocedure vastlegt dus vernietigt. "Een logische keuze", meent Pecinovsky.Soms gaat de vernietiging van een koninklijk besluit door de Raad van State gepaard met een overgangsperiode. Dat laat de werking van het vernietigde koninklijk besluit nog toe in afwachting van een nieuwe regeling. Dat is nu niet het geval. Dat betekent dat het koninklijk besluit over de havenarbeid onmiddellijk nietig is. "Er is dus nood aan nieuw koninklijk besluit om de erkenningsprocedure te regelen", aldus Pecinovsky. "En snel ook. Tot dan verkeert de havenarbeid zich in een toestand van rechtsonzekerheid."Betekent dat dat logistieke bedrijven voortaan aanwerven wie ze willen in hun havenmagazijnen? "Neen, Katoen Natie van Fernand Huts krijgt geen vrij spel", antwoordt Pecinovsky. "Het zou zelfs zeer onvoorzichtig zijn vandaag al zonder meer magazijniers aan te werven in het havengebied. Het nieuwe koninklijk besluit over de havenarbeid kan immers retroactief gelden vanaf de uitspraak van de Raad van State van deze week. In dat geval kunnen bedrijven die niet-erkende arbeiders aanwerven in de havens later ter verantwoording geroepen worden door de rechtbank."Het nieuwe koninklijk besluit hoeft ook niet te leiden tot de totale afschaffing van de wet-Major. Het moet enkel tegemoetkomen aan de bezwaren van het Europese Hof en de Raad van State. Het kan bijvoorbeeld bepalen dat naast sociale partners ook onafhankelijke partijen (eventueel door de overheid aangeduid) zich uitspreken over de erkenning van havenarbeiders. Pecinovsky: "De vakbonden zullen erop aandringen dat ook onder het nieuwe koninklijk besluit geen sociale dumping mogelijk wordt. De erkenningsprocedure kan worden bijgesteld zonder de wet-Major zelf fundamenteel bij te sturen."